Opinie

    • Paul Scheffer

In de wandelgang gedijt het landsbelang

Paul Scheffer

Het is niet eenvoudig om de uitruil te begrijpen die heeft geleid tot de voordracht van een Duitse christen-democraat om de Europese Commissie te leiden. Alom heerst nogal wat verwarring over de uitkomst van vele uren nachtbraken in Brussel. De kern is dat partijpolitieke opvattingen en nationale belangen door elkaar lopen.

Want ga maar na: de liberaal Mark Rutte steunt de sociaal-democraat Frans Timmermans, wiens partij in de oppositie zit. Het argument is dat dit een Nederlands belang dient. En dat weegt zwaarder dan de uiteenlopende ideeën die beiden hebben over Europese eenwording. Het beroep op dit landsbelang wordt als zo vanzelfsprekend gepresenteerd dat er weinig woorden aan vuil zijn gemaakt.

Of deze afweging klopt valt te bezien, want een voorzitter van de Commissie moet toch meer dan anderen boven nationale belangen staan. Zeker een politicus als Timmermans die zegt dat landsgrenzen er niet meer toe doen, zal zich niet gemakkelijk voegen naar Haagse wensen. Hier geldt de oude regel: de manier waarop iemand macht verovert zegt veel over de manier waarop hij of zij die macht uitoefent.

Bovendien valt te bezien of een Nederlandse Commissievoorzitter van meer waarde is dan een strenge president van de Europese Centrale Bank. Een bankier als Jens Weidmann – die nu leiding geeft aan de Bundesbank – zou in die positie voor ons land zwaarder kunnen wegen dan een landgenoot als voorzitter van de Commissie. Ik heb Rutte niet gehoord over Christine Lagarde die nu deze functie gaat bekleden.

Nog interessanter is de Duitse positie. In het geval van Merkel lijken partijbelang en landsbelang wel samen te vallen: haar partijgenoot Ursula von der Leyen moet de Commissie gaan leiden. Reden dus tot tevredenheid, zou je zeggen. Maar nee, de bondskanselier is niet tevreden, want haar toch al wankele regering is nog verder verdeeld geraakt. Zo verdeeld dat ze zich zelfs bij de stemming voor de eigen partijgenote moest onthouden.

De Duitse sociaal-democraten kondigen op hoge toon aan dat ze tegen Von der Leyen gaan stemmen. Ze worden door hun coalitiegenoten gemaand om dat wel te doen uit naam van het Duitse belang, maar tonen zich niet onder de indruk. Ze vinden dat hun kandidaat Timmermans – hoewel hij niet de grootste fractie vertegenwoordigt – op een oneigenlijke manier is weggewerkt door landen als Polen en Hongarije.

Om de zaak nog ondoorzichtiger te maken noemt Manfred Weber, lijsttrekker van de Europese christen-democraten, ondertussen in Bild-Zeitung zijn mislukte kandidatuur als de uitkomst van een monsterverbond tussen Macron en Victor Orbán: „Macron heeft zich in de campagne tegen Orbán gekeerd. En plotseling werken ze samen en beschadigen de Europese democratie. Nu staan we voor een hoop scherven.”

Deze kluwen van politieke ideeën en nationale belangen zal de Europese democratie voorlopig blijven kenmerken. Van allerlei kanten wordt geprobeerd daar verandering in te brengen. Het idee van Europese lijsttrekkers paste in dat streven. Het zou een stap moeten zijn op weg naar echte Europese partijvorming, zodat politieke stromingen zich verder los kunnen maken van nationale belangen.

Volgens de pleitbezorgers van dit idee heeft de democratie een gevoelige nederlaag geleden met de voordracht van Von der Leyen. Anders dan de lijsttrekkers die een programma uitdroegen, speelde ze geen enkele rol bij de verkiezingen. Dat is waar, maar dan wordt vergeten dat ‘lijststrekkers’ als Timmermans en Weber alleen verkiesbaar waren in hun eigen land. Het was een halfbakken idee.

Dat zou anders kunnen door echte Europese lijsten waarbij in alle landen op dezelfde kandidaten kan worden gestemd. Probleem is wel dat de samenstelling van zo’n lijst even ondoorzichtig zal zijn als nu de lijsten bij landelijke verkiezingen – en waarschijnlijk nog ontoegankelijker omdat het gaat om onderhandelingen tussen tientallen partijen. De huidige lijsttrekkers waren toch ook de uitkomst van zo’n vergelijk?

In de wandelgangen gedijen landsbelangen, zoveel is wel duidelijk. De uitruil van de afgelopen weken – die nog niet definitief is beklonken, omdat Von der Leyen kan worden weggestemd – is niet fraai. Betere oplossingen zijn nodig: naast gemeenschappelijke lijsten zou nog eens gekeken kunnen worden naar dubbelmandaten, die vroeger bestonden en waarbij nationale parlementariërs ook lid van het Europese Parlement kunnen zijn.

Deze Unie is een werk in uitvoering – ergens halverwege de nationale en de federale staat – en dat zal het nog lang blijven. Ook met verbeteringen zal het Europese Parlement dat bijna 500 miljoen burgers moet vertegenwoordigen niet snel de belangrijkste bron van democratie in deze Unie worden. De legitimiteit van de nationale regeringen en parlementen blijft onmisbaar.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.