Reportage

In de oude fotorolletjeshal worden straks cellen gekweekt

Fuji Tilburg Tilburg krijgt voor het eerst op grote schaal een tak van het ‘nieuwe’ Fujifilm. Dat moet de groei terugbrengen naar de fabriek.

In de offsetplatenfabriek van Fujifilm in Tilburg hangt speciale verlichting om de platen niet te beschadigen.
In de offsetplatenfabriek van Fujifilm in Tilburg hangt speciale verlichting om de platen niet te beschadigen. Foto Roos Pierson

De fabriek van Fujifilm in Tilburg bezoeken is een beetje als naar het Louvre gaan: de locatie is zo groot (66 hectare, medewerkers gebruiken stepjes), de productieprocessen en afdelingen zó totaal verschillend dat alles zien en begrijpen onmogelijk is. Je moet van tevoren besluiten wat je wil doen.

We kiezen de offsetplatenfabriek, een productielijn waarin het product een kilometer aflegt. Directeur Peter Struik wandelt er ontspannen tussen de aluminium drukplaatrollen van 7.000 kilogram door. Hij heeft hip uitziende witte veiligheidssneakers aan, oordopjes in en ontwijkt behendig zelfrijdende karretjes. Het fabricageproces van fotopapier door middel van emulsie, iets verderop in een net zo grote, grijze hal, laten we links liggen. Evenmin gaan we naar de hal waar membranen voor het filteren en schoonmaken van net gewonnen olie en gas worden gemaakt.

Binnenkort komt er nóg een productielijn bij op het terrein (750 medewerkers). Eerder deze maand werd bekend dat in de voormalige fotorolletjeshal een fabriek voor zogeheten celkweekmedia komt: stoffen waar je cellen in kunt kweken of conserveren, bijvoorbeeld voor stamcelonderzoek. Het is de bedoeling dat er in 2021 zo’n zeventig nieuwe banen op het terrein zullen zijn. De investering bedraagt 25 miljoen euro.

Tilburg krijgt daarmee voor het eerst op grote schaal een tak van het ‘nieuwe’ Fujifilm. Sinds begin deze eeuw probeert het concern zich, door overnames te doen en zelf technologieën te ontwikkelen, in toenemende mate om te vormen nadat de markt voor analoge camera’s en fotorolletjes voor een groot deel instortte. Daarbij gaat het onder andere om biochemische producten.

„Deze fabriek gaat leveren aan het pas overgenomen Fujifilm Irvine Scientific in Europa”, vertelt de joviale Brabander Struik (54) in zijn kantoor. Hij is al directeur sinds 2007. „Dat onderdeel zoekt meer productiecapaciteit in Europa.”

Foto Roos Pierson
Foto Roos Pierson

Hard gelobbyd

Voor Struik en de Tilburgse fabriek is dat niets meer dan een opluchting. De verwachting is dat de nieuwe afdeling groei zal bieden, terwijl de huidige lijnen al jaren worstelen met stagnerende markten. De fotopapiertak loopt na wat moeilijke jaren weer goed dankzij nieuwe producten en nieuwe afnemers als Hema, maar één van de twee drukplaatproductielijnen zal binnenkort sluiten. Dat kost 111 banen. „De offsetplaten worden kleiner, onder andere omdat meer kranten overgaan op tabloidformaat.” En als het AD bijvoorbeeld alle regiokranten samenvoegt, hoeven er minder verschillende pagina’s gedrukt te worden. „We halen nu de capaciteit die te veel is uit de markt.”

De productielijnen zijn nu stabiel, zegt Struik. „Maar het zijn niet echt de afdelingen van double digit growth.” Vorig jaar had de fabriek een omzet van ongeveer 350 miljoen euro, waarvan de verdeling tussen offsetplaten en fotopapier ongeveer fifty-fifty is. De nieuwe, kleine membranentak haalt ongeveer 5 procent.

Foto Roos Pierson

Heeft Struik intern hard gelobbyd om de bio-tak in Tilburg te krijgen? „Het is een groot concern, dus in die zin is er gelobbyd zoals dat gaat bij zo’n bedrijf. Maar wij hadden ook gewoon snel ruimte beschikbaar.”

Dat Fujifilm in Tilburg ooit op zoek zou moeten naar nieuwe manieren om te groeien leek lang ondenkbaar. De Japanners kozen in 1982 zeer gericht voor Nederland als eerste buitenlandse locatie. Het bedrijf werd beschuldigd van dumping van fotopapier op de Europese markt, en had dus een vestiging nodig op het continent.

Vanwege het schone grondwater – in grote hoeveelheden nodig bij het emulsieproces – en het beschikbare technische personeel kwamen ze in Tilburg terecht. Daar was het min of meer de eerste industriële vestiging sinds het vertrek van de textielindustrie. Het bedrijf zou uitgroeien tot ruim 1.500 werknemers, en de nabijgelegen nieuwbouwwijk De Reeshof kreeg al snel de bijnaam ‘Fujitown’. Sinds 1988 werden er naast fotopapier ook fotorolletjes geproduceerd.

Maar rond de eeuwwisseling begon de markt flink te veranderen. De digitale camera, en later de telefooncamera, namen grote happen uit de fotorolletjesproductie. In 2006 werd besloten de productie stop te zetten. 40 procent van de omzet in Tilburg verdween, en de hal kwam leeg te staan.

Die locatie gaat nu binnenkort verbouwd worden voor de celkweekmedia. Een technologie die in de verte wel degelijk samenhangt met de kennis uit de fotografietijd – precies zoals Fuji het vandaag de dag graag ziet. Struik: „Fotopapier heeft een dunne laag met allerlei moleculen.” Het papier krijgt een speciale behandeling, waardoor het zo glimt. „Kort gezegd: wij zijn goed in het ontwikkelen van die moleculen. Die knowhow is ook nodig bij celkweekmedia. Maar het is allemaal erg ingewikkeld.”

Lees meer over hoe Fujifilm overleefde door te blijven investeren in productontwikkeling en zich met de kennis over fotografie te begeven op branchevreemde terreinen