Grapperhaus wil dat ook getuigen dna afstaan

Justitie Moeten alle verdachten en zelfs getuigen straks verplicht dna afstaan? Minister Grapperhaus onderzoekt wat mogelijk is.

Resultaten van een DNA analyse
Resultaten van een DNA analyse iStock

Een man schiet in zijn eigen huis een andere man dood. Het motief, zegt de dader tegen de politie, is dat hij de man betrapte met zijn vrouw. Na een woordenwisseling vermoordde hij hem. Maar klopt dat verhaal? Om dat te achterhalen eist de rechter dat er celmateriaal van de vrouw wordt afgenomen zodat zij kan worden uitgesloten als dader.

De casus is fictief. Maar de eis om dna van een niet-verdachte af te nemen, kan de komende jaren realiteit worden. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) onderzoekt hoe mensen die zelf niet verdacht worden van een misdrijf toch gedwongen kunnen worden om celmateriaal af te staan. In een brief aan de Tweede Kamer schreef hij dat de weigering van een persoon om dna af te staan, strafrechtelijk onderzoek niet mag frustreren.

Lees ook: In veel rechtszaken speelt DNA een cruciale rol

Grapperhaus wil nog meer: hij wil dat van alle verdachten van misdrijven voortaan dna wordt afgenomen. Worden ze veroordeeld, dan gaat het materiaal naar de centrale databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Worden ze vrijgesproken, dan moet het dna vernietigd worden.

Nu wordt alleen nog van mensen die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf dna afgenomen. Maar van zo’n 21.000 veroordeelden ontbreken dna-profielen in de databank. Veel veroordeelden ontlopen de verplichte dna-afname door niet op te komen dagen bij de afspraak waarop dit moet gebeuren. Mede om dat gat te dichten, wil Grapperhaus op voorhand dna gaan afnemen.

Achterstand bij NFI

Dat Grapperhaus dit wil, betekent nog niet dat zijn plan meteen wordt omgezet in wetgeving. Een woordvoerder van het ministerie legt uit dat het nog jaren kan duren voor het zover is. Eerst wordt verder onderzocht of het juridisch mag en of de opsporings- en forensische diensten zo’n enorme toestroom van dna-materiaal aankunnen. Pas daarna wordt het voornemen, mits het kan en mag, in wetsvoorstellen gegoten.

Kan het? De achterstand van te verwerken dna-profielen is nog groot. En 26.000 dna-profielen die al vernietigd hadden moeten worden, zijn dat nog niet. Het NFI kampt al jaren met gebrek aan geld en mensen. Onder meer coalitiepartij D66 wil weten of het NFI de profielen van vrijgesproken verdachten wel echt kan vernietigen.

Veel fundamenteler is de juridische vraag: mag de overheid wel dna afnemen van alle verdachten? Of zelfs maar van een subgroep mensen die wordt verdacht van misdrijven waarop een minimale celstraf van vier jaar staat, zoals Grapperhaus ook laat onderzoeken? Critici, zoals onder meer strafrechtadvocaat Geert-Jan Knoops vorige week in de Volkskrant, wijzen op het recht op privacy: dat zou dit belemmeren.

Dit recht is vastgelegd in artikel 8 van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Maar hetzelfde artikel geeft ook aan wanneer overheden dit recht van het individu mogen schenden: als dat in het belang is van onder meer „de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten”.

Vernietigen dna-profielen

Het Europees Hof, dat zaken die het EVRM raken behandelt, heeft in uitspraken al meermaals de waarde van dna-materiaal in criminaliteitsbestrijding benadrukt. „Dat is voor het Hof een belangrijke omstandigheid die wordt meegenomen in de beoordeling of de ingreep ook noodzakelijk is in een democratische samenleving”, schrijft de Amsterdamse hoogleraar strafrecht Marianne Hirsch Ballin. Zij deed voor Grapperhaus onderzoek naar de juridische mogelijkheden van dna-afname bij verdachten.

Hirsch Ballin schrijft dat het volgens Europees recht waarschijnlijk mag. Het Europese Hof benadrukt vooral dat in het hele proces – van verdenking tot veroordeling – geen willekeur mag plaatsvinden. Daarom zou het voldoende zijn als vaststaat dat dna-profielen na een vrijspraak vernietigd worden.

Grapperhaus laat meer juristen uitzoeken of zijn plan binnen Europese wetgeving mag. „We zijn van ver gekomen”, zegt een woordvoerder. „Van: ‘Het is in strijd met het EVRM’, naar: ‘Er zijn toch mogelijkheden’. De maatschappelijke noodzaak van deze inbreuk op privacy moet worden aangetoond. Dat kost tijd.”

Verwantschapsonderzoek

Nog ingewikkelder ligt het afnemen van dna bij niet-verdachten. In zijn brief aan de Kamer beschrijft Grapperhaus alleen een situatie zoals hierboven beschreven: mensen die als getuige betrokken zijn bij een moord, of die uitgesloten moeten worden als dader. Wetgeving die in zo’n geval dna-afname kan eisen bestaat in onder meer Zweden en Duitsland. Maar Grapperhaus onderzoekt of hij verder kan gaan en ook bij verwantschapsonderzoek – waarbij van grote groepen mensen dna wordt afgenomen – mensen kan dwingen mee te werken.

De onderzoeken die de bezwaren moeten wegnemen, zullen naar verwachting volgend jaar klaar zijn. Pas daarna zal duidelijk worden of Grapperhaus’ wens ook wet wordt.