Opinie

Geclausuleerde groei Schiphol mag een doorbraak heten

Luchtvaart

Commentaar

Groeien mag, maar alleen met minder hinder. Dat is in de kern het voorstel dat minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) afgelopen vrijdag presenteerde over de toekomst van luchthaven Schiphol. Daarmee geeft Van Nieuwenhuizen invulling aan een wat vage passage uit het regeerakkoord van Rutte III: „met slimmere en schonere vliegtuigen kan de sector ruimte creëren voor groei van het aantal vluchten”.

Concreet betekent het voorstel dat Schiphol weer mag groeien, vanaf 2021, en wel tot 540.000 vluchten per jaar. De beperking van 500.000 vluchten die nu geldt, verdwijnt daarmee. Als belangrijkste argument voor groei geeft de minister dat de Nederlandse open economie haar netwerk dankzij Schiphol (327 rechtstreekse bestemmingen in 98 landen) moet kunnen onderhouden om te kunnen blijven groeien.

Die groei mag echter niet ongeclausuleerd plaatsvinden, de luchthaven moet de extra vluchten ‘verdienen’. Door geluidsarmer te vliegen, door minder nachtvluchten uit te voeren, door schoner te vliegen (met minder uitstoot van CO2, stikstof en (ultra)fijnstof) en door veiliger te vliegen. Geen groei „op de automatische piloot” dus, maar groei die „stapje voor stapje [moet] worden verdiend nadat overlast voor omwonenden aantoonbaar is afgenomen”.

De reacties op de brief van de minister lieten zich makkelijk raden. Aan de ene kant staan de luchtvaartsector en het bedrijfsleven, die blij zijn dat de rigide stop op 500.000 vluchten van de baan is. Wel hebben zij nog vragen over hoe die groei dan precies verdiend moet worden.

Aan de andere kant staan de milieuclubs, de omwonenden en de linkse oppositie. Zij zien hierin de bevestiging dat het kabinet economische groei (en dus van Schiphol) boven het klimaat en overlast voor bewoners laten gaan. Zij voelen zich overvallen door de minister en eisen krimp in plaats van groei.

Dat laatste is niet reëel: Nederland is voor zijn economische toekomst voor een belangrijk deel afhankelijk van transporthubs als Schiphol en de Rotterdamse haven. Dat die niet eindeloos kunnen groeien is ook al een tijdje duidelijk: klimaatverandering en de maatschappelijke wens om te verduurzamen kunnen niet verontachtzaamd worden.

Het voorstel van Van Nieuwenhuizen verdient daarom voorzichtige steun. Het getuigt van realiteitszin dat Schiphol moet kunnen groeien, en het is verstandig en zelfs noodzakelijk dat te koppelen aan veiligheid, leefbaarheid en klimaatdoelen. Die koppeling mag een doorbraak genoemd worden: het is voor het eerst dat dit gebeurt.

Tegelijkertijd blijft wantrouwen op zijn plaats. Het Schiphol-dossier is de afgelopen jaren een mijnenveld gebleken. Zelfs ‘opper-polderaar’ Hans Alders gaf eerder dit jaar zijn opdracht terug omdat hij er niet in slaagde burgers, de sector, overheden en belangenorganisaties op één lijn te krijgen.

De komende tijd wordt het oppassen hoe de regels voor minder hinder precies worden vormgegeven. Hoe hard worden de voorwaarden waaronder de luchthaven mag groeien? En sluiten de huidige plannen aan bij de nog te ontwikkelen Luchtvaartnota, die de periode tussen 2020 en 2050 moet gaan dekken?

Eventuele groei koppelen aan het verbeteren van veiligheid, leefbaarheid en klimaat is de juiste weg. Maar net zoals Schiphol dat moet verdienen, geldt dat ook voor het kabinet: steun voor dit voorstel moet verdiend worden, door heldere, meetbare en daadwerkelijk overlast verminderende maatregelen af te dwingen.