Alles voor de sponsoren: vijf uur op kop om vlak voor de finish ingerekend te worden

Belangen in de Tour In het grootste jaarlijks terugkerende sportevenement ter wereld zijn de belangen groot. „Er waren meer dan 150 renners níet in beeld vandaag.”

Frederik Backaert (rechts) fietste tijdens de vierde etappe vijf uur lang op kop.
Frederik Backaert (rechts) fietste tijdens de vierde etappe vijf uur lang op kop. Foto Anne-Christine Poujoulat/AFP

Hij heeft deze dinsdag van Reims tot Nancy op kop gereden, zeg maar van Utrecht tot voorbij Maastricht. Tweehonderd kilometer lang met zijn gezicht in de wind, lichtjes op en af ging het soms, maar daar had je het vertier wel mee gehad. Vijf uur lang lag Frederik Backaert met zijn ellebogen over het stuur en fietste hij een paar minuten voor de grote groep uit, zonder ook maar de geringste hoop op de dagzege. Het was een ellenlange dag, maar hij zou het zo weer doen, het doel is minstens nog één keer deze Tour. „Ik voelde me soms wel een speelbal.”

Godzijdank had hij ploegmakker Yoann Offredo bij zich, dat scheelde al een slok op een borrel. Konden ze wat kletsen om de tijd te doden. Verder telde hij de kilometers af, zijn oog voortdurend gericht op zijn fietscomputer, wetende dat hij vlak voor de finish door een op hol geslagen peloton zou worden opgeslokt. De vraag was niet of, maar wanneer. Dan nog was zijn missie geslaagd. In de Tour is elke minuut op kop en dus in beeld van levensbelang. Zeker voor de ploeg met het kleinste budget: 6 miljoen per jaar. Team INEOS heeft het achtvoudige. Hen gaat het feitelijk alleen om de gele trui in Parijs.

Lees ook: Sagan sprint naar zege in vijfde etappe Ronde van Frankrijk

Backaert en Offredo bezorgden hun ploeg Wanty Groupe-Gobert en vooral de sponsoren dinsdag een topdag. Vijf uur reden ze in beeld, dat was kassa in Wallonië. Miljoenen mensen over de hele wereld maakten al dan niet bewust kennis met de bescheiden Belgische bouwbedrijven die met hun logo’s op het wielertenue prijken. Met sportief succes willen ze allemaal geassocieerd worden, hoewel niet te meten is wat het concreet oplevert. „Als ze daar vandaag niet content zijn, dan weet ik het ook niet meer”, zei Backaert. „Er waren meer dan 150 renners níet in beeld vandaag. Dat geeft mij dus voldoening.”

Backaert, boerenzoon uit de omgeving van Gent, beulde zich niet alleen maar voor zijn ploeg af. In de grootste wielerkoers van het jaar meezitten met de vlucht van de dag is al een mooi visitekaartje. „Je wil je op dit podium in the picture rijden. Mijn contract loopt eind dit jaar af. Zo’n lange dag is erg goed voor mijn naamsbekendheid.”

Dinsdag was in veel opzichten een goede dag, zei Wanty-ploegbaas Hilaire Van der Schueren in Saint-Dié-des-Vosges, startplaats van etappe vijf. „We zoeken nog een nieuwe hoofdsponsor. Als we vaak in beeld rijden zijn er misschien straks grotere firma’s geïnteresseerd. Bovendien moeten we laten zien dat we onze wildcard waard zijn, door de etappes te kleuren.”

Foto Anne-Christine Poujoulat/AFP

Laatste kilometers

Er is geen wielerwedstrijd met grotere belangen dan de Tour de France. Het is het grootste jaarlijks terugkerende sportevenement ter wereld, de halve wereldbevolking kijkt in drie weken minimaal één minuut naar de Tour, zocht de BBC in 2014 uit. In de laatste kilometers schakelen de meeste mensen in. Eigenlijk is dat dus het ideale moment om een mannetje in beeld te laten rijden. „Daarom stuur ik mijn renners niet mee in zo’n belachelijk lange vlucht”, zegt Yvon Ledanois, ploegleider van Arkea-Samsic, dat net als Wanty een wilcard kreeg om aan de Tour mee te mogen doen. „We willen allemaal publiciteit. Het beste is dan om een rit te winnen.” Dat lukt gemiddeld maar twaalf ploegen per Tour, tien teams keren onverrichter zaken huiswaarts.

Winnen in de Tour kan een carrière kleuren, weet ook Bauke Mollema. Twee jaar na zijn zege in de vijftiende etappe naar Le Puy-en-Velay is hij nog steeds trots. „Het is mijn grootste overwinning, en ik denk er nog geregeld aan terug. Ook aan de manier waarop, met zo’n solo. Het heeft mijn leven heus niet veranderd, maar ik heb er bijvoorbeeld best wat geld aan verdiend in de criteriums na de Tour.”

In de Tour bestaat geen troostprijs. Kijk eens naar het fanatisme van olympisch kampioen Greg Van Avermaet, die al negen maanden uitkeek naar de beklimming van de Muur van Geraardsbergen, in de eerste etappe afgelopen zaterdag. Daar lag de eerste bolletjestrui klaar, hij moest en zou die prijs hebben, en het lukte. „De Tour passeert maar één keer in mijn carrière over de Muur. Die kans moet je pakken.”

Twee dagen later ging het tricot voor beste klimmer naar zijn landgenoot Tim Wellens, die genoot van de sensaties in de trui. „Ik word voortdurend aangemoedigd, en door veel meer mensen herkend”, zegt hij. „Dat is leuk.” Hij denkt ook aan zijn sponsoren, die zijn frame met rode bolletjes hebben beplakt, net als zijn fietsbril en helm. „Daarvan gaan de foto’s het internet over.” Bij Lotto Soudal krijgen renners elk jaar in december een overzicht van hun marktwaarde, onder andere uitgedrukt in het aantal minuten waarop ze in beeld hebben gereden, zegt Wellens. Daarvoor worden hele bureaus ingehuurd die daar software voor hebben ontwikkeld.

Marc Sergeant, Wellens’ teammanager: „Onze sponsoren willen strijd zien, of in elk geval dat we proberen daaraan mee te doen. Dat is tevoren zo afgesproken, maar valt niet concreet te maken. Het gaat in de Tour om prijzen en publiciteit.”