Opinie

De tijd

Ellen Deckwitz

Dus ik ga nog even theedrinken met J. die zo hoogzwanger is dat ze een skippybal met beentjes lijkt. Omdat de baby in stuit ligt en twee hardhandige pogingen hem te kantelen niets hebben uitgericht, is er een keizersnede geagendeerd. Morgenochtend is het zover.

„Zo bizar”, zegt ze, „word je naar een voorverwarmde operatiekamer gebracht, met dimlicht en muziek naar keuze en een kwartier later heb je je baby.”

„Je kan de geboortehoroscoop dus nu al trekken”, mompel ik. „Zie je op tegen de ingreep?”

„Een beetje”, zegt ze. „Ik ben nog nooit geopereerd. Gelukkig is mijn geliefde erbij.”

„En daarnaast je hele familie?”

„Je mag maar één persoon mee.”

Praktisch. Ik kan me indenken dat het nogal druk zou worden als ze haar gehele familie mee zou nemen. Alle tachtig tantes rond de operatietafel, de chirurg en de assistent zouden elkaar niet meer verstaan.

Wanneer we afscheid nemen houd ik haar steviger vast dan normaal. Ik weet dat er dingen gaan veranderen, zoals altijd wanneer een vriendin moeder wordt, maar het voelt nog onwerkelijk. Op dit soort momenten vind ik het jammer dat we tegenwoordig zo weinig rituelen hebben. Die helpen tenminste een beetje om verandering in te kaderen. Natuurlijk is er anno nu de babyshower (en was de hare van epischer proporties dan het Televiziergala) maar je mist daarbij toch een zekere symboliek. Bij een bruiloft wordt de bruid bijvoorbeeld weggeven, waarbij iemand op zowel letterlijk als figuurlijk niveau van familie wisselt en dus van sociale identiteit. Dat je dat met zijn allen viert zorgt er ook voor dat het gezamenlijk bezinkt, het makkelijker te behappen valt. In dit soort moderne en vooral eenzamere tijden missen we voor steeds meer levensgebeurtenissen rites. Proberen we op eigen kracht verandering te torsen, en dat is soms zwaarder dan we zouden willen toegeven.

J. haalt haar fiets van het slot. Ze zal morgen een wereld betreden die ik goed ken dankzij mijn meervoudig tanteschap maar die tegelijkertijd mijlenver van me af staat. Even hoor ik gekraak, het verschuiven van gebieden, het ontstaan van nieuwe ruimtes. Even is er de angst dat er bruggen zullen verdwijnen. Dan draait ze zich om.

„Alles komt goed hè”, zegt ze. Ze klautert op haar fiets. Natuurlijk komt alles goed. Moeten we straks iets strakker plannen om elkaar te zien, maar dat is nou ook weer geen hogere wiskunde. Een beetje met elkaar meebewegen en de verandering zien als iets om te vieren in plaats van te vrezen.

Wanneer ik omdraai zie ik dat ze al bijna de bocht om is. De wind waait door haar haren, haar jurk spant om haar bolle buik. Daar gaat ze, denk ik. Daar fietst de tijd.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.