Dagboek van een visser: Santiago

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 21: Marlijnkoorts

De zon brandt op de kade als de marlijnkoorts toeslaat. In een lange rij staan de kraampjes langs het water, rijkelijk behangen met kleurenposters met daarop Britten, Duitsers, Hollanders, glunderend poserend met een geelvintonijn in de armen, of ’n mahi-mahi, vlinderrog, haai, marlijn. De firma’s heten White Marlin, Blue Marlin, Black Marlin, Wild Marlin, Sail Marlin. Hun getatoeëerde vertegenwoordigers dragen ringbaardjes en polarised sunglasses. Puerto Rico ademt geld en luxe. Toeristen worden binnengehengeld met de belofte groot spul aan de haak te gaan slaan. De ene kraam overschreeuwt de ander. Come and see! Best experience in your life!

Ik schuifel rond de Blue Marlin. „Ever sain a moarlin jamping in the air?”, vraagt de Schot. Slechts 70 euro, lunch en bier inbegrepen. Hij legt uit dat er zes dikke Shimano-hengels worden uitgezet met kunstaas zo groot als z’n voet en haken waaraan je een rund kan ophangen. Trolling, heet dat. Uiteraard krijg ik een gevechtsgordel om, anders breekt m’n rug in twee. Dan toont-ie me een papiertje, The Hemingway Certification. Dat krijg ik opgespeld als ik een marlijn binnenhaal.

„The old man and the sea”, merk ik op.

„Exactly my friend!”

„Why not The Santiago Certification?”

„Whoat?”

„It was Santiago, he caught the big marlin, not Hemingway.”

„Come on dude! Nobody knows Santiago!”

Dan plotseling consternatie. Hordes toeristen rennen naar een kajuitjacht achterin. Geroep en gezwaai. Een monstermarlijn? Nee toch? Dat is illegaal, alles moet teruggezet. Ik versnel m’n pas. Maar nee. Het is Michael van Gerwen. Drievoudig wereldkampioen darten. Z’n kaalkop glimt al op tv weldadig, onder de Canarische zon is het verblindend. Hij deelt handtekeningen uit en krijgt schouderklopjes. Michael gaat, zonder dartpijlen, op marlijnjacht. Met een paar vrienden een jacht afgehuurd. De hengel waarachter hij plaatsneemt is een soort koningszetel met een reelmolen zo groot als zijn kanis. Aan boord dozen prosecco en kratten bier. De toastjes zijn al belegd met roomkaas en repen zalm.

He was an old man who fished alone in a skiff in the Gulf Stream and he had gone eighty-four days now without taking a fish.

Zo begint de klassieker. Alles gaat Santiago verkeerd. Als hij de vis van z’n leven vangt en twee dagen lang in z’n roeibootje zonder eten en drinken aan de handlijn wordt voortgetrokken door de marlijn, verspeelt hij hem in een titanisch gevecht aan de haaien. Ten slotte zijgt hij afgepeigerd neer in het zand, bebloede handen, met naast zich het naakte geraamte van de zwaarste zwaardvis ooit gezien in ’t Cubaanse vissersdorp.

De motor start. Langzaam voert het vehikel vanuit de haven de zee op, en daar gaat Michael, zonder wapperende haren in de wind. Aan zijn blik te zien krijgt hij straks The Hemingway Certification opgespeld.