Opinie

    • Lotfi El Hamidi

Zal Srebrenica in ons geheugen beklijven?

Lotfi el Hamidi

‘Als we er één ding van hebben geleerd… dan is ’t hoe je het uitspreekt.” Zo keken Fokke en Sukke enigszins cynisch terug naar het drama in Srebrenica, waarbij in juli 1995 meer dan achtduizend Bosnische moslimmannen en jongens werden vermoord door Servische troepen. Genocide. En dat onder het oog van Dutchbat, het Nederlandse VN-bataljon dat de moslimenclave moest beschermen.

Een nationaal trauma. Althans, tot nu toe. Zoals we inmiddels weten nestelen ‘zwarte bladzijden’ uit de Nederlandse geschiedenis zich moeizaam in het collectieve geheugen. Zal het recente ‘Srebrenica’ wél in ons geheugen beklijven?

Volgens Amra Zeric (24) is er bij het grote publiek weinig kennis over de gebeurtenissen in 1995 en is de aandacht ervoor bescheiden. Het enige wat de studente op de middelbare school zelf heeft meegekregen over Bosnië is dat „een zekere Oostenrijkse kroonprins werd doodgeschoten in Sarajevo en daarmee de Eerste Wereldoorlog begon”.

Als kind van ouders die al vóór de oorlog uit Bosnië vertrokken kreeg Zeric de verhalen vroeg mee. „Mijn ouders volgden het Joegoslavië-tribunaal op de voet, hopend op gerechtigheid”, vertelt ze. Maar het belang van ‘Srebrenica’ overstijgt Bosnië en Nederland, vindt Zeric. „Het is de grootste massamoord in Europa sinds de Holocaust. Dat gegeven alleen al zou voor veel meer aandacht moeten zorgen.” Met het oprichten van een lobbygroep hoopt ze binnenkort een bijdrage te leveren aan kennis over Srebrenica.

Deze donderdag vindt de jaarlijkse nationale herdenking plaats op het Plein in Den Haag, waar Zeric voor het eerst aan zal deelnemen. Voor wie het niet de eerste keer zal zijn is Senada Klempic (21), die net als vorig jaar een toespraak zal houden. Voor Klempic is Srebrenica „een overgeërfd trauma”. „Ik heb een diepe emotionele band met Srebrenica, al ben ik er niet geboren”, zegt ze. Haar ouders komen uit het gebied rond de enclave en hebben de oorlog aan den lijve ondervonden. „Al op jonge leeftijd zag ik de sporen van de oorlog in het teruggetrokken gedrag van mijn ouders, al begreep ik het toen nog niet.” Dat ze neefjes en nichtjes heeft die zonder vaders zijn opgegroeid, en een zus en vriend die op jonge leeftijd oorlogsgetuigen zijn geweest en daardoor met bindingsangst en doodsangsten kampen, deden Klempic beseffen dat ze Srebrenica voor altijd met zich meedraagt.

Inmiddels is Klempic een bekend gezicht bij de herdenking. Zelf ziet ze dat de belangstelling verwatert en dat er elk jaar minder prominente (ex-)politici komen opdagen. Ze hoort zelfs stemmen opgaan om na 25 jaar ‘Srebrenica’ de herdenking af te bouwen. Maar niet als het aan haar ligt, zegt ze strijdvaardig. Of zoals het tweetalige motto van de herdenking luidt: Nikad ne zaboraviti – Nooit vergeten.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.