Kan Nederland nog nee zeggen als de VS om meer defensie-inzet vragen?

Defensie Amerikanen verwachten hogere defensie-uitgaven, hulp in Syrië, of in de Straat van Hormuz. Kan Nederland nog nee zeggen?

Een schip van de Amerikaanse marine bij de kust van Fujairah, Arabische Emiraten.
Een schip van de Amerikaanse marine bij de kust van Fujairah, Arabische Emiraten. Fay Abuelgasim/AP

De Amerikaanse druk op Nederland om militaire en geopolitieke ambities waar te maken, neemt verder toe. Na de felle kritiek op het achterblijven van de Nederlandse defensie-uitgaven en het openlijke gemopper over de terughoudendheid van Nederland om deel te nemen aan missies, ligt er nu ook een verzoek om te helpen bij de bescherming van olietankers in de Straat van Hormuz, de zeeroute ten zuiden van Iran.

„Dit is ongezien”, zegt veiligheidsexpert Dick Zandee van Instituut Clingendael. „Vroeger deden de Amerikanen ook verzoeken, maar dat gebeurde achter gesloten deuren. Nu gaat het publiekelijk, via de media. De methode-Trump.”

Lees ook de column van Carolien Roelants over de Straat van Hormuz: Iraanse agressie? Groeiende Amerikaanse agressie eerder

Het jongste verzoek werd twee weken geleden gedaan tijdens een NAVO-bijeenkomst in Brussel. De Amerikanen beschuldigen Iran van het saboteren van olietankers. Waarnemend defensieminister Mark Esper vroeg de NAVO-partners om „een bijdrage” voor het garanderen van de maritieme veiligheid in de regio, aldus een vrijdag naar de Tweede Kamer gestuurd verslag. Het kabinet zou overwegen een fregat te sturen. „Nederland wordt duidelijk aan de tand gevoeld”, zegt Zandee.

Kan Nederland nog wel nee zeggen? Eind mei lag er ook al een verzoek om te helpen in het noordoosten van Syrië. De VS willen zich daaruit terugtrekken, maar dat kan pas als de anti-IS-coalitie op eigen kracht kan overleven, of voldoende steun krijgt van Europese partners. Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) zei het verzoek „welwillend” te zullen bestuderen, maar gaf ook meteen aan dat er voor het sturen van grondtroepen geen mandaat is. Ook Duitsland wil geen grondtroepen sturen.

De irritatie van de Amerikanen over wat zij zien als parasitair gedrag is groot. Tijdens dezelfde recente NAVO-vergadering wreef Esper Bijleveld onder de neus dat Nederland nog steeds geen 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) uitgeeft aan defensie, ook al is dat in NAVO-verband wel zo afgesproken. Sterker nog: Nederland behoort tot de elf NAVO-landen (van de 29) die de norm in 2024 niet gaan halen en ook geen plan hebben om dit wel voor elkaar te krijgen, zo valt in de Kamerbrief te lezen.

Esper riep Nederland in Brussel op om dit alsnog te doen in aanloop naar de grote NAVO-top van december, wanneer het 70-jarig bestaan van het militair bondgenootschap wordt gevierd. Al in oktober moeten de ‘zondaars’ in de aanloop van het feest met „een actualisering” komen, inclusief een „geloofwaardig nationaal jaarlijks plan” voor 2020.

„Nederland heeft er de mond vol van gehad dat je bij defensie-inspanningen niet alleen naar de input moet kijken, naar geld, maar ook naar output”, zegt Zandee van Clingendael. „Dat is door de Amerikanen goed geregistreerd.” Neem het verzoek om hulp in Syrië: dat werd kracht bijgezet door de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, Pete Hoekstra, in een interview met de Volkskrant. Eerder had het kabinet scherp gereageerd op het Amerikaanse voornemen om Syrië vrij plotseling te verlaten. Nu was het aan Nederland om „na deze retoriek en deze kritiek” het goede voorbeeld te geven en zélf manschappen te sturen, kaatste Hoekstra terug. Door de openlijke Amerikaanse bemoeienis worden de Nederlandse defensiekeuzes nu publiekelijk bediscussieerd.

Tweede Kamerlid André Bosman (VVD) begrijpt dat de VS een punt maken van de Nederlandse defensie-uitgaven. „Ik snap die discussie”, zegt de voormalige jachtvlieger, die ruim twintig jaar bij de krijgsmacht zat. Maar hij zegt ook: „Ik laat me niet onder druk zetten.” Bij het inzetten van manschappen moet je als land steeds weer „een eigen afweging” maken en zou een eerdere weigering geen enkele rol moeten spelen.

Nederland zegt ook vaak genoeg ja: eerder dit jaar stemde het tijdens de Venezuela-crisis in met het Amerikaanse verzoek om Curaçao te kunnen gebruiken als „humanitaire hub”. Bovendien wil Nederland extra Amerikaanse F-35-straaljagers aanschaffen, waarmee volgens Bijleveld „de basis wordt gelegd voor een derde F-35-squadron”.

Nederland heeft nu ook besloten om, op Amerikaans verzoek, extra inlichtingencapaciteit beschikbaar te stellen: 45 militairen gaan vanaf vliegbasis Leeuwarden en het Duitse Ramstein in ploegendienst video’s uit Irak en Afghanistan analyseren voor de Amerikanen. Compenseert Nederland zo voldoende voor de achterblijvende defensie-uitgaven? Het fregat zou nog wel eens hard nodig kunnen zijn.