Schuchtere Ryan maakte Primark miljardenbedrijf

Arthur Ryan (1935 – 2019) Arthur Ryan, de oprichter van kledingketen Primark, hield niet van luxe eten, interviews of risico’s.

Arthur Ryan (links) kijkt toe hoe de voormalig Ierse premier Enda Kenny (midden) een Primark opent.
Arthur Ryan (links) kijkt toe hoe de voormalig Ierse premier Enda Kenny (midden) een Primark opent. Foto Britta Pedersen/EPA

Hij beschreef zichzelf eens als iemand die van „ham met brood met boter” hield. Arthur Ryan, oprichter van de van oorsprong Ierse kledingketen Primark, was geen man van extravagante liflafjes. Liever had hij een degelijke, voedzame maaltijd. Een gerecht bovendien waarvan je vooraf precies weet wat je ervan kunt verwachten, tegen een heel betaalbare prijs. „Zo zie ik het: geen risico’s.”

Zijn bedrijf bouwde Ryan, die maandag op 83-jarige leeftijd overleed, volgens diezelfde principes. Primark verkoopt kleding die de mode volgt, maar zeker niet bepaalt. Zoals ook de Zweed Erling Persson deed met Hennes & Mauritz, en Amancio Ortega Gaona nog altijd doet bij Inditex, eigenaar van merken zoals Zara, Berschka en Pull & Bear. Het grote verschil: niemand kon het goedkoper dan Ryan.

De in Dublin geboren Ryan begon zijn loopbaan overigens niet als ondernemer, maar in loondienst. Na zijn schooltijd verhuisde hij naar London, waar hij bij het luxe warenhuis Swan & Edgar op Piccadilly Circus verantwoordelijk werd voor de inkoop van dassen. Later keerde hij terug naar Ierland, en ging hij aan de slag bij het warenhuis Dunnes. Daar kwam hij in aanraking met het credo „pile high, sell low” – veel verkopen tegen een relatief lage marge.

In de zomer van 1969 werd Ryan bij Dunnes weggeplukt door de steenrijke Brits-Canadese familie Weston. Zij waren met hun bedrijf Associated British Foods op dat moment vooral actief in de bakkerijen en supermarkten, maar wilden een keten beginnen voor goedkope kleding. Die kreeg uiteindelijk de naam Penneys en opende in Mary Street in het centrum Dublin.

Dat zijn kledingketen deel uitmaakte van een supermarktbedrijf was een groot voordeel, merkte Ryan al snel. Door op te trekken met zusterbedrijf Power Supermarkets kon Penneys zich vestigen op locaties die eigenlijk alleen bestemd waren voor supermarkten. Daarmee betaalde het bedrijf veel lagere huren dan een groot deel van zijn concurrenten, waardoor het ook de prijs van kleding lager kon houden.

De naam Primark volgde overigens pas een paar jaar later, toen Ryan met zijn keten een eerste vestiging in Groot-Brittannië wilde openen. Het merk Penneys kon hij daar niet gebruiken, omdat het te veel leek op de naam van het Amerikaanse warenhuis J.C. Penney. En ook Ryans voorkeur Prima – Latijn voor „eerste” – bleek al bezet. „Maar we wilden graag iets met de letter P”, vertelde Ryan daar vorig jaar over in een zeldzaam interview met vakblad Drapers Online. „Dus we besproken alle namen en kozen hiervoor. Het kostte 33 minuten.”

Het zegt veel over de daadkracht waarmee Ryan zijn bedrijf bestuurde, zeiden collega’s toen de Ier in 2008 na bijna veertig jaar afscheid nam als topman van Primark. Ryan is iemand die niet twijfelt en besluiten op intuïtie neemt. En daarbij altijd oog houdt voor de prijs van zijn producten. Zo maakt Primark zelden reclame en kent het bedrijf weinig managementlagen, allemaal om zijn kleding zo goedkoop mogelijk te verkopen.

Dat die aanpak succes heeft blijkt uit de cijfers: in vijftig jaar tijd is Primark uitgegroeid tot een keten met 370 winkels in twaalf landen. Inmiddels is het kledingbedrijf met een jaaromzet van meer dan 8 miljard euro goed voor grofweg de helft van alle omzet van Associated British Foods. Tegelijkertijd komt die supergoedkope kleding het bedrijf ook op kritiek te staan. Want hoe duurzaam kan dat nou helemaal zijn, 3,50 euro voor een poloshirt?

Het is een discussie waar Ryan zich nooit over heeft uitgelaten. De oprichter leidde al jarenlang een teruggetrokken bestaan, naar verluidt uit angst om ontvoerd te worden. Bij publieke gelegenheden verscheen hij zelden. Zijn laatste grote interview dateert volgens zakenkrant Financial Times uit de jaren zeventig.

George Weston, topman van Associated British Foods, noemde Ryan dinsdag in een verklaring „een van de reuzen van de detailhandel”. „Toen mijn grootvader Garfield Weston en mijn oom Galen Weston Arthur vroegen om Penneys aan te sturen in 1969 wisten ze dat ze een goede handelaar aannamen. Maar wat drie generaties Westons in de decennia daarna leerden was dat Arthur ook een groot leider en bedrijvenbouwer was.”