Met het ‘A-merk Rembrandt’ wil Leiden meer bezoek trekken

Leiden Rembrandtstad Leiden wil profiteren van het feit dat Rembrandt er werd geboren en opgroeide. „Amsterdam zullen we niet verslaan, maar de jónge Rembrandt kunnen we claimen.”

Op de plek van Rembrandts geboortehuis staat nu een wooncomplex met een plaquette op de gevel.
Op de plek van Rembrandts geboortehuis staat nu een wooncomplex met een plaquette op de gevel. Foto Peter Hilz

Bijna allemaal gebruiken ze hetzelfde woord. „Rembrandt is een A-merk”, zegt directeur Martijn Bulthuis van Leiden Marketing. Wethouder Paul Dirkse: „Rembrandt is een fantastisch merk om je aan te verbinden.” Tjeerd Scheffer, organisator van de Leidse Rembrandt Dagen, mede-initiatiefnemer van de jaarlijkse kranslegging bij diens borstbeeld én al 29 jaar de man achter de Leiden Marathon: „Het is natuurlijk triest dat je Rembrandt een A-merk moet noemen. Maar ja, dat is hij nu eenmaal.”

Leiden wil Rembrandtstad worden. De grote schilder (1606-1669) woonde weliswaar vanaf zijn 25ste in Amsterdam, maar als negende kind van een molenaar en een bakkersdochter werd hij geboren in Leiden. Dáár, niet in Amsterdam, ging hij naar de Latijnse school aan de Lokhorststraat en, op zijn veertiende, naar de Universiteit aan het Rapenburg. Niet alleen om colleges te volgen waarschijnlijk, hij wilde schilderen en was daarvoor in de leer gegaan, maar voor de privileges: belastingvrij bier en vrijstelling van dienst in de schutterij.

Bronzen borstbeeld aan de Witte Singel Foto Lex van Lieshout /ANP

„De meesterschilder zou niet geworden zijn wie hij was, was hij niet hier geboren”, zo worden dit soort historische feiten samengevat in een factsheet van Leiden Marketing. Want dát is wat Leiden voor ogen staat, zegt Martijn Bulthuis: „Amsterdam zullen we niet verslaan, maar de jónge Rembrandt kunnen we claimen.” Tjeerd Scheffer: „Hij zou in de oude binnenstad nog altijd zijn weg kunnen vinden, naar zijn school kunnen lopen en de huizen van z’n vriendjes kunnen opzoeken. Rembrandt was een kanjer van een Leidse jongen.”

Dus viert Leiden dit Rembrandtjaar met een expositie in Museum De Lakenhal getiteld ‘Jonge Rembrandt – Rising Star’, met zeven uitvergrote werken uit ‘Rembrandts jonge jaren’ aan de gevels van zeven universiteitsgebouwen („Ons anatomisch theater en onze Hortus Botanicus moeten hem geïnspireerd hebben”, schrijft de universiteit daarover), met een ‘Young Rembrandt Walk’ door Leiden inclusief augmented reality-app, een ‘Young Rembrandt Studio’ in het atelier waar hij leerde schilderen, een ‘talentenprogramma jonge Rembrandt’, enzovoort.

Lees ook hoe Holland Marketing het Rembrandtjaar organiseerde

Rembrandt maakte fouten

Die jeugdigheid van de schilder is precies de reden dat Meta Knol, directeur van het pas heropende Museum De Lakenhal, zich anders uitdrukt: „De jonge Rembrandt wás geen A-merk. Hij probeerde dingen uit, luisterde niet naar zijn leermeesters, maakte fouten en leerde daarvan.” Wethouder Dirkse, behalve verantwoordelijk voor citymarketing ook portefeuillehouder kennis en onderwijs: „Daarom is ons verhaal ook breder. Leiden, dat staat voor een stad waar je kennis opdoet, dingen ontdekt.”

Voor dat ‘brede verhaal’, Leids Continuüm genoemd, kreeg de stad een maand geleden nog de Nationale Citymarketing Trofee 2019. De jury prees Leidens „aansprekende storytelling”, waarin „ontdekkingen uit het verleden de basis zijn van hedendaagse en toekomstige ontdekkingen”. Wethouder Dirkse: „Jong, talentvol, innovatief: dat is het verhaal van onze stad.”

Het is eerder geprobeerd: met het ‘A-merk Rembrandt’ meer bezoek naar Leiden trekken. In Rembrandtjaar 2006 (400ste geboortejaar, 2019 is het 350ste sterfjaar) was rond de schilder ook van alles te doen in de stad. Maar toen, zegt Martijn Bulthuis van Leiden Marketing, „investeerde Leiden alleen in dat ene jaar, er was geen legacy, geen vervolg”.

De jonge Rembrandt wás geen A-merk

Meta Knol directeur Museum De Lakenhal

Dat komt er nu wel: de stadswandeling-met-app en de studio blijven bestaan, Museum De Lakenhal „zal het verhaal blijven vertellen”, zegt Meta Knol: „Leiden is de bakermat van de Gouden Eeuw. Rembrandt, Jan Steen, Jan Lievens, Gerrit Dou: allemaal komen ze hier vandaan. Die context bieden wij.” Het is niet onbelangrijk in dit verband: als de stad ook na dit jaar bezoekers wil blijven trekken met Rembrandt, zegt Bulthuis, „moet er natuurlijk wel een product zijn”.

Lees ook hoe De Lakenhal weer een Leids paleisje werd

En precies dat is een beetje een pijnpunt. Rembrandt mag dan in Leiden zijn geboren, zijn ouderlijk huis aan de Weddesteeg is begin 20ste eeuw afgebroken. Alleen een plaquette – ‘Hier werd geboren op den 15den juli 1606 Rembrandt van Rijn’ – siert nog de gevel van wat tegenwoordig een wooncomplex is. Er zijn geen schilderijen bekend waarop Rembrandt Leiden of een Leids interieur afbeeldde. Zelf had de stad lange tijd geen enkel werk van de schilder, nu zijn dat er twee: het kleine, in 2012 aangekochte schilderij De brillenverkoper (1624) en Historiestuk met zelfportret van de schilder (1626), een langdurig bruikleen. Ter vergelijking: het Amsterdamse Rijksmuseum toonde dit voorjaar in Alle Rembrandts 22 schilderijen, 60 tekeningen en 300 etsen uit eigen collectie.

Wat er nog wel is: het academiegebouw van de universiteit, de Latijnse school (tegenwoordig te huur als kantoorgebouw) en het atelier waar hij schilderles kreeg. Dat laatste gebouw, een woonhuis, besloot het stadsbestuur vier jaar geleden te huren. Nu is daar op de begane grond de ‘Young Rembrandt Studio’ gevestigd. Verder is er een ‘Ode aan Rembrandt’-beeld van staal en glas (door Jan Wolkers) en, sinds Rembrandtjaar 2006, het beeld ‘De Jonge Rembrandt’ van de Duitse kunstenaar Stephan Balkenhol.

Geschiedenis van gemiste kansen

Het bronzen borstbeeld van Rembrandt waar in de nacht van 14 op 15 juli (zijn verjaardag) de jaarlijkse kranslegging plaatsvindt, staat sinds 1906 op een hoge sokkel aan de Witte Singel. Wat inhoudt dat die kranslegging nog een heel gedoe is: om de krans om het beeld van de schilder te kunnen hangen, moeten aan weerszijden laddertjes tegen de sokkel worden gezet. Het aantal belangstellenden varieert, meer dan enkele tientallen zijn het er meestal niet.

„Leiden heeft een geschiedenis van gemiste kansen”, zegt Meta Knol over de aankooppogingen van de stad. Martijn Bulthuis: „Er is wel wat misgegaan, ja. Het is erg jammer dat het geboortehuis er niet meer is.” Tjeerd Scheffer („Leiden heeft Rembrandt nooit goed ontwikkeld”) heeft intussen een stichting opgericht die zich inspant voor een ‘Rembrandt Experience’ in Leiden: een high tech-bezoekerscentrum vol „touchscreen monitors, plasmaschermen, robotten, hologrammen en 3D-wearables”, waar je in verschillende zalen kennismaakt met Rembrandt, Leiden en de Gouden Eeuw. Geraamde kosten: zo’n 3 miljoen euro. Voorlopig zijn er nog geen geldschieters gevonden.

Lees ook Rijks begint onderzoek naar ‘De Nachtwacht’- wat gaat er precies gebeuren?

Maar móét Leiden ‘de stad van de jonge Rembrandt’ worden? Met dertien musea, een goed bewaarde binnenstad en de geschiedenis van de Pilgrim Fathers (Amerikanen staan op de vierde plek qua bezoekersaantallen, na Belgen, Duitsers en Engelsen) trekt de stad nu al zo’n twee miljoen dagbezoekers per jaar (385.000 overnachtingen in 2017).

Bulthuis („Toerisme is vooralsnog een kans”) en Dirkse („Mensen moeten weten: Amsterdam is de place to be, maar je moet zeker ook even naar Leiden”) vinden van wel. Tjeerd Scheffer: „Maar weet je, we zijn ook gewoon trots op hem en op onze stad. En dat willen we uitdragen.”