Na Turkse celstraf nu ook voor een Nederlandse rechter

Syriëgangers Na een Turkse veroordeling buigt nu een Nederlandse rechtbank zich over twee Syriëgangers. Kan dat?

De Al-Noori Al-Kabeer-moskee in Mosul, in 2014, het jaar dat de Syrische stad in handen viel van Islamitische Staat. Foto EPA/STR
De Al-Noori Al-Kabeer-moskee in Mosul, in 2014, het jaar dat de Syrische stad in handen viel van Islamitische Staat. Foto EPA/STR

Kan Nederland terreurverdachten straffen die in Turkije al veroordeeld zijn? Die vraag staat dinsdag centraal in de extra beveiligde rechtbank op Schiphol. De verdediging van Reda N. uit Leiden en Oussama A. uit Utrecht (beiden 24) heeft het woord. „Wil het Openbaar Ministerie in de spotlights staan?” vraagt advocaat Yasar Ozdemir zich af. Justitie zou onterecht proberen om de Syriëgangers ook in eigen land nog aan te pakken. „Dit is een politieke keuze.”

De advocaat wordt geflankeerd door de twee verdachten. Allebei het hoofd kaalgeschoren en een grijze capuchontrui aan. N. heeft een zwarte baard. A. klinkt soms instemmend wanneer de advocaat zijn pleidooi houdt.

N. en A. reisden onafhankelijk van elkaar naar gebied in handen van terreurgroep Islamitische Staat, waar ze tussen 2014 en 2016 verbleven. Zelf zeggen de mannen dat ze daar humanitair werk deden: ze zouden gewerkt hebben in een ziekenhuis.

Volgens het OM blijkt echter uit foto’s en berichten overduidelijk dat de twee deelnamen aan de gewapende strijd. A. – die bij een sniperbataljon zou hebben gezeten – wordt ook als eerste Nederlandse Syriëganger ooit vervolgd voor een oorlogsmisdaad: hij ging op de foto met een door IS geëxecuteerde en gekruisigde man. Daarmee zou hij het slachtoffer in zijn waardigheid hebben aangetast, in strijd met het oorlogsrecht. N. wordt verder ook vervolgd omdat geprobeerd zou hebben twee jonge Nederlanders te ronselen, onder wie een zestienjarig meisje. Tegen A. is zeven jaar en acht maanden celstraf geëist, tegen N. zeven jaar.

Ne bis in idem

N. en A. besloten in 2016, wanneer het zelfverklaarde kalifaat langzaam begint af te brokkelen, over te lopen naar het Vrije Syrische Leger. Na een aantal maanden hebben ze definitief genoeg van Syrië en steken ze over naar Turkije. Daar worden ze in november dat jaar vastgezet.

En dat is waar de zaak lastig begint te worden. Na anderhalf jaar in voorarrest veroordeelt een Turkse rechtbank de twee mannen tot zes jaar en drie maanden celstraf voor deelname aan de terreurorganisatie IS. Maar op de dag van het vonnis in mei 2018 worden beiden om onduidelijke redenen in vrijheid gesteld. Een kleine twee maanden later landen ze op Schiphol, waar ze direct worden aangehouden.

Zijn N. en A. nu gestraft voor hun tijd bij het kalifaat of niet? Het rechtsbeginsel ne bis in idem (Latijn: niet twee keer voor hetzelfde) stelt namelijk dat een verdachte niet twee keer veroordeeld mag worden voor hetzelfde feit. Volgens justitie is daar geen sprake van: de verdachten waren namelijk in hoger beroep gegaan, waardoor de uitspraak niet ‘onherroepelijk’ is. Volgens de officier van justitie is niet duidelijk wat daar de juridische status van is: pas een aantal dagen geleden werd het OM op de hoogte gesteld dat de verdachten het beroep hebben ingetrokken. Bovendien hebben de verdachten nog geen kwart van hun straf uitgezeten, en volgens het OM is niet duidelijk of ze in Turkije langer hadden moeten vastzitten.

Lees ook: Een internationale rechtbank voor ‘onze IS-gangers’

Dat vindt de verdediging onbegrijpelijk. „Er is een meewerkend land, en daar wordt geen gebruik van gemaakt”, stelt advocaat Ozdemir. Volgens hem hebben de twee jonge mannen wel degelijk hun straf uitgezeten en is sprake van een „ontoelaatbare dubbele vervolging”.

De uitspraak kan gevolgen hebben voor toekomstige terugkeerders. Het ministerie van Buitenlandse Zaken kan niet zeggen hoeveel Syriëgangers een vonnis wacht in Turkije. Zover bekend zitten ongeveer 27 terreurverdachten, inclusief vermeende PKK’ers, in de cel of vast in het land vanwege een uitreisverbod.

‘Domme fout’

Voordat de voorzitter de zitting afrondt en de twee Syriëgangers twee weken moeten wachten op een uitspraak, krijgen de verdachten het laatste woord. N. herinnert zich zijn tijd in een Turkse gevangenis. „Geen contact met ouders, geen kleren. Ik ben een stress-eter. Dat ik 120 kilo woog in Turkije zegt genoeg”, stelt hij. „Wij zijn teruggekomen om ons leven te hervatten. Ik dacht: we zitten een paar dagen vast, worden verhoord en dan gaan we door.”

A. is „disappointed” dat hij weer terechtstaat. „Feit is dat wij al lang hebben vastgezeten, zonder vooruitzicht. Ik heb nooit Nederland bedreigd. Waarom wordt gedaan of ik een Gökmen T. ben? Ik weet dat ik een domme fout heb gemaakt, maar iedereen verdient een tweede kans.”