Militieleider schuldig aan oorlogsmisdaden in Congo

Internationaal Strafhof In zijn omvangrijkste zaak ooit heeft het Internationaal Strafhof een militieleider uit Congo schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden.

De Congolese militieleider Bosco Ntaganda betreedt de rechtszaal van het Internationaal Strafhof om zijn vonnis aan te horen
De Congolese militieleider Bosco Ntaganda betreedt de rechtszaal van het Internationaal Strafhof om zijn vonnis aan te horen Foto Eva Plevier/Reuters

De Congolese militieleider Bosco Ntaganda is maandag door het Internationaal Strafhof in Den Haag schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Hij is verantwoordelijk voor onder meer moord, verkrachting, seksuele slavernij, het inzetten van kindsoldaten en plundering in 2002 en 2003 in de regio Ituri. De straf wordt later bepaald.

Ntaganda was van 2002 tot 2005 een bevelhebber van de rebellenbeweging UPC. Deze groep, vooral bestaande uit etnische Hema, voerde een zeer gewelddadige strijd tegen de Lendu. Ntaganda heeft altijd beweerd onschuldig te zijn.

De zaak is de grootste die het Strafhof sinds de oprichting in 2002 heeft gevoerd: er waren 248 zittingsdagen, waarop 102 getuigen zijn gehoord. De aanklager had achttien aanklachten geformuleerd, die volgens de rechters alle zijn bewezen. Er zijn 2.129 slachtoffers erkend in het proces. Zij maken mogelijk aanspraak op een vorm van schadevergoeding.

Tegelijkertijd illustreert de zaak hoe moeilijk een veroordeling in Den Haag tot stand komt. Dit was pas de vierde keer dat een verdachte in een substantiële zaak schuldig is bevonden. Het arrestatiebevel tegen Ntaganda was al in 2006 uitgevaardigd, maar hij kon daarna nog generaal worden in het Congolese leger en leidde een luxe leven. Hij werd onder meer beschermd door een afsplitsing van de Congolese Tutsi-rebellengroep M23. In 2013 meldde hij zich bij de Amerikaanse ambassade in Rwanda met het verzoek om naar Den Haag te worden gebracht. Vermoedelijk was dat voor hem de veiligste optie, omdat een deel van zijn strijders zich tegen hem had gekeerd.

Het proces begon in 2015 en heeft een krappe vier jaar geduurd. Voor slachtoffers zijn er dus zestien jaar verstreken voor er gerechtigheid kwam, als Ntaganda tenminste niet in beroep gaat. Hij heeft daarvoor een maand de gelegenheid.

Dit was de eerste keer dat het Strafhof iemand veroordeelde voor seksueel geweld. Het ging niet alleen om verkrachting van de burgerbevolking, maar ook om seksuele slavernij van minderjarige meisjes. Bij een eerdere zaak, tegen de Congolese militieleider Germain Katanga, is wel vastgesteld dat er seksueel geweld had plaatsgevonden, maar niet dat de verdachte daar verantwoordelijkheid voor droeg. Ntaganda’s vroegere baas, Thomas Lubanga, werd alleen veroordeeld voor het inzetten van kindsoldaten.

Momenteel woedt er weer strijd in Ituri. Mensenrechtenorganisaties hopen dat Ntaganda’s veroordeling als waarschuwing wordt opgevat door de strijdende partijen in de regio.