Knokkeldruk

Schrijver en kunstschilder wandelen acht weken langs de kust en doen verslag in woord en beeld. Afl. 1. Zooltje
Jan Groenhart
Jan Groenhart

Ons gesprek over inlegzooltjes, dat deed het ’m. Mijn hele leven lang al is het een aanvechting die ik nauwelijks kan weerstaan: als ik langs het strand loop, wil ik dóórgaan. Doorlopen, omringd door mistflarden en albatrossen, tot aan de jongste dag. Nou ja, in ieder geval het hele Nederlandse strand. Maar met wie?

Toen belde Jan Groenhart, die ik twintig jaar geleden eens had ontmoet en deelgenoot had gemaakt van mijn droomplan, maar sindsdien nooit meer had gesproken. Jan Groenhart, kunstschilder, levensgenieter, strandliefhebber, meer wist ik niet.

„Ik ben met pensioen”, zei hij. „Zullen we gaan?”

Bij onze ontmoeting maakte ik, meer zorgelijk dan levensgenietend ingesteld, bedrukt melding van een zeurende knokkeldruk aan mijn linkervoet. Als we gingen, moest ik in mijn linkerschoen misschien een hoger inlegzooltje leggen om die druk te verminderen. Maar dat zou volgens mijn dochter weer tot ernstige rugklachten leiden.

„Niks aan de hand!”, riep Jan. „We lopen over het strand naar het noorden. Dan staat je linkervoet sowieso wat lager dan je rechter. Dus met zo’n hoger zooltje herstel je juist het evenwicht.” Toen was het in één keer gepiept. Iemand met zo’n positieve instelling, daarmee durfde ik in zee.

Alleen.... naar het noorden? Die verleiding om eindeloos dóór te lopen heb ik juist als ik zuidwaarts ga, met de zon in m’n kop. Gibraltar wenkt me dan. Volgens mij heeft het ook te maken met de hollebolle kustlijn die de contour van Nederland bepaalt. Het is een mooie klare lijn, ze vleit het oog. Ze verloopt geleidelijk, zonder uitschieters, maar toch: niet recht! Alsof de ontwerper door het aanbrengen van een enkel simpel ornament heeft willen voldoen aan onze voorliefde voor matiging en ingetogen pronk.

Vraag een schoolkind Nederland te tekenen en het begint met de liefdevolle aai van die glooiende kustlijn. Van boven naar beneden – nooit andersom. Dus beginnen op Rottumeroog en eindigen in Cadzand, leek me vanzelfsprekend... tot Jan me kwam vertellen dat voor een schilder het zuiderlicht niks gedaan is. Te vlak, te saai – voor licht met nuances moet je de andere kant op. Bovendien, voegde hij er fijntjes aan toe: als we naar het zuiden afdaalden, zou ik met dat inlegzooltje in m’n linkerschoen juist dubbel mank lopen.

We namen de kaart en rekenden. Het Nederlandse strand is, inclusief de waddeneilanden, ruim 350 kilometer lang. We besloten er nog twee stukjes aan vast te plakken, om ook een indruk te krijgen van verschillen in strandcultuur tussen ons en onze buren. Dus beginnen in het Belgische Knokke en eindigen op Borkum, het eerste Duitse waddeneiland. Daartussenin: strand, strand en strand alleen, het totale strand van Nederland.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.