Reportage

Loopgravenoorlog in het olifantenparadijs

Botswana Nu Botswana het jachtverbod op olifanten heeft opgeheven, ontstaat er een loopgravenoorlog in de wildparken: de dorpelingen tegen de dierenbeschermers, zwart tegen wit. „Als er niks gebeurt, word ik stroper.”

Het karkas van een olifant.
Het karkas van een olifant. Foto Siphiwe Sibeko/Reuters

Het was even na tien uur ’s avonds toen Olebile Samunzala telefoon kreeg van zijn nicht, vanuit beneden in de vallei. Hij was er weer.

Voor de vierde nacht achtereen was een olifantenstier bezig haar veld vol meloenen en aardappelen om te woelen. Ze voelde zich niet veilig in haar eigen huis. „Toen heb ik hem doodgeschoten”, zegt Samunzala, staande op de plek waar hij de trekker overhaalde.

Aan zijn voeten liggen de verkoolde resten van het beest. De laatste drollen die de olifant in het veld achterliet, geuren nog. Nadat de dorpelingen de slagtanden aan ambtenaren van het Ministerie voor Wildbeheer hadden overgedragen, en het vlees onder elkaar hadden verdeeld, hebben ze de rest van het logge lijf verbrand. In de zwartgeblakerde brandstapel zijn de bovenkaak, een poot, een linkeroor en een stuk van de slurf nog duidelijk herkenbaar. „Ik heb zijn hart opgegeten. De olifant zit nu in mij”, lacht Samunzala schuchter.

Begrijp hem niet verkeerd. Hij houdt van olifanten. Zo lang als hij zich heugt wonen de dorpen hier aan de rand van het Chobe Nationale Park in het noorden van Botswana met de dieren samen. „Maar op het moment dat we met elkaar in conflict komen, zal een van ons moeten sterven.”

Meer dan een derde van alle olifanten in de wereld loopt in de moerassen en de savannes van Botswana. Een land van twee miljoen inwoners, met ten minste 130.000 olifanten, hoewel er tellingen zijn die beweren dat het er inmiddels meer dan 200.000 zijn. Terwijl in West-Afrika olifanten tot uitsterven zijn gestroopt en ook in Oost-Afrika de populatie dramatisch is uitgedund, gold Botswana altijd als het Hof van Eden. Streng bewaakt door de bewapende soldaten van de Botswana Defence Force werd dit land ten noorden van Zuid-Afrika een veilige haven voor olifanten. Hier konden ze de stropers uit buurlanden ontvluchten.

Jarenlang gold een shoot-to-kill-beleid tegen stropers in Botswana: wie op heterdaad werd betrapt in een van de parken kon ter plekke worden doodgeschoten. De vorige president, Ian Khama, kondigde in 2014 ook een verbod af op de trofee-jacht op olifanten, die in omliggende landen als Namibië, Zimbabwe en Zuid-Afrika staande praktijk is.

Een boer laat de resten zien van zijn watermeloenen, nadat olifanten zijn terrein beschadigden. Foto Monirul Bhuiyan/AFP

Alleen het afschieten van olifanten uit noodweer, waartoe Samunzala zich genoodzaakt zag om zijn familie te beschermen, was altijd toegestaan. Maar sinds Khama vorig jaar terugtrad, is er oor voor dorpelingen die zeggen onder de voet te worden gelopen door de dieren. Eind mei kondigde de regering van zijn opvolger Mokgweetsi Masisi aan de jacht op olifanten toch weer toe te willen staan. In de aanloop van de CITES-conferentie in augustus, waar jaarlijks wordt gediscussieerd over de bescherming van met uitsterven bedreigde diersoorten, ging hij zelfs verder. Botswana sloot zich aan bij de oproep van de buurlanden Namibië, Zambia en Zimbabwe om de handel in ivoor weer toe te staan. Die handel zou de regering veel geld kunnen opleveren, omdat ze na lange embargojaren grote voorraden ivoor bezitten.

En toen was het hommeles in het olifantenparadijs. Het nieuwe beleid heeft in Botswana en daarbuiten tot een loopgravenoorlog geleid tussen voor– en tegenstanders van het jachtverbod. Dorpelingen tegen dierenbeschermers, en dierenbeschermers onderling.

„Dit verhaal staat bol van de emotie”, zegt Mark Vandewalle in zijn containerkantoor aan de rand van Kasane. Vandewalle bestudeert het wild van Botswana al ruim dertig jaar en runt de natuurbehoudsorganisatie Caracal.

Buiten zijn kantoor liggen achter hoge hekken aasgieren bij te komen die door stropers zijn vergiftigd. Met dat gif hopen stropers die een olifant hebben gedood, te voorkomen dat de boven het rottende kadaver rondcirkelende aasgieren hun locatie verraden aan parkwachten. Toch denkt Vandewalle dat de hervatting van de jacht een goed idee is. De regering zou vooralsnog vierhonderd vergunningen willen verlenen. „Die jachtvergunningen kunnen voor veel geld aan steenrijke toeristen worden verkocht, tot 30.000 dollar per stuk. Met dat geld kun je weer meer aan natuurbeheer doen. Er zijn zo veel olifanten dat lokale boeren geen gewassen meer planten. Als je hun klachten negeert, ben je nog veel verder van huis.”

In de dorpen in de Chobe-enclave, aan de noordrand van het Chobe Nationale Park, voeren boeren een guerrillaoorlog om de olifanten uit de buurt van hun gewassen te houden. Tinnen blikjes bungelen aan de afrastering rond hun landerijen, blinkend in de zon. ’s Avonds branden de boeren er een mengsel van olifantendrollen en chilipoeder in, als afweermiddel tegen de dieren. Desondanks werden deze maand drie Botswaanse boeren doodgedrukt door bezoekende olifanten.

Een olifant steekt de straat over in Kasane.
Foto Monirul Bhuiyan/AFP
Een olifant steekt de straat over in Kasane.
Foto Monirul Bhuiyan/AFP

Boze Amerikaanse demonstranten

Toen president Masisi begin juni een bezoek bracht aan Las Vegas kreeg hij een groep woedende Amerikaanse demonstranten tegenover zich. „Door de ban op te heffen stemt u in met de moord op olifanten. Het is onethisch. Het is onmenselijk. U heeft bloed aan uw handen”, riep een demonstrant hem toe. „Wat zou u doen, als u nu het conferentiecentrum uitliep en er een olifant voor u stond? U zou waarschijnlijk gaan schreeuwen en gaan rennen, en de olifant zal in een fractie van een seconde bij u zijn. En als een olifant u onder de voet loopt, dat is geen fijn gezicht”, antwoordde Masisi.

Masisi vindt in binnen- en buitenland machtige opponenten tegenover zich. Hollywoodsterren en talkshowgastvrouw Ellen DeGeneres hebben zich tegen hem uitgesproken. Zijn voorganger Ian Khama heeft de regeringspartij de rug toegekeerd en zich aangesloten bij de oppositie. Die beschuldigt Masisi ervan de dorpelingen naar de mond te praten vlak voor de verkiezingen in oktober. Het opheffen van het jachtverbod wordt door zijn tegenstanders gezien als de Botswaanse versie van nationaal-populisme.

Lees meer over de strijd tegen stroperij in Afrika: voor het wilde dier moet alles wijken

Ministers zouden een „haatcampagne tegen olifanten” zijn begonnen, zeggen natuurbeschermers in het kamp van Masisi’s voorganger. Het is een zwart-witdebat geworden, waarbij Masisi als de belangenbehartiger van de zwarte boeren wordt gezien, en zijn voorganger Khama als de vriend van de – vaak witte – dierenbeschermers.

„We moeten uitkijken wat we zeggen. De regering heeft al een van onze vergunningen ingetrokken”, zegt Kelly Landen, woordvoerster van de onderzoeksgroep Elephants Without Borders. Landen legt haar hoofd in de nek van een babyolifant, die haar ouders verloor toen dorpelingen het vuur openden op een kudde olifanten. Zo lopen er nog twee andere verweesde babyolifanten in de stal van de organisatie, die kantoor houdt in Kasane, aan de poort van het Chobe-wildpark. „Ik ben bezorgd over hun toekomst’’, zegt Landen. „Over een tijdje moeten we ze weer vrijlaten. In wat voor omgeving komen ze dan terecht?”

Elephants Without Borders schakelde vorig jaar de BBC in om aandacht te vragen voor een onderzoek waaruit bleek dat tussen 2014 en 2018 het aantal gestroopte olifanten met 600 procent was toegenomen. In september zou de organisatie tenminste 87 kadavers hebben geteld vanuit de lucht. Het nieuws kwam naar buiten net op het moment dat de regering had besloten de parkwachten de machinegeweren te ontnemen, waarmee ze altijd bewapend waren. De regering van president Masisi was woest.

In het weeshuis van Elephants Without Borders. Foto The Washington Post/Getty Images.

Old boys network

De krant Sunday Standard beschuldigde Elephants Without Borders ervan onderdeel te zijn van „het old boys toerisme-netwerk” van voormalig president Khama, die grote belangen heeft in de vijfsterrenlodges in de wildparken. De eigenaar van Elephants Without Borders runt een van die lodges voor de voormalige president. „Masisi bedreigt de old boys club, terwijl deze machtige belangengroep een goed gefinancierde propagandacampagne voert tegen zijn regering”, schrijft de krant.

Volgens onderzoeker Mark Vandewalle zijn die beschuldigingen niet uit de lucht gegrepen. „Als je afhankelijk bent van internationale donaties, moet je natuurlijk wel een verhaal te vertellen hebben.”

Olebile Samunzala staart naar de voet van de geschoten olifant, waarvan alleen de huid en de vier tenen nog over zijn. Hij is blij dat de regering eindelijk lijkt te luisteren naar de zorgen van de bewoners van Botswana over de olifanten. „We hebben nu 130.000 olifanten. En over twintig jaar? Als we nu niks doen, ben ik over twintig jaar een stroper. Dan moet ik wel.”

Of hij verwacht dat met vierhonderd jachtvergunningen de problemen worden opgelost? Hij haalt zijn schouders op. „Die olifanten zullen ergens diep in de parken worden geschoten en niet hier in de dorpen. Het zal een hoop geld opbrengen, maar of wij daar ooit iets van te zien krijgen? Ik geloof het niet.”