Het lijf van de snelste renner wil herstellen, niet presteren

Tour de France Na zijn val vergaat het Dylan Groenewegen al beter, maar sprinten op oorlogssterkte zit er nog niet in.

Dylan Groenewegen wordt zaterdag gesteund door ploeggenoot George Bennett nadat hij is gevallen tijdens de eerste etappe.
Dylan Groenewegen wordt zaterdag gesteund door ploeggenoot George Bennett nadat hij is gevallen tijdens de eerste etappe. Foto Frank Faugere,/AP

De grote vraag bij de start in Reims, aan de Boulevard Lundy, was of de snelste man van het peloton alweer naar behoren kon sprinten, later op dinsdagmiddag, op de metersbrede Boulevard d’Austrasie in Nancy, 213 kilometer verderop. Het antwoord was nee.

De wonden die Dylan Groenewegen drie dagen geleden opliep bij de massasprint in Brussel lekken nog, de spieren zijn nog stram. Zijn lichaam wil herstellen, niet presteren, en daarover heeft hij geen controle. Een Touretappe winnen is nog even een brug te ver.

Niet dat hij het niet probeerde, opgeven is zijn eer te na. Maar de overtuiging ontbrak, en daarmee het gif in zijn pedaalslagen. Hij voelde het al aankomen, gaandeweg de vierde etappe. „Ga maar eens met zeventig per uur op de grond liggen. Dan voel je je niet al te best.” En dat was ook tussen zijn oren gaan zitten.

In de laatste kilometers van een etappe dient een sprinter zijn ploegmakkers aan te sturen, schreeuwend als het moet, zodat zij weten wat hij wil, wanneer hij waar wil zitten om zichzelf te kunnen lanceren. Maar van een succesvolle samenwerking kwam het niet, van een sprinttrein was nooit sprake. Groenewegen was hard voor zichzelf, vlak na de finish. Teleurgesteld met een vijfde plaats, hij is voor veel meer naar de Tour gekomen. „Het was mijn fout”, zei hij terwijl hij zijn benen lostrapte op een rollerbank. „Ik communiceerde niet goed, dan weten de mannen ook niet wat ze moeten doen.”

Lees ook dit interview met Dylan Groenewegen: ‘Soms moet je een rotzakje zijn’

Op het moment dat hij op zijn pedalen ging staan stuurde hij scherp naar rechts, om vrijuit te kunnen sprinten, uit het gedrang, in een ultieme poging er nog wat van te maken. Hij beet op zijn tanden, trok met een gebutste schouder zo hard als hij kon aan het stuur, maar hield zijn benen stil toen hij zag dat er zomaar ineens vier mannen rapper waren, dat de snelheid die hij doorgaans kan ontwikkelen nu niet kwam. „Hopelijk ben ik met wat goede nachten weer de oude”, zei hij.

Oorlogssterkte

Waarschijnlijk geen renner die deze dagen meer gebrand is op eerherstel, immers, het stond in de sterren geschreven dat hij zich afgelopen zaterdag zou kronen tot eerste Nederlandse geletruidrager in dertig jaar, maar als bekend liep dat anders, zijn ploeggenoot Mike Teunissen streek met die grote eer, en Groenewegen likt nu zijn wonden. Hij zei zich met de dag een beetje beter te voelen, maar er zijn meer beetjes nodig om weer op oorlogssterkte te zijn. Voorlopig moet hij het afleggen tegen de mannen die tot nu toe van pech gevrijwaard bleven, de Noor Alexander Kristoff, de Australiër Caleb Ewan, de Slowaak Peter Sagan, en de Italiaan Elia Viviani.

Die laatste was de snelste. Viviani had al vijf etappes in de Giro en ook drie in de Vuelta gewonnen, maar nooit een in de Tour. Begin dit seizoen was het zijn grote doel geweest in alle grote rondes een rit te winnen. Dat is niet zo velen gegeven. In tegenstelling tot Groenewegen had Viviani wél een trein die goed functioneerde. Hij hoefde het in de laatste honderden meters alleen maar af te ronden.