Fenomeen Ross Perot legde de route open voor Trump

Ross Perot (1930-2019) De Texaanse miljardair die bekend stond als buitenbeentje, probeerde twee keer president van de Verenigde Staten te worden.

Ross Perot spreekt Amerikaanse journalisten toe, in Washington, in 1996.
Ross Perot spreekt Amerikaanse journalisten toe, in Washington, in 1996.

Een miljardair die het politieke establishment uitdaagt. Die de zittende president uitlacht: „Wat ik vind van zijn plan om de economie te herstellen? Ik geloof niet dat hij zo’n plan heeft.” Die zijn publiek met humor meesleept: „Zijn we gek? Dan zijn we met miljoenen gekken in Amerika.” Die neerkijkt op politiek gedoe: „Als je een slang ziet, maak ’m dan gewoon dood. Benoem geen slangen-commissie.” Die zijn kiezers voorhoudt: ik fiks het, ik maak Amerika weer groot. En die daarmee zijn ervaren concurrenten overrompelt.

Klinkt het als 2016? Als Donald Trump?

Het was 1992 en het was Ross Perot. De Texaanse miljardair die tweemaal een gooi deed naar het presidentschap, en zo in zekere zin de route van misnoegd Amerika openlegde voor Trump, overleed dinsdag op 89-jarige leeftijd in zijn huis in Dallas aan de gevolgen van leukemie, zo heeft zijn familie bekendgemaakt.

In 1984 miljardair

Henry Ross Perot werd geboren in 1930 in Texarkana, Texas. Na zich te hebben onderscheiden als boy scout en acht jaar bij de marine te hebben gezeten, werd hij verkoper bij computerbedrijf IBM. Omdat zijn bazen zijn verkoopsuggesties niet wilden overnemen, begon hij een eigen databedrijf, EDS, waarvoor hij overheidscontracten binnenhaalde. Toen hij het in 1968 naar de beurs bracht, vertienvoudigde de waarde van de aandelen binnen enkele dagen. Verkoop van EDS aan General Motors maakte hem in 1984 miljardair.

Voordien had de zakenman al nationale faam gekregen toen hij een reddingsoperatie op touw zette voor twee van zijn medewerkers.

De twee werkten in Iran en waren daar in december 1978 gevangen gezet op beschuldiging van omkoping. Terwijl zijn advocaten met de regering van de shah onderhandelden over een borgsom, organiseerde Perot stiekem ook een bevrijdingsmissie.

Dat jaar brak in Iran de opstand uit die uiteindelijk ayatollah Khomeini aan de macht zou brengen. In die verwarrende situatie wist het team de medewerkers uit de gevangenis te bevrijden en het land uit te smokkelen. Perots stunt, vereeuwigd in de tv-serie On Wings of Eagles, kreeg des te meer glans toen in hetzelfde Teheran, in datzelfde jaar, Iraanse studenten de Amerikaanse ambassade bezetten en 52 Amerikanen meer dan een jaar gegijzeld hielden. Een reddingsoperatie van het leger strandde in de woestijn.

Race tegen Bush en Clinton

Zijn succes in Iran zou Perot uitbuiten toen hij in 1992 als onafhankelijke kandidaat in de verkiezingsrace tussen de zittende president George H. Bush en diens Democratische uitdager Bill Clinton stapte. In een onwaarschijnlijke campagne, vooral gericht tegen Bush en diens verbroken belofte dat hij de belastingen niet zou verhogen, passeerde Perot in de polls eventjes Clinton en Bush.

In zijn boek The Red and the Blue (2018) analyseert politiek journalist Steve Kornacki waar de steun voor Perot vandaan kwam. „Waar kwam die niet vandaan? De elementen van Perots opkomst lagen verspreid over de hele politieke landkaart.” De kwakkelende economie, stagnerende lonen, ineenstorting van de huizenmarkt, vriendjespolitiek en politieke schandalen in Washington – het was „raketbrandstof voor Ross Perot”, schrijft Kornacki.

Perots status van buitenbeentje werd onderstreept door zijn voorkomen: een iel mannetje met een jaren-vijftig kapsel, flaporen en het accent van J.R. Ewing (de tv-serie Dallas beleefde in 1992 zijn veertiende en laatste seizoen) dat zijn vuist schudde naar de powers that be.

Hij zat in het politieke midden

Anders dan Trump 25 jaar later bespeelde Perot in 1992 het politieke midden. Hij trok ontevreden Republikeinen én Democraten en onafhankelijke kiezers naar zich toe. In een filmpje van de politieke website FiveThirtyEight zegt Bush’ campagneleider Mary Matalin dat er geen twijfel over kan bestaan dat Perot Bush zijn herverkiezing heeft gekost. Maar Kornacki wijst erop dat de Perot-kiezers bij een exitpoll voor 38 procent van Bush en voor 38 procent van Clinton bleken te zijn gekomen.

Toch was de energie van Perot-de-outsider meer gericht tegen de macht, dus tegen de zittende president. Zijn aanhangers droegen borden met ‘No More Bush’ erop. Ondanks tv-debatten waarin Perot de show stal, bleken de Amerikanen in het stemhokje toch liever de vertrouwde kanalen te willen varen dan het wilde water van een president zonder partij. Clinton won met 43 procent tegen Bush met ruim 37 procent – vernederend weinig voor een zittende president.

Morele winnaar

Perot had verloren, maar hij voelde zichzelf de morele winnaar. „We gaan vanavond niet thuis in bed op onze duim liggen sabbelen”, zei hij aan het eind van de verkiezingsavond tegen zijn aanhangers. Hij had 18,9 procent van de stemmen veroverd, meer dan enige andere onafhankelijke kandidaat sinds Theodore Roosevelt op een partijloos ticket meedong in 1912.

Perot was een fenomeen geworden, waar tv-series als Saturday Night Live en The Simpsons dankbaar gebruik van maakten, en waaraan Carrie Bradshaw in Sex and the City aan het eind van de jaren 90 nog fris kon refereren in de beschrijving van haar hartsvriendin: „Samantha had het soort blinde zelfvertrouwen dat mannen als Ross Perot ertoe bracht een gooi naar het presidentschap te doen.”