Recensie

Recensie Film

Animatie maakt gruwelen Rode Khmer invoelbaar

Animatie ‘Funan’ vertelt een hartverscheurend, persoonlijk verhaal onder het schrikbewind van de Cambodjaanse Rode Khmer via animatie. Dat werkt vaak beter dan fotorealisme.

‘Funan’ kent een stilering en verstilling in tijd en ruimte; de oorzaak van het leed van de Cambodjaanse bevolking wordt niet direct in beeld gebracht.
‘Funan’ kent een stilering en verstilling in tijd en ruimte; de oorzaak van het leed van de Cambodjaanse bevolking wordt niet direct in beeld gebracht.

Op het moment dat de Rode Khmer Phnom Penh inneemt zet de kleine Sovanh de radio aan, en terwijl de camera langzaam naar de restanten van de avondmaaltijd beweegt, is de familie al opgepakt. Omgevallen schalen en vergeten rijstkorrels vertellen alles wat er te vertellen valt.

Het is april 1975, binnen een paar dagen nadat de communisten van Pol Pot de Cambodjaanse hoofdstad zijn binnengetrokken is de stad ontruimd en zijn de laatste bewoners op weg in een gedwongen exodus naar het platteland.

Wat er zich tussen 1975 en 1979 in Cambodja heeft afgespeeld is niet te bevatten. Revolutie, genocide, ideologische, radicale ontindividualisering en wrede ontmenselijking gingen hand in hand. Waar moet je beginnen om die geschiedenis te vertellen? En hoe lang moet je doorgaan? Het is een vraag die veel Cambodjaanse filmmakers zich hebben gesteld na de inval van Vietnam eind jaren zeventig, de daarop bloedige burgeroorlog tot midden jaren negentig en de dood van Pol Pot in 1998.

Animatieregisseur Denis Do (Parijs, 1985) houdt het dicht bij huis. Zijn debuutfilm Funan vertelt het verhaal van zijn moeder die tijdens de uittocht zijn oudere broer kwijtraakte, en de onmogelijke zoektocht die zij ondernam om haar kind terug te vinden. Een klein menselijk verhaal, voortgedreven door een desperate oerkracht. Familie is onder Pol Pot namelijk taboe: een uitvloeisel van kapitalistisch decadent egocentrisme.

Do’s keuze zijn verhaal via animatie te vertellen is de laatste jaren steeds gebruikelijker geworden bij de verbeelding van trauma, terreur en het onverfilmbare. De Israëlische filmmaker Ari Folman deed het in Waltz with Bashir (2008) met zijn herinneringen aan de Libanese burgeroorlog; de Zwitserse Anja Kofmel reconstrueerde vorig jaar via getekende beelden hoe haar neef van verslaggever huurling kon worden in de oorlog in ex-Joegoslavië in Chris the Swiss. Via de abstractie van animatie worden emoties, herinneringen, gruwelijkheden opeens concreter en invoelbaarder dan als ze volkomen fotorealistisch zouden zijn gereconstrueerd.

Voor die manier van filmmaken heeft Do in Cambodja zelf een misschien nog wel toonaangevender voorbeeld. Als er namelijk één filmmaker is die zich als chroniqueur van de misdaden van de Rode Khmer heeft opgeworpen en zich tegelijkertijd film na film als vormvernieuwer bewees is dat Rithy Panh (Phnom Penh, 1964). Ook Panh en zijn familie werden in 1975 uit Phnom Penh verdreven, ook zijn familieleden stierven door ondervoeding en uitputting in de werkkampen op het platteland. In plaats van met tekeningen vertelde Panh dit verhaal met kleipoppetjes en archiefbeelden in het voor een Oscar voor Beste Buitenlandse Film genomineerde The Missing Picture (2013). In andere films, zoals S-21: The Khmer Rouge Killing Machine (2003) liet hij voormalige gevangenen en hun bewakers tot in detail de gebeurtenissen al vertellend ‘naspelen’, een methode die we later terugzagen in The Act of Killing (2012), over de doodseskaders van de Indonesische president Soeharto.

Funan kent een vergelijkbare stilering, en verstilling in tijd en ruimte. En het werkt ook nu. De zoektocht van de moeder is hartverscheurend: ze geeft niet op, zelfs als iedereen om haar heen sterft en de moed verliest, houdt zij haar kind in haar gedachten in leven. Zowel de animatiestijl als het verhaal is basic: meer dan een paar lijnen zijn er niet nodig om de pijn op haar gezicht te laten zien. De zucht van de wind herinnert haar aan betere tijden. En de oorzaak van al dat lijden is niet direct in beeld gebracht, maar dreigt aan de rand van het kader. Anoniem en boosaardig.