Afghanen praten na 18 jaar over vrede

Talibaan Zestig vooraanstaande mensen gaan in gesprek met de Talibaan. De Afghanen zijn moe van de oorlog en hopen zo het aantal doden te verminderen.

Een deel van de Afghaanse delegatie tijdens de gesprekken in Doha, de hoofdstad van Qatar.
Een deel van de Afghaanse delegatie tijdens de gesprekken in Doha, de hoofdstad van Qatar. Foto Karim Jaafar/AFP

Voor het eerst zijn de Talibaan serieus met Afghanen in gesprek gegaan over vrede. Na twee dagen debat met ongeveer zestig prominente Afghanen is maandagavond een gezamenlijke verklaring uitgegeven met daarin de contouren van een vreedzaam Afghanistan.

Er is veel op de verklaring af te dingen. Om te beginnen is hij geheel vrijblijvend. Verder waren de prominenten geen vertegenwoordigers van de Afghaanse regering: directe gesprekken met Kabul zijn voor de Talibaan voorlopig taboe. Ten slotte zijn veel bewoordingen zo vaag dat niemand weet wat ze in de praktijk zouden betekenen.

Toch wordt dit gezien als een hoopgevende stap. Niet alleen omdat er na achttien jaar oorlog een dialoog is. Ook wegens de vrij concrete uitspraak in het document dat „alle partijen” zich zullen toeleggen op het terugbrengen van het aantal burgerslachtoffers „tot nul”. De Afghanen zijn uitgeput van de oorlog, die elk jaar meer burgerslachtoffers vergt. Volgens de (conservatieve) schattingen van de Verenigde Naties vielen er in 2018 3.804 burgerdoden, onder wie ruim 900 kinderen. Zo’n 7.000 burgers raakten gewond.

Lees ook: Talibaan doden zeker 26 leden van regeringsgezinde militie Afghanistan

Het naleven van dit voornemen zou betekenen dat aanslagen als die van zondag voortaan uit den boze zijn. Toen lieten de Talibaan een autobom afgaan bij een kantoor van de inlichtingendienst in de stad Ghazni. Twaalf medewerkers kwamen om en er vielen ruim 150 gewonden, onder wie tientallen schoolkinderen.

De bom ging af terwijl de gesprekken in Qatar net begonnen. Talibaan-hoofdonderhandelaar Stanikzai verdedigde de aanslag toen als deel van een „vrijheidsstrijd” tegen een „buitenlandse bezetting”.

Bij de sluiting van de conferentie vielen zeven doden bij een luchtaanval in het noordelijke Baghlan, zes van hen kinderen. Volgens een provinciefunctionaris was dit het werk van de Amerikanen.

Positief aan de verklaring is dat er gelijkheid wordt beloofd voor alle etnische groepen. Maar vaag zijn bijvoorbeeld de bewoordingen over de toekomstige positie van vrouwen. Hun rechten worden „verzekerd” voor zover dat past binnen de „islamitische waarden”. Die waarden worden niet gedefinieerd. Ook het rechtssysteem moet „islamitisch” worden.

De uitkomst van de tweedaagse dialoog wordt meegenomen in de formele besprekingen tussen de Talibaan en de Amerikaanse speciaal vertegenwoordiger Zalmay Khalilzad, ook in Qatar. Zij zijn bezig aan hun achtste gespreksronde. Uiteindelijk moet dit tot een akkoord leiden dat een einde aan de oorlog maakt.

Khalilzad staat onder druk van president Trump, die de strijd te duur vindt en al heeft aangekondigd tenminste een groot deel van de 14.000 Amerikaanse militairen te willen terugtrekken. De Talibaan eisen een compleet einde aan wat zij als een bezetting zien. Pas als daar afspraken over komen, zijn zij bereid in overleg te treden met de regering van president Ghani.

In ruil voor een plan voor terugtrekking willen de VS garanties van de Talibaan dat er geen terreurgroepen vanaf Afghaanse bodem meer kunnen opereren. Dat was immers de reden om het land na 9/11 binnen te vallen: de VS verdreven het Talibaan-regime omdat het onderdak had verleend aan Al-Qaeda.

Khalilzad wil het liefst vóór 1 september tot overeenstemming komen. Het is nog volstrekt onduidelijk hoeveel er van de goede intenties overeind blijft als de VS zich eenmaal hebben gecommitteerd aan terugtrekking. Toch is er in jaren niet zoveel vooruitgang geboekt in Afghanistan als met deze voorzichtige verklaring.