Opinie

    • Menno Tamminga

Woorden, akkoorden & nuchter paternalisme

Menno Tamminga

Grote akkoorden, schrale woorden. Het kabinet-Rutte III heeft, bijna tegen de verwachting in, de slepende controverses over vergrijzing en vergroening in zijn voordeel beslist. Het remt de stijging van de AOW-leeftijd, vernieuwt de pensioenen én wil dat mensen zich tijdens hun langere loopbaan blijven scholen. Het groene akkoord moet tot een energie-omslag leiden: zuinig is in, fossiel is uit.

Maar welke woorden geven deze ambities kracht en verbeelding? Het groene akkoord werd bij de presentatie gevierd met: maakt u zich geen zorgen. Een gemiste kans. Neem een voorbeeld aan de Amerikanen. De naam van de wet moet meteen zeggingskracht hebben. Positief. Wervend. De tegenstanders inpakken. Niks milieuwet, leve de Clean Air Act.

Maar ja, dit is Nederland. Hier werkt dat anders. Het kabinet maakt een eind aan de ‘hysterisch’ (zei minister-president Rutte) snelle stijging van de AOW-leeftijd. Het eerste wetsontwerp daarover is in twee weken door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. De naam van het voorstel? Temporisering verhoging AOW-leeftijd. Feitelijk juist, maar... politiek is ook theater. Één bal in de recensie.

Lees ook het interview met klimaatonderhandelaar Annemieke Nijhof: ‘We zijn een fossielverslaafd land’

Woorden zijn wapens. Je wint er misschien de oorlog niet mee, maar in economisch-politieke debatten kan het juiste woord de tegenstanders met stomheid slaan. Zo werd een nieuw pensioenakkoord jarenlang gegijzeld door het woord ‘casinopensioen’. Met dat strijdwoord brachten de tegenstanders uit vakbond FNV een akkoord in 2010/2011 in opspraak. Casinopensioen appelleerde aan het sentiment dat uw pensioen op de beurs (= casinokapitalisme) wordt belegd en dat daar straks misschien alles is vergokt.

In het huidige akkoord lijkt het nieuwe pensioen als twee druppels water op dat casinopensioen. Dus sneed minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) bij voorbaat een tweede casinopensioendebacle de pas af. Hij muntte in het akkoord en het Kamerdebat twee nieuwe formuleringen: het koopkrachtiger pensioen en het pensioen dat met de economie meebeweegt. Dat tweede is een dubieuze stelling. De hoogte van het pensioen fluctueert straks juist met de financiële markten. Die volgen niet vanzelfsprekend de economie.

Maar dat koopkrachtpensioen is puik. Zolang de koopkracht van het pensioen stijgt... (bij de volgende beurskrach heeft Koolmees’ opvolger een serieus probleem).

Grote akkoorden doen het goed in Nederland polderland, maar pas op voor de hoge zuurgraad in pensioen, klimaat en permanente scholing om fit ouder te worden. Dat zijn onderwerpen waarmee een aanzienlijk deel van de burgers niet graag bezig is. Ze zien in meer of mindere mate het belang wel, maar je oude dag, klimaatopwarming of terug naar de schoolbanken zijn ver weg/iets voor morgen/een vervelend, ja verlammend onderwerp. Doorhalen wat niet van toepassing is. Een leven lang leren heet tegenwoordig niet voor niets: een leven lang ontwikkelen.

De oplossing om pensioen toch ooit te regelen zat ’m in een combinatie van verplichting (voor de meeste werkgevers) en een collectief vangnet (AOW). Nuchter paternalisme is vloeken in de liberale kerk, maar best effectief. Bij scholing ligt dat ook voor de hand. Daar zit ook een werkgeversbelang.

Maar klimaat? Accepteert de burger daar de paternalistische overheid die hem geruststelt met: geen zorgen. Of denkt hij bij het klimaat ook aan dat woord ‘vliegschaamte’, dat slecht te rijmen is met de instemming van het kabinet met de verdere groei van Schiphol? Mooie woorden, schrale daden.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

In een eerdere versie van deze column was sprake van een door Tweede en Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel dat de AOW-leeftijd langzamer laat stijgen dan de levensverwachting. Dit voorstel betrof alleen de stijging van de AOW-leeftijd tot 2024.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.