Winnen is niet meer het enige doel voor rolstoelbasketbalsters

Rolstoelbasketbal Opnieuw een Europese titel voor de Nederlandse rolstoelbasketbalsters. Zal hun sport eindelijk op waarde worden geschat?

In de finale van het EK wonnen de Nederlandse rolstoelbasketbalsters zondag in Rotterdam van Groot-Brittannië.
In de finale van het EK wonnen de Nederlandse rolstoelbasketbalsters zondag in Rotterdam van Groot-Brittannië. Foto Patrick van Katwijk/ANP

The sky is the limit, luidt hun motto. Na het succesvolle EK in Rotterdam, waar ze zondag hun derde internationale titel op rij wonnen, hebben de vrouwen van het nationale team een groter doel voor ogen: meer aandacht voor rolstoelbasketbal.

Op de training van de basketbalsters in Topsportcentrum Rotterdam gaat het er fanatiek aan toe. De speelsters schieten in hoog tempo van de ene naar de andere kant van het speelveld. Onafscheidelijk met hun rolstoel, de bal en elkaar. Fysiek contact wordt niet geschuwd. Regelmatig klinkt het schelle geluid van ijzer op ijzer in de zaal. Af en toe valt een van de speelsters om, met rolstoel en al. Wanneer het ze niet lukt zichzelf omhoog te trekken, springen teamgenoten bij.

Langs het veld staat bondscoach Gertjan van der Linden druk te wijzen. Zonder onderbenen. Die is hij verloren door een noodlottig ongeval, toen hij vier jaar oud was. Hij loopt op kussentjes die als een soort sloffen aan de onderkant van zijn bovenbenen zijn bevestigd. „Dit is al de derde keer dat er nonchalant wordt verdedigd”, roept hij de vrouwen toe. „Dat moet echt beter!”

Van der Linden is zelf oud-international. Een grootheid in de sport. Hij speelde 525 keer voor de nationale rolstoelbasketbalploeg en won in 1992 goud op de Paralympische Spelen van Barcelona. Nederland verloor de finale van de VS, maar kreeg later alsnog goud toen een Amerikaanse speler bij de dopingcontrole werd betrapt op het gebruik van een verboden middel.

Professionalisering

Begin 2012 begon Van der Linden als bondscoach bij de vrouwen. Sinds zijn entree is de sportcultuur bij de nationale vrouwenploeg sterk geprofessionaliseerd. Bij de mannen was dat al langer het geval. Vanaf 2007 volgen de selectieleden van de nationale mannenploeg een fulltime topsportprogramma op het Centrum voor Topsport en Onderwijs op Papendal.

Datzelfde programma is sinds 2012, toen Van der Linden en zijn staf het roer overnamen, toegankelijk voor de vrouwen. „Ze trainen 24 uur per week samen op Papendal”, vertelt hij. „Daarnaast trainen ze nog met hun eigen clubs.”

Alleen olympisch goud ontbreekt nog op de palmares

De vrouwen kunnen zoveel trainen omdat ze bij sportkoepel NOC*NSF een A-status hebben. Elke maand ontvangen ze een toelage die hoog genoeg is om van rond te komen. Mede daarom kunnen ze zich volledig op hun sport concentreren.

En dat betaalt zich uit. Waar de mannen al sinds 2010 geen prijs meer pakten, behoren de Orange Lions tot de absolute wereldtop. Het vrouwenteam was voor het gewonnen EK al regerend Europees- en wereldkampioen. Alleen olympisch goud ontbreekt nog op de palmares. In 2012 (Londen) en 2016 (Rio de Janeiro) werden bronzen medailles veroverd.

Bewustwording

Van der Linden is behalve bondscoach ook een zeer actief ambassadeur van het rolstoelbasketbal. Hij laat geen mogelijkheid onbenut om de sport aan te prijzen. Uit liefde, maar ook om aandacht te genereren voor zijn team. De waardering daarvoor is niet vanzelfsprekend, merkt hij. „Dit is ons vak, dat wordt nog weleens vergeten.”

Vorig jaar bijvoorbeeld, toen bij de gewonnen finale van het WK in Hamburg niemand aanwezig was namens NOC*NSF.

Nu, een jaar later, is dat wel anders. Het EK in Rotterdam trok veel toeschouwers. Het Topsportcentrum zat bij wedstrijden van Oranje afgeladen vol; de finale werd zondagmiddag live uitgezonden op het sportkanaal van Ziggo. In Utrecht was de wedstrijd zelfs op een groot scherm te zien op het Janskerkhof, twee uur voor de finale van het WK voetbal tussen Nederland en de Verenigde Staten.

De rolstoelbasketbalsters zijn bezig met een emancipatieoffensief

In de schaduw van de voetbalsters zijn ook de basketbalsters bezig met een emancipatie-offensief. Anders dan de ‘Oranje Leeuwinnen’ – die met hun prestaties streven naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen in het voetbal – willen de Orange Lions vooral het rolstoelbasketbal promoten. En dat werkt.

„Dat is ook onze eigen verdienste”, stelt Van der Linden. „Het begint bij jezelf. We hebben in aanloop naar het EK zoveel mogelijk de publiciteit gezocht. Dat we dan ook nog winnen, helpt natuurlijk. Je krijgt meer waardering.”

Foto Patrick van Katwijk/ANP

Recordinternational

Iemand die de emancipatie van dichtbij meemaakt is speelster Cher Korver. Met haar 42 jaar is ze de absolute routinier van de vrouwenploeg, waar ze al sinds de late jaren negentig voor speelt. Vijf Paralympische Spelen en ruim vijfhonderd wedstrijden in het oranje heeft ze achter haar naam. Ze is recordinternational en, voor zover bij haar bekend, degene met het grootste aantal interlands van alle Nederlandse vrouwelijke sporters.

Aan stoppen wil Korver voorlopig nog niet denken. „Juist nu het spelletje steeds professioneler wordt, wordt het leuker”, legt ze uit. „Er is veel veranderd sinds ik eind jaren negentig begon met de sport. Iedereen neemt het veel serieuzer, op en naast het veld. Daardoor wordt het niveau van de sport ook hoger.”

Dat steeds meer mensen het rolstoelbasketbal serieus nemen, doet Korver goed. De sport vormt voor haar een uitlaatklep sinds ze in haar tienerjaren vanwege dystrofie, een pijnsyndroom, in een rolstoel belandde. „De sport verdient dit.”

Bondscoach Van der Linden is het eens met zijn pupil. „Het mooie van deze sport is dat men door de intensiteit van het spel voorbij de rolstoel kijkt”, vertelt hij. „Er gebeurt zoveel op het veld dat de beperkingen die de speelsters hebben niet opvallen.”

Nu het EK in Rotterdam erop zit, begint voor Van der Linden, Korver en de rest van het team een nieuw traject op weg naar de Paralympische Spelen van Tokio in 2020.

Lees ook: Zij zag de Paralympische Spelen groot worden

Ook dat wordt serieus aangepakt. De trainingsarbeid gaat omhoog van 24 naar 40 uur per week. Met behulp van een datawetenschapper van NOC*NSF worden prestaties geanalyseerd en verbeterd. Alles wordt gedaan om straks olympisch goud mogelijk te maken.

„Elk procent dat we kunnen winnen ten opzichte van de tegenstander, is meegenomen”, vertelt Van der Linden. „Daarvoor kijken we veel naar valide sporten, maar dus ook naar data. Dat is nodig, omdat het internationale niveau stijgt, en de verschillen in de top slinken.”

Hoe klein de verschillen op wereldniveau ook zijn, het Nederlandse team zal bij de Spelen in Tokio de topfavoriet zijn. Op het hoogste podium voor de gehandicaptensport willen ze verderbouwen aan het imago van hun sport. „Mochten we goud pakken, dan zou dat misschien wel een mooie afsluiter zijn van mijn carrière”, besluit Korver. En daarna? „Betrokken blijven bij de sport. Want hier ligt mijn hart.”