Opinie

Volgende opdracht: niveau van eredivisie voor vrouwen omhoog

WK voetbal

Commentaar

Wat Rinus Michels in 1988 als bondscoach van Oranje presteerde, flikte Sarina Wiegman in 2017. Onder haar leiding werden de vrouwen verrassend Europees kampioen, voor eigen publiek nog wel. Dat schiep verwachtingen voor het WK dat de afgelopen weken in Frankrijk werd gehouden. Met de tweede plaats, zondag in Lyon achter de superieure ploeg van de Verenigde Staten, werden die ruimschoots ingelost.

De mannen waren er als WK-finalisten in 1974, ’78 en 2010 dicht bij. Evenzovele keren greep Oranje naast de hoofdprijs. Toen de mannen van Michels op zondag 7 juli 1974 de finale van West-Duitsland verloren, had het Nederlandse clubvoetbal al een zeer succesvolle periode achter zich, dankzij Ajax en Feyenoord, beide Europees- en wereldkampioen. Bij de vrouwen is het andersom: de nationale ploeg, toonbeeld van vechtlust, is het vlaggenschip van het Nederlandse vrouwenvoetbal, maar de clubs tellen internationaal niet mee.

Dat Nederland nu zo dicht bij de wereldtitel was, laat zien hoe razendsnel de ontwikkeling van de nationale ploeg zich voltrekt. Op het laagste niveau is het allang geen zeldzaamheid meer op pleintjes in het land (soms alleen maar) voetballende meisjes te zien.

Maar de emancipatie is nog lang niet voltooid. Waar de eredivisie bij de mannen achttien clubs telt, zijn dat er bij de vrouwen volgend seizoen, twaalf jaar na oprichting, acht. Dat gaat de verkeerde kant op: vorig seizoen waren het er nog negen. Achilles ’29 is afgehaakt. De ‘overblijvers’: ADO Den Haag, Ajax, vv Alkmaar, Excelsior Barendrecht, sc Heerenveen, PEC Zwolle, PSV en (zesvoudig) landskampioen FC Twente.

De meest opvallende afwezige in de hoogste vrouwencompetitie is Feyenoord. Maar die club is op de goede weg. Komend seizoen wordt een (vrouwen)beloftenteam actief en snel daarna wil de club uit Rotterdam de sprong naar de eredivisie maken. Jammer dat Feyenoord zo laat aanhaakt: met die club erbij had de eredivisie voor vrouwen al zoveel verder kunnen zijn. Clubs als Ajax en FC Twente geven al enige tijd het goede voorbeeld: zo voerde Ajax onlangs als eerste Nederlandse club een cao voor zijn speelsters in.

De eredivisie voor vrouwen is nog onvolgroeid, de beste spelers schitteren in het buitenland. Shanice van de Sanden won in mei met Olympique Lyonnais de Champions League, Vivianne Miedema werd bij Arsenal topscorer van Engeland en uitgeroepen tot beste voetballer in de Premier League. Lieke Martens was in 2017 als speler van Barcelona wereldvoetbalster van het jaar.

In het Nederlandse clubvoetbal komt de vereiste professionalisering er alleen als clubs en KNVB er samen de schouders onder zetten. Nu kijken en wijzen bond en clubs vooral naar elkaar. Hopelijk brengt het succes van de vrouwen van Wiegman de volwassenwording van de eredivisie in een stroomversnelling – ook in het belang van de nationale ploeg. Niet in de laatste plaats is dat een kwestie van geld.

Op tv wordt komend seizoen een stap in de goede richting gezet: elk weekend wordt één wedstrijd in de eredivisie op zondagmiddag gespeeld. Tussen 18.00 en 19.00 uur is daarvan een samenvatting te zien bij NOS Studio Sport. Net als afgelopen zondag kan Nederland dan vrouwenvoetbal kijken ‘met het bord op schoot’ – een belangrijke stap in de normalisering van deze snelgroeiende tak van voetbal.

Intussen blijft de vicewereldkampioen strijdbaar, met het volgende doel alweer voor ogen: de olympische titel, volgend jaar in Tokio.