De Explosieven Opruimingsdienst Defensie demonstreert het nieuwste bompak en high tech robots op de kazerne in Soesterberg. Deze technologie wordt ingezet bij het identificeren en onschadelijk maken van explosieven.

Foto Lex van Lieshout/ANP

‘Universiteit moet beter gevaren van onderzoek zien’

Gijs Diercks Nederlandse universiteiten praten met het ministerie van Onderwijs over regels rond wetenschap en nationale veiligheid.

De universiteit van Kyoto neemt geen geld meer aan van het ministerie van Defensie sinds Japan de uitgaven voor defensie-onderzoek verveelvoudigde. In Duitsland hebben zo’n twintig universiteiten een zogeheten civil clause ondertekend, waarin ze beloven alleen civiel onderzoek te doen – geen militair. De universiteit van Oxford weigert nieuwe onderzoeksgelden van het Chinese telecombedrijf Huawei, nadat in het Verenigd Koninkrijk een debat op gang kwam over het mogelijke weglekken van vitale kennis naar (het leger van) China.

En de universiteiten en andere kennisinstellingen in Nederland? Die voeren via de Nederlandse Vereniging van Universiteiten (VSNU) gesprekken met het ministerie van Onderwijs (OCW) over het thema wetenschap en veiligheid. Die gesprekken zijn volgens een VSNU-woordvoerder nog verkennend. „Het zijn de eerste stappen”, zegt Gijs Diercks, onderzoeker bij het Rathenau Instituut. „In Nederland lopen we wat achter met dit debat”

Daarin wil het Rathenau Instituut graag verandering brengen met het vorige week gepubliceerde rapport Kennis in het vizier. Het is geschreven door Diercks en twee collega’s, en gaat over de gevolgen van de ‘digitale wapenwedloop’ voor kennisinstellingen. Of het gaat om Chinese studenten die technische kennis naar een militair instituut in China kunnen meenemen, of zelfrijdende auto’s die straks mogelijk bijdragen aan de ontwikkeling van autonome wapens – voor het wetenschappelijke onderzoek en onderwijs moeten regels, procedures en instituties worden ontwikkeld.

„Bij de aanpak kun je kijken naar de manier waarop we de afgelopen decennia medisch-wetenschappelijk onderzoek hebben geregeld”, zegt Diercks. Dat soort onderzoek moet tegenwoordig vooraf standaard worden voorgelegd aan een medisch-ethische commissie, die het op allerlei punten toetst. Diercks: „Op dezelfde manier kun je een aparte veiligheidscommissie binnen je instituut opzetten en veiligheidsregels maken” – bijvoorbeeld voor het delen van de onderzoeksdata met de buitenwereld. „Zet wat je leert om in algemene regels en stem die af met politiek. Zo hebben ze het in Duitsland ook gedaan.”

Wat vindt u van het Duitse idee om alleen civiel onderzoek te doen?

„Dat kun je als universiteit niet zomaar zeggen, vinden wij. Dat past niet meer in de huidige tijd. Door de razendsnelle ontwikkeling van het cyberdomein, kunstmatige intelligentie en robotica is steeds meer kennis én civiel én militair, ofwel dual use. De ontwikkeling van een tank is duidelijk een militaire toepassing, maar een drone kan zowel civiel als militair worden gebruikt. Dat onderscheid kun je tegenwoordig alleen pas maken als het product klaar is. Daar komt bij dat defensie steeds meer de samenwerking zoekt met universiteiten, bijvoorbeeld bij ontwikkeling van cyberwapens. Dus een publieke instelling als een universiteit heeft een taak bij het nadenken over de veiligheid. Dat moet je niet alleen overlaten aan de ingenieurs.”

Is het dan niet vooral een zaak van de technische universiteiten die van oudsher veel samenwerken met de defensie-industrie?

„Nee, dit gaat zeker niet alleen over radartechnologie. Heel veel wetenschappelijk onderzoek heeft een militaire toepassing. Denk aan de inzichten uit de culturele antropologie, die worden gebruikt bij conflictbemiddeling en het winnen van de hearts and minds in missiegebieden. Of aan de psychologie, die van belang is bij de behandeling van militairen met een oorlogstrauma. Het ministerie van Defensie heeft veel kennis van de universiteiten nodig en doet de oproep: zie ons niet als iets engs! Maar de afstand tussen universiteiten en veiligheidsexperts lijkt ook in Nederland nog behoorlijk groot.”

Dat bleek bijvoorbeeld in 2011, toen het Erasmus Medisch Centrum het vogelgriep-virus namaakte en daarover publiceerde in het toptijdschrift Science. Omdat dit virus ook als biowapen gebruik kan worden, was een exportvergunning nodig voor de beschrijving ervan. Diercks: „De discussie ging toen vooral over de vrijheid van wetenschap.” Wel stelde de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen voor om een aparte commissie voor biosecurity in te stellen, maar dat voorstel wees OCW af. Diercks: „De overheid drong toen aan op zelfregulering bij universiteiten en onderzoekers. Zelfregulering is nuttig en noodzakelijk, maar onvoldoende bij thema’s van nationale veiligheid.”

Dus universiteiten kunnen de veiligheid niet alleen regelen?

„Inderdaad. Zo vind ik het besluit van de universiteit van Oxford om geld van Huawei te weigeren opvallend. Heeft Oxford daar met de Britse overheid over gesproken? En zo ja, waarom zijn andere universiteiten tot een andere beslissing gekomen? In Nederland wil je – om wat te noemen – niet dat de TU Delft bepaalde Chinese studenten weert, terwijl die wel naar de TU Eindhoven kunnen. Als het gaat om de nationale veiligheid, zal de politiek het moeten regelen.”