Belastingfraude bij Sumo: ‘Iederéén in de horeca doet het’

Belastingfraude Sushiketen Sumo wordt verdacht van grootschalige belastingfraude. De fiscus zou 25 miljoen euro zijn misgelopen.

Vestiging van Sumo aan de Haagse Herengracht.
Vestiging van Sumo aan de Haagse Herengracht. Foto Bart Maat/ANP

Wanneer Chi Ho L. op de vroege morgen van 2 december 2014 door politieagenten van zijn bed wordt gelicht, is hij verschrikt, maar niet verbaasd. Een controle of hij wel netjes belasting heeft betaald, vermoedt hij. Want hij weet: dat is niet het geval.

L. betaalt zijn fiscale schuld en denkt dat de zaak daarmee is afgedaan. Maar na een serie gesprekken met het Openbaar Ministerie (OM) wordt duidelijk dat hij ook strafrechtelijk zal worden vervolgd. Dan is hij niet alleen verschrikt, maar ook verbijsterd.

Ruim vier jaar na de inval dient de zaak nu bij de rechtbank in Rotterdam. Sushiketen Sumo wordt verdacht van grootschalige belastingfraude en oprichter L. is hoofdverdachte. In de periode 2008-2014 heeft de restaurantketen de omzet afgeroomd, waardoor de belastingdienst naar schatting 25 miljoen euro is misgelopen.

De fraude was simpel. Jarenlang verwijderden medewerkers van Sumo betalingen uit het kassasysteem. De dagomzet bleef zo kunstmatig laag en de fiscus liep miljoenen omzetbelasting mis. Het geld van de verwijderde bonnen verdween naar zwarte lonen van werknemers en, zo stelt het OM, in de zak van de eigenaren en bedrijfsleiders. Dat laatste wordt door de verdachten betwist.

Boete 15 miljoen

„Van mijn advocaat mag ik dit niet zeggen, maar iederéén in de horeca doet het.” L. kijkt de Rotterdamse rechters aan. Natuurlijk wist hij dat afromen niet mocht, maar het is in de horeca algemeen gebruik. En bovendien, zijn personeelsleden vroegen erom. Ze wilden deels contant worden uitbetaald om loonheffingen te ontlopen. L. dacht hier hooguit een boete voor te krijgen.

Die boete kwam er, plus een naheffing inclusief heffingsrente. Na de FIOD-inval in 2014 ondertekende Sumo een vaststellingsovereenkomst en betaalde ruim 15 miljoen euro aan de fiscus, óók voor feiten die inmiddels waren verjaard. Voor L. was de zaak daarmee afgedaan.

Maar voor de belastingdienst niet. Die had in de overeenkomst een clausule laten opnemen waarmee de de mogelijkheid bleef bestaan L. ook strafrechtelijk te vervolgen. Nu zit hij met gebogen hoofd op het strafbankje en luistert naar de eis: 24 maanden cel en 210.000 euro boete.

Afroomsoftware

Afromen van omzet in de horeca is voor de belastingdienst een bekend probleem. Het Nederlands Forensisch Instituut ontdekte een paar jaar terug het bestaan van afroomsoftware, een verborgen module in het kassasysteem die omzetregels schrapt. Leveranciers en gebruikers van de sjoemelsoftware worden aangepakt: er volgen naheffingen of, in sommige gevallen, een celstraf.

Ook zonder de speciale software is afromen niet moeilijk. De meeste kassasystemen bevatten een resetknop om gebruikers tegemoet te komen. Met die knop kunnen medewerkers makkelijk verkeerd bestelde gerechten of niet-betaalde rekeningen uit het systeem halen. Legaal, maar vatbaar voor misbruik.

De advocaten stellen dat prestige een rol speelt in de beslissing van het OM Sumo te vervolgen. Het is een bekende keten, en dus een grote vis. Naast schikken ook strafrechtelijk vervolgen is een manier om andere horeca-ondernemers af te schrikken. Eigenaar L. zou zijn lesje al hebben geleerd: uit inspecties blijkt dat Sumo sinds de inval keurig de volledige belasting afdraagt.

Maar de officier van justitie weerspreekt dit. De vaststellingsovereenkomst betrof diverse ontdoken belastingen, maar níét de omzetbelasting. Van overlap tussen boete en strafrechtelijke vervolging is dus geen sprake. Daarnaast: „Het gaat hier om 25 miljoen”, merkt hij droogjes op. „Als het OM bij zo’n bedrag al niet meer strafrechtelijk mag vervolgen, wanneer dan nog wel?”

Rechte pad

Sumo geldt binnen de Chinese gemeenschap in Nederland als een succesverhaal. L. komt al jong in aanraking met justitie. Na zijn jeugddetentie maakt hij plannen voor een sushirestaurant. Door zijn veroordeling heeft hij een bestuursverbod, maar vader Kam Yan L. schiet te hulp. Hij wil zijn zoon op het rechte pad houden en schrijft de restaurants in op zijn naam. In de praktijk regelt Chi Ho alles.

De all you can eat-formule blijkt een succes: inmiddels telt de keten twintig restaurants. En juist dáárom steekt het dat het OM spreekt van een ‘criminele organisatie’. Chi Ho L.: „In onze wijk worden we nagewezen, aan mijn nichtje moet ik uitleggen dat ik geen maffia ben. Criminele organisatie is zo’n zware term. Ik heb misschien een domme fout gemaakt, maar ook jarenlang hard gewerkt en miljoenen aan belasting wél betaald.”

Vanwege Bibob-procedures, waarin overheden de integriteit van vergunningaanvragers toetsen, en het FIOD-onderzoek zijn vergunningen ingetrokken en staan diverse Sumo-filialen al meer dan een jaar leeg. De huur moet wél worden doorbetaald.

Daarnaast zijn er persoonlijke gevolgen. Bevriende ondernemers mijden L. uit angst ook van louche zaakjes te worden verdacht. „Het voelt alsof ik een ziekte heb en de Bibob is de doodstraf.”

Om faillissement te voorkomen, heeft L. inmiddels alle restaurants verkocht. Hij heeft geen bestuurlijke banden meer met het bedrijf: een week geleden is de laatste zaak overgedragen.

Het wrangst vindt L. het ‘zaakverbod’: hij mag niet meer bij Sumo eten of zelfs maar over de drempel stappen. „Als ik met mijn dochtertje door de stad loop, wil ze even naar binnen bij het restaurant. Gedag zeggen, plassen. Dan moet ik haar meeslepen en zeggen: dat mag niet, dan komt papa in de problemen.”

Buitenland

Tijdens de vijf zittingsdagen luistert L. gelaten. Zijn eigen strafeis hoort hij roerloos aan. Pas wanneer de officier de eis tegen zijn 62-jarige vader presenteert, schrikt hij op. Negen maanden gevangenisstraf en 25.000 euro boete. Chi Ho L. schudt zijn hoofd, schuift heen en weer op zijn stoel en laat zijn hand op zijn schoot vallen.

„Hij hielp mij toen ik uit de gevangenis kwam en op het rechte pad wilde blijven. Het is mijn schuld dat hij hier zit. Ik schaam me, ik durf hem niet eens in de ogen te kijken.”

Over drie weken doet de rechtbank uitspraak. L. hoopt op een taakstraf of boete. Zo niet, dan zal hij zijn kinderen knuffelen en vertellen dat hij aan het werk moet. In een heel ver land.