‘In geitenmelk zit alles wat zo’n pup nodig heeft’

Dominique van Huik wint met ‘Bunzingpup eten geven’ de publieksjuryprijs van juni, met als thema ‘Nederland eet’.

Dominique van Huik

Eerst moet de Amersfoortse Dominique van Huik (23) wat bekennen: eigenlijk heeft niet zij, maar haar vriend Rick de foto genomen. Zoals je ziet heeft zij namelijk zelf haar handen vol aan de bunzingpup. „Hij is hier een week oud. Ik geef ’m geitenmelk, gemaakt van poeder aangemengd met water. Daarin zitten alle voedingsstoffen die zo’n pup nodig heeft.”

Nee, de bunzing is niet haar huisdier. „Dat kan niet, het is een wild dier. In het begin gaat het prima, dan zitten de ogen nog dicht. Als die na zes weken opengaan, zien ze mij als eerste, dus dan ben ik hun moeder. Dan is het ook nog goed. Maar als ze iets ouder worden, gaat er op een gegeven moment een knop bij ze om. Dan bedenken ze dat ze mensen eigenlijk helemaal niet zo leuk vinden. Dan wordt het tijd om ze weg te brengen.”

Dominique fungeert als pleeggezin voor marterachtigen als bunzingen, wezels, fretten en marters. „Als mensen ergens zo’n dier vinden, bellen ze de dierenambulance, en de dierenambulance belt mij. Ik ben het eerste aanspreekpunt. De dieren die geflest moeten worden, verzorg ik thuis. Als ze hun ogen al open hebben, verwijs ik ze meteen door. Ik heb er dit jaar tot nu toe vijf in huis gehad. Deze laatste, die van de foto, heb ik net weggebracht naar Stichting Struikrovers. Daar leren ze uiteindelijk weer hoe ze op hun eigen eten moeten jagen en wat hun vijanden zijn.”

Marterachtigen worden door veel mensen nog weleens als lastige roofdieren beschouwd. En dat ze af en toe, als ze schrikken, vreselijk kunnen stinken is ook al niet bevorderlijk voor de populariteit. Onterecht, volgens Dominique. „Het zijn geweldige beesten. Ze hebben allemaal een eigen karakter. Ze zijn wild, maar ook heel speels. En heel nuttig: als je last hebt van muizen of ratten hoef je er maar even eentje los te laten en al het ongedierte is verdwenen.”

Roofvogels

Overigens kunnen niet alleen kleine landroofdieren op haar zorg rekenen. Al sinds zeven jaar werkt Dominique ook als vrijwilligster bij een vogelopvang. „Eigenlijk elke vogelsoort die in Nederland leeft, komt wel bij ons binnen. Duiven, zwaluwen, uilen en ook veel roofvogels. Een vogel kan je niet zomaar vangen, dus als er eentje binnenkomt, moet die echt goed ziek zijn of iets gebroken of gekneusd hebben. Ik vind het dan leuk om uit te zoeken wat zo’n vogel mankeert en hoe die zo snel mogelijk weer terug de natuur in kan.”

Dat Dominique van dieren houdt, is zacht uitgedrukt. Met veel plezier werkt ze sinds begin dit jaar ook nog als vaste kracht bij DierenPark Amersfoort. Daar doet ze horeca, retail, toezicht, entree. Eigenlijk van alles, behalve dierverzorging. „Dat mag ik nog niet, daar moet ik eerst nog een opleiding voor doen”, vertelt ze. Die opleiding begint komende augustus. Ze krijgt het druk, want een maand later begint ook haar studie dierenartsassistent paraveterinair. Daarbij wil ze zich speciaal toeleggen op roofdieren. „Dat is hard nodig. Er zijn maar weinig dierenartsen die daar ervaring mee hebben.”

Schattig

En fotografie? Eerlijk gezegd houdt Dominique zich daar niet speciaal mee bezig. Ja, van haar vriendinnen maakt ze weleens een kiek. Maar eigenlijk fotografeert ze vaker dieren dan mensen; de dieren die ze opvangt, om precies te zijn. „Ik fotografeer ze in ieder geval als ze bij me binnenkomen én als ze weer weggaan. Dan kan ik zien hoe ze gegroeid zijn en waar we met een volgende naartoe moeten werken. En ik kan zo onthouden welke ik allemaal in huis heb gehad.”

Waarom ze juist deze foto heeft ingezonden voor de wedstrijd? „Om zo meer aandacht te vragen voor deze dieren. Voor gewone huisdieren is opvang genoeg, maar aan bunzingen of marters denken mensen niet zo snel – terwijl die net zo hard eten nodig hebben.” En daarbij: „Het is gewoon een hele leuke, schattige foto, toch?”

Het thema van juli is ‘Nederland ontspant’. Inzenden en stemmen kan tot 2 augustus 17:00 uur op nrc.nl/fotowedstrijd.