‘Ik ben bang dat mijn gezin in Oeigoerse kampen verdwijnt’

Abdulhamid Tursun Op de Belgische ambassade nam de Chinese politie Tursuns vrouw en kinderen mee. Hij is bang dat ze in kampen verdwijnen.

Een agent voor de toegang van de Belgische ambassade in Beijing. Hier werd in juni een Oeigoerse familie meegenomen door de Chinese politie.
Een agent voor de toegang van de Belgische ambassade in Beijing. Hier werd in juni een Oeigoerse familie meegenomen door de Chinese politie. Foto Nicolas Asfouri/AFP

Huriyet Abdulla schrikt hoorbaar als ze door NRC wordt gebeld met de vraag hoe het nu met haar is. Na een paar keer diep ademhalen zegt ze: „Het gaat redelijk.” Verder wil ze geen vragen beantwoorden. Ze zit met haar vier kinderen van 17, 15, 7 en 5 jaar oud onder huisarrest in Ürümqi, de hoofdstad van de provincie Xinjiang in West-China.

„Ze is veel te bang om te praten”, licht haar man Abdulhamid Tursun vanuit het Belgische Gent toe over de telefoon. Het gezin behoort tot de Oeigoeren, een etnische minderheid die vooral in Xinjiang woont, naar verluidt een miljoen in ‘heropvoedingskampen’. Tursun kreeg vorig jaar een verblijfstitel in België. Hij heeft net zo min als zijn vrouw een verleden van politieke dissidentie.

Huriyet Abdulla met haar vier kinderen op 26 mei vorig jaar in Ürümqi, Xinjiang. Een jaar later verdwenen ze enkele weken nadat de Chinese politie hen meenam.

Toen zijn broer in Xinjiang plotseling verdween, durfde hij niet terug te komen van een zakenreis in Turkije. Hij vluchtte naar België. „Ik weet nog steeds niet waar mijn broer is.”

Lees meer over de Chinese maatregelen tegen Oeigoeren. Vormen die tezamen een ‘culturele genocide’?

Hij hoopt dat zijn vrouw en kinderen zich snel bij hem mogen voegen. De Belgische toestemming daarvoor was in principe al binnen, zijn vrouw moest alleen nog een aantal documenten aanleveren. En toen ging het mis. Door wat op zijn minst een behoorlijke stommiteit van de Belgische autoriteiten lijkt, kon het gezin afgelopen mei onder dwang van de Chinese autoriteiten van het terrein van de Belgische ambassade in Beijing worden teruggebracht naar Ürümqi.

In Xinjiang is de situatie voor alle Oeigoeren penibel. Er zitten naar schatting ruim een miljoen Oeigoeren vast in heropvoedingskampen. „Natuurlijk is het riskant om te spreken over de situatie van mijn vrouw en kinderen in China”, zegt Tursun, „maar ik doe het toch. Als ik niets zeg, dan ben ik bang dat zij en de kinderen ook in zulke kampen verdwijnen.”

Huriyet Abdulla vloog eind mei met haar kinderen naar Beijing omdat ze naar eigen zeggen een telefoontje van de Belgische ambassade had ontvangen dat ze snel haar papieren moest indienen. Anders zou haar asielaanvraag verlopen. Ze hoopte de laatste medische papieren en de legalisatie van de geboortebewijzen in orde te maken. Een paspoort had ze al in 2017 aangevraagd en betaald, maar dat is tot nu toe niet afgegeven. Tursun hoopte dat ze konden reizen met een zogeheten laissez passer, een eenmalig reisdocument van de Belgische ambassade.

Sit-in op ambassadeterrein

Eenmaal op de ambassade, op 28 mei, kreeg Abdulla volgens haar man te horen dat de papieren nog zeker drie maanden op zich zouden laten wachten. Daarvan raakte ze in paniek. Ze durfde niet van het terrein af, omdat ze bang was dat ze dan opgepakt zou worden. Ze besloot tot een sit-in op het ambassadeterrein.

Oeigoeren wonen vooral in de regio Xinjiang.

Volgens haar man, die zijn vrouw steeds aan de lijn had en zo kon volgen wat er gebeurde, reden er in de nacht van 28 op 29 mei om vier uur ’s nachts drie Chinese politiewagens het ambassadeterrein op. Die namen zijn vrouw en kinderen tegen hun wil mee.

„Ik kon via de telefoon horen dat ze met een Belgische ambtenaar van de ambassade praatte. Hij sprak niet erg goed Chinees, maar hij bleef maar herhalen dat de ambassade geen hotel was”, vertelt Tursun. „En toen hebben ze de politie laten komen. Dat hebben de Belgen gedaan. Dat begrijp ik niet.” Hij vermoedt dat België zo’n machtige zakenpartner als China niet tegen de haren wil in strijken.

Een woordvoerder van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken wil ontkennen noch bevestigen dat de vrouw en kinderen tegen hun wil zijn weggevoerd. Ook weet hij niet of ze inderdaad politiek asiel hebben aangevraagd. „Wat ons betreft ging het om een gezinshereniging, en dat is het voor ons nog steeds.”

Hij kan ook niet zeggen of de Belgen zelf de Chinese politie hebben gebeld en binnengelaten. „Er is altijd politie bij een ambassade om die te beschermen, en omdat dit zich buiten op het terrein afspeelde, heeft de Chinese politie ook meegepraat met de dame en de kinderen”, zegt de woordvoerder vanuit Brussel.

Dat op zich is al heel vreemd: de Chinese militaire politie heeft alleen als taak om de ambassade tegen aanvallen van buiten te beschermen; het ambassadeterrein zelf geldt als Belgisch grondgebied.

Als de Belgische ambassade inderdaad de politie mensen liet afvoeren die Belgische bescherming zochten, zou dat ongekend zijn, temeer omdat het om een bevolkingsgroep gaat waarvan inmiddels genoegzaam bekend is dat China die vrijwel per definitie als criminelen beschouwt en behandelt.

De verwijdering van het terrein had desastreuze gevolgen, precies zoals Abdulla en haar man vreesden

Over het precieze verloop laat de woordvoerder weinig los. „We zijn uiteindelijk tot de oplossing gekomen dat ze terug zouden gaan naar het hotel, want we konden ze niet stante pede en na sluitingstijd hun papieren verlenen. We hebben ook aangeboden met ze mee te gaan, maar dat wilden ze niet.”

De vrouw is volgens de woordvoerder wel gebeld door de ambassade, maar niet met de mededeling dat haar aanvraag zou verlopen, noch dat de afgifte van reisdocumenten nog minstens drie maanden zou duren. Er zou haar alleen verteld zijn dat er voorwaardelijk toestemming was om de visa af te geven, mits ze nog een aantal papieren zou indienen. Ze zou spontaan, geheel op eigen initiatief en zonder afspraak vooraf naar de ambassade zijn gekomen.

Lees ook: Correspondent Steven Derix sprak met Kazachen en Oeigoeren in de autonome regio Xinjiang: ‘China zegt: wij zijn met 1,5 miljard, jullie moeten ons gehoorzamen’

Spoorloos verdwenen

De verwijdering van het terrein had desastreuze gevolgen, precies zoals Abdulla en haar man vreesden. Op 31 mei verdween het gezin volledig van de radar: Tursun kon geen contact meer met zijn vrouw krijgen. De Belgen dreigden daarop met het sturen van een diplomaat naar Xinjiang om het gezin op te sporen. Dat had volgens Tursun als positief bijeffect dat zijn vrouw prompt haar telefoon terugkreeg. „Ik heb geen idee wat er is gebeurd in de periode tussen 31 mei en 17 juni, toen ik haar weer sprak. Daar praat ze ook niet over.”

„Ze is nu met de kinderen in ons huis in Ürümqi”, zegt Tursun. „De politie maakt elke dag foto’s van ze om te bewijzen dat ze niet zijn ontsnapt.” Abdulla durft hem weinig te vertellen, maar de kinderen zijn spraakzamer. „Ze vertellen dat er agenten zijn die Oeigoers spreken, cadeautjes en lekker eten brengen en lief zijn voor ze”, zegt Tursun. „Die agenten zeggen ook dat er mogelijk hoog, buitenlands bezoek komt. Dan moeten ze eerlijk vertellen dat ze heel goed zijn behandeld.”

Intussen is er nog steeds geen Belgische diplomaat afgereisd naar Xinjiang. Volgens de woordvoerder van Buitenlandse Zaken is dat nog wel het plan. „Het doel van die missie is alleen veranderd”, zegt hij. „We gaan nu niet meer om het gezin te zoeken, want we weten inmiddels waar ze zijn. Het doel is nu om te zorgen dat er dan ook echt iets aan de situatie van het gezin verandert. We blijven aansturen op gezinshereniging.” Of en wanneer de diplomaat afreist, is onduidelijk.