Hof: 120 uur taakstraf voor veroorzaken dodelijk ongeluk Texel

Een 28-jarige vrouw reed een fietser aan kort nadat ze appte. Volgens het gerechtshof is niet bewezen dat ze op haar telefoon keek toen het dodelijke ongeluk plaatsvond.

Foto Koen van Weel/ANP

Een 28-jarige vrouw die in maart 2016 een fietser doodreed op Texel heeft in hoger beroep 120 uur taakstraf opgelegd gekregen. Het gerechtshof in Amsterdam bepaalde maandag dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan gevaarlijk rijgedrag met dodelijke afloop. Ook legde het hof de vrouw twaalf maanden voorwaardelijke rijontzegging op.

De zaak viel op omdat de verdachte er aanvankelijk van werd beschuldigd dat ze zat te whatsappen achter het stuur. Daardoor zou ze het ongeluk hebben veroorzaakt. De rechtbank achtte dat eind 2017 evenwel niet bewezen, en veroordeelde de Texelse toen ook al tot 120 uur taakstraf. Zes van de twaalf maanden rijontzegging waren toen nog onvoorwaardelijk.

Justitie ging tegen het vonnis in beroep en eiste een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijk rijverbod van een jaar voor dood door schuld. Het gerechtshof oordeelt echter net als de rechtbank dat hier sprake is geweest van een overtreding, geen misdrijf. Volgens het hof reed de Texelse niet harder dan de toegestane 80 kilometer per uur, maar wel harder dan verantwoord was op de onverlichte en „aardedonkere” weg.

WhatsApp-bericht

In eerste aanleg beschuldigde justitie de vrouw uit het Texelse dorp Den Burg ervan dat zij op het moment van de aanrijding op haar telefoon keek. De Texelse verstuurde om 21:21:04 een kort WhatsApp-berichtje en om 21:22:41 werd met haar mobieltje naar 112 gebeld. In minder dan 97 seconden na het appje was het ongeluk dus gebeurd.

Naar eigen zeggen had de vrouw de auto echter even stilgezet bij een boerderij om het berichtje te versturen en had ze de fietser niet gezien nadat ze de weg weer op reed. In hoger beroep liet justitie de beschuldiging over het appen vallen en de rechter acht inderdaad niet bewezen dat het telefoongebruik van de vrouw een rol speelde bij het ongeluk.

Hoewel het hof naar eigen zeggen begrijpt dat de ouders van het slachtoffer „onherstelbaar leed” is aangedaan, wees het hun verzoek tot schadevergoeding op juridische gronden af.