Opinie

Het dagelijks leven als afleidingsmanoeuvre

Marjoleine de Vos

De standvastigheid van de mens en haar voornemens en overtuigingen, daar twijfel je wel eens aan. Al die beloften die je doet, al die meningen die je over jezelf hebt. Een populaire zienswijze is dat ‘je jezelf overal mee naartoe neemt’ en dat is ook zo. „Je zei: ik ga naar een ander land, naar een andere zee/ Er moet een andere stad te vinden zijn, beter dan deze (…)” schreef Kavafis. Maar je zult geen andere stad vinden, vervolgde hij, in een van die zichzelf aansprekende gedichten waar hij zo sterk in was, de stad zal je achtervolgen, er is voor jou geen schip, geen weg ergens anders heen: „Zoals je je leven hier verwoest hebt/ in dit hoekje, zo heb je het op de hele aarde bedorven.”

Natuurlijk doelde Kavafis op zijn toen verachte homoseksuele verlangens en levenswijze, die ergens anders heus niet non-existent zou zijn, maar hij roerde ook iets algemeen menselijks aan: dat verlangens en gevoelens bij iemand horen en niet zomaar weg zijn door je ergens anders heen te begeven. En voor sommige eigenschappen en verlangens geldt dat zeker.

Maar laten we even uitgaan van de gevormde mens. De idealen die je achteraf als misvattingen ontmaskert, hoe je lacht om je eigen smaak van vroeger – ik zag laatst foto’s uit de jaren tachtig, man, hoe we ons uitdosten! Schouders als worstelaars, woest haar – en je geloofde serieus dat je er goed uitzag. Mode heeft een angstaanjagende invloed op dat wat we voor onze persoonlijke smaak houden. Zoveel invloed dat je je wel eens afvraagt of smaak bestaat.

Ben je met vakantie, dan verbeeld je je zonder probleem dat je ook best op het Franse platteland zou kunnen wonen, of dat je juist gelukkig zou kunnen zijn in Hamburg. En sowieso zul je als je terug bent je leven veranderen. Want het is toch niet normaal (en het ís ook niet normaal al is het dat wel geworden) dat het leven bestaat uit op een stoel zitten en naar een beeldscherm kijken. Bewegen, buiten zijn, tijd hebben voor wat je wérkelijk interesseert, daar gaat het om. En als je weg bent van huis valt je ook vaak weer veel sterker op waarvoor je je dan werkelijk interesseert.

Toch wonderlijk dat het dagelijks leven één grote afleidingsmanoeuvre lijkt van alles waar het je om gaat.

Heimwee bestaat, trouw ook, grote sterke gevoelens. Maar desalniettemin ben ik menigmaal getroffen door mijn eigen tijdelijke trouweloosheid als ik in Griekenland op cursus was, in een groep mensen die ik niet zelf gekozen had, sommigen onuitstaanbaar, anderen een dagelijkse vreugde. Die mensen en die dagindeling, het studeren, het zwemmen, het ’s avonds naar een dorp lopen, ’s ochtends om zeven uur de zee in, leek dan geheel natuurlijk en zelfs tijdelijk levensvervangend – waarom zou je het anders willen? Het duurde altijd maar veertien dagen, en tegen die tijd was het ook wel weer mooi geweest, maar hoe merkwaardig je je in de tussentijd thuisvoelt in een leven dat het jouwe niet is.

Tijdelijke trouweloosheid is heel gemakkelijk. Je kunt het ook anders noemen: aanpassingsvermogen. Of geheugenloosheid. Ik weet het niet. Ben ik thuis, dan wil ik nergens anders zijn, ben ik in Amsterdam met al die mensen en mogelijkheden dan lijkt dat platteland me soms heel saai. Is het winter dan verlang ik niet naar de zomer en in de zomer vraag ik me af hoe de winter te verdragen.

En toch spreken we van persoonlijkheid. En toch heb je die ook, en mis je wie er niet is, waar je niet bent en de sneeuw van vorig jaar.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.