Eerste strafeis tegen Syriëganger voor oorlogsmisdrijf

Justitie eist bijna acht jaar tegen Oussama A., voor onder meer het lachend poseren bij een gekruisigde krijgsgevangene. Een tweede Syriëganger hoorde zeven jaar tegen zich eisen.

Twee Nederlanders staan maandag en dinsdag terecht voor hun tijd bij IS.
Twee Nederlanders staan maandag en dinsdag terecht voor hun tijd bij IS. Foto Lex van Lieshout

Voor het eerst is een Nederlandse Syriëganger aangeklaagd voor het plegen van een oorlogsmisdrijf. Als het aan het Openbaar Ministerie (OM) ligt, krijgt de 24-jarige Oussama A. uit Utrecht zeven jaar en acht maanden celstraf voor deelname aan een terroristische organisatie en het op de foto poseren met een door IS geëxecuteerde en gekruisigde man.

Een tweede jihadist hoorde maandag in de speciaal beveiligde rechtbank op Schiphol een celstraf van zeven jaar tegen zich eisen. Reda N. (ook 24) uit Leiden zou niet alleen deel hebben genomen aan de gewapende strijd in Syrië en Irak, maar ook geprobeerd hebben twee Nederlanders te ronselen, onder wie een zestienjarig meisje. Die twee hebben de regio nooit bereikt.

A. en N. reisden in 2014 onafhankelijk van elkaar naar Syrië en Irak, maar kwamen door het uiteenvallen van het zelfverklaarde kalifaat in 2016 bij het Vrije Syrische Leger terecht. Vervolgens reisden ze gezamenlijk naar Turkije, waar de twee jihadisten werden vastgezet en veroordeeld tot ruim zes jaar celstraf voor deelname aan een terreurorganisatie. Ze zaten slechts anderhalf jaar uit; in afwachting van een hoger beroep kwamen de twee naar Nederland.

Lees meer over de berechting van IS’ers in Irak: Dus u hoort niet bij IS? Toch levenslang

Oorlogsrecht

Omdat een Turkse rechtbank zich al over het tweetal heeft gebogen, is de vraag of ze ook nog in Nederland veroordeeld kunnen worden. Volgens het OM is het echter „nog maar de vraag of het in Turkije om dezelfde feiten ging”. Ook hebben de twee mannen niet de volledige eerdere straf uitgezeten.

A. zou in oktober 2014 de foto van zichzelf lachend bij de gedode krijgsgevangene op zijn Facebookpagina hebben geplaatst. „Dat is in strijd met het oorlogsrecht dat beoogt gewone mensen en krijgsgevangenen te beschermen”, stelt het OM. „Ook als zij al zijn overleden.” Hoewel de terreurverdachte heeft toegegeven heeft dat hij de persoon op de foto is, zegt hij dat hij dit onder druk van andere IS’ers deed. Verder ontkende A. dat hij de foto zelf had verspreid.

Ook heeft de verdachte volgens hem een foto verspreid op Twitter waarop een IS-ganger zijn voet plaatst op een overleden vrouw die op de grond ligt. Daarnaast zou A. een foto hebben rondgestuurd waarop een jihadist het hoofd van een gedode Koerdische strijder vasthoudt.

De twee verdachten ontkennen dat ze in Syrië en Irak hebben gevochten: ze zouden onder meer in Raqqa mensen verzorgd hebben in het ziekenhuis. De behandeling van de zaak gaat dinsdag verder, wanneer een uitspraak volgt, is nog onbekend.