Opinie

Duimen voor de Algerijnen die blijven protesteren

Vrijdag was de 20ste protestdag van de Algerijnen tegen hun machthebbers, zag Carolien Roelants. Maar hoe loopt dit af?

Dwars

Vorige maand was ik in Brussel voor u bij Carnegie Europe dat vier Algerije-deskundigen had verzameld om de toestand in Algerije door te lichten. Van de toestand zoals zij die weergaven werd ik niet vrolijk. Ik haal het even terug: de oude (82), zieke Bouteflika werd door Le Pouvoir in zijn rolstoel kandidaat gesteld voor een vijfde termijn, en dat was één termijn te veel. Half februari gingen miljoenen Algerijnen de straat op om tegen Bouteflika te protesteren en vóór vrijheid, en dat zijn zij ook na Bouteflika’s vertrek elke vrijdag en nog wat tussendoordagen blijven doen. Afgelopen vrijdag was de 20ste protestdag, met een enorme opkomst omdat hij samenviel met onafhankelijkheidsdag. Heel inspirerend: de onafhankelijkheid (1962) was natuurlijk een overwinning voor het volk, op de Franse onderdrukking.

Het panel (Omar Benderra, Dalia Ghanem, Amel Belaid en Haizam Amirah-Fernandez) was er duidelijk over: het leger was en is de doorslaggevende macht, Le Pouvoir dus, in samenwerking met wat rijke zakenlieden en belangrijke politici en ambtenaren die de civiele façade vormen. Of vormden, want die façade is nu weg. „Veel staten hebben een leger, maar in Algerije heeft het leger een staat”, werd in Brussel Voltaires uitspraak over Pruisen geparafraseerd. Politieke partijen zijn nep, en de media ook, daar wel.

Maar hoe verder nu de demonstraties onverminderd doorgaan? Er heerst diepe onvrede onder de bevolking. Algerije is een gas- en olieland, maar de prijzen daarvan zitten in een dip, inefficiëntie is de norm en een grote economische crisis zit eraan te komen. Plus hoge jeugdwerkloosheid – er is veel jeugd en olie en gas vergen weinig personeel – en astronomische corruptie. Het volk wil een rechtsstaat en burgerlijke vrijheden. En niet generaal Ahmed Gaïd Salah (ook alweer 79) in plaats van Bouteflika. „We hebben geen politieke ambitie”, verzekert Salah keer op keer. „Sodemieter op, Gaïd Salah!” reageerden de betogers vrijdag.

In 2011 (Arabische Lente) is er ook in Algerije geprotesteerd, maar op relatief kleine schaal. De herinnering aan de gruwelijke burgeroorlog van de jaren negentig, waarin moslimextremisten en leger elkaar en de burgers afslachtten, hield autoriteiten en betogers toen in toom. Datzelfde mechanisme werkt nu weer. Dit keer wel met veel meer betogers op straat maar opnieuw geweldloos. Nog.

Probleem: het volk is leiderloos wat zijn protest ongrijpbaar maakt, maar wie moet er onderhandelen als er onderhandeld kan worden? Wat er uit onderhandelingen zou moeten komen is volgens de experts in Brussel wel duidelijk: garanties van het leger dat er echt hervormd gaat worden tegenover de belofte van het volk dat de defensiebegroting onaangetast zal blijven. Machtige legers willen altijd in elk geval voor het oog machtig blijven.

Zo’n compromis is de positiefste uitkomst. Zo niet, dan blijft Algerije een militaire dictatuur. De afgelopen weken heeft het leger al tientallen betogers opgepakt, wat niet in de richting van een compromis wijst. Maar een nog negatievere mogelijkheid, geweld, kan niet worden uitgesloten.

Dat zou enorme consequenties hebben, allereerst voor de Algerijnen zelf, maar ook voor de regio en voor Europa. Voor de afnemers van het Algerijnse olie en gas. Maar denkt u eens in, naast de oorlog in Libië nog eentje in Algerije; ik weet zeker dat de koning van Marokko ook zit te huiveren. Europa wordt bestormd door vluchtelingen. Laten we allemaal duimen voor de Algerijnen.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.