Opinie

    • Ellen Deckwitz

Doorgaan

Ellen Deckwitz

‘Fijn dat jullie er zijn”, zegt M. (37) als hij na zijn verjaardagsdiner het woord neemt. „En allereerst bedankt dat jullie bestaan. Dat lijkt natuurlijk heel vanzelfsprekend maar het is af en toe nogal een opgave, niemand kiest er immers voor om te worden geboren. Soms weet je wat van het leven te maken, er misschien zelfs plezier in te hebben, maar we weten ook dat je daarvoor mazzel moet hebben. Op de juiste plek te zijn geboren, in veilige omstandigheden. En met neurochemie waardoor je niet iedere ochtend uit het raam wilt springen.”

M. heeft de afgelopen jaren het zwart in zijn hoofd gehad. De laatste acht maanden gaat het relatief goed: er is een stabiliteit over hem gekomen, een soort vrede. Eindelijk heeft hij een juiste medicijnencocktail te pakken, vindt hij zijn werk weer leuk, voelt hij zich weer thuis in zijn huis.

„Ik weet dat bij depressie niet slechts één persoon lijdt. Het is een ziekte die je hele omgeving treft en platlegt. En die, zelfs wanneer het eindelijk een beetje goed gaat, onrust veroorzaakt. Want je weet nooit of er een terugval komt.”

Even kan hij niet verder.

„Je moeder is een terugval!” roept mijn zus dus maar, waarop hij lacht en zij van drie verschillende kanten een schop onder de tafel krijgt.

„Ik kan niet beloven dat het donker nooit terugkomt”, vervolgt hij zacht. „Maar ik wil wel zeggen dat ik daar minder bang voor ben, omdat ik weet dat jullie me hoe dan ook dragen. Jullie zijn mijn veiligheidspallen. De gedachte aan jullie heeft me er zo vaak van weerhouden iets stoms te doen. En dus toost ik vandaag op jullie, dat ik jarig ben en dat dat aan jullie te danken is.”

Iedereen toost op zijn hardst om de ontroering een beetje te beteugelen. An sich is verjaren niet zo moeilijk, het enige dat je ervoor hoeft te doorstaan is tijd, maar juist tijd is de grote vijand bij depressie. Op een zeker moment staat die niet meer voor nieuwe kansen, maar voor uitzichtloosheid.

„Jullie laten me doorgaan”, fluistert M. We knikken. Dat doe je nou eenmaal voor elkaar, gewoon maar stom doorploeteren, tegen beter weten in. Doorgaan is een straf en een geschenk in één, voor zowel de zieke als diens omgeving. En dus zingen we om het hardst lang zal hij leven, staan we zo min mogelijk stil bij de zwaarte van die tekst, en gaan we door, zullen we maar gewoon dom door blijven gaan.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.