Het avontuur van Deutsche Bank als wereldwijde zakenbank is voorbij

Deutsche Bank Massa-ontslagen luiden voor de grootste Duitse bank een nieuwe fase in waar concurrenten al aan zijn begonnen. Deutsche is de laatste Europese bank die zijn ambities op Wall Street opgeeft. „Europa doet gewoon niet meer mee met het grote zakenbankieren”.

Deutsche Bank kondigde zondag aan 18.000 van zijn meer dan 90.000 werknemers te ontslaan.
Deutsche Bank kondigde zondag aan 18.000 van zijn meer dan 90.000 werknemers te ontslaan. Foto Simon Bawsom/Reuters

De twee wolkenkrabbers van het hoofdkantoor van Deutsche Bank in de bankenwijk van Frankfurt stralen ambitie uit: de grootste bank van Duitsland wil de hoogte in. Ze zien er tegelijk nogal gedateerd uit, met spiegelglas dat in de jaren tachtig zakelijk succes moest uitbeelden. Het was de tijd waarin Deutsche aan zijn avontuur begon om een wereldwijd concurrerende zakenbank te worden, een soort Europese Goldman Sachs. Dat avontuur is nu definitief voorbij.

De bank kondigde zondag aan 18.000 van zijn meer dan 90.000 werknemers te zullen ontslaan en zijn activiteiten als zakenbank drastisch te zullen inkrimpen. De handel in aandelen, vooral geconcentreerd in New York, Londen en Azië, wordt afgestoten. Maandagmorgen werden hele teams van handelaren naar huis gestuurd, van Tokio tot Singapore en van New York tot Londen, zo berichtten persbureaus ter plekke. Topmanagers in Frankfurt worden vervangen en topman Christian Sewing, ruim een jaar in functie, trekt meer macht naar zich toe. Hij wil dat Deutsche zich concentreert op de „traditionele waarden” waarmee het 149 jaar geleden allemaal begon. Als kerntaken beschouwt hij het verlenen van krediet aan burgers en bedrijven en het beheren van vermogens in Duitsland en Europa. Overigens houdt Deutsche een kleinere zakentak, vooral gericht op obligatie-en valutahandel en advies, om te voorkomen dat niet alle klanten nu naar elders vertrekken.

Deutsche’s trage aanpassing aan de tijd heeft een prijs gehad. Al jaren presteert de bank ver onder de maat

Wat in de jaren tachtig en negentig begon met het opkopen van (zaken)banken in Londen en later op Wall Street, eindigt nu in het terugtrekken op het Europese continent. Deutsche is daarmee de laatste Europese bank die zijn ambities op Wall Street opgeeft en doet het onvermijdelijke, stelt Dirk Schoenmaker, hoogleraar banking en finance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Europa doet gewoon niet meer mee met het grote zakenbankieren.”

De grote deregulering van de financiële sector begon halverwege de jaren tachtig in Londen, onder premier Margaret Thatcher. Europese commerciële banken vestigden zich in de City. Deutsche Bank deed dat door de koop van de Londense zakenbank Morgan Grenfell in 1989. In de Verenigde Staten schafte toenmalig president Bill Clinton onder druk van een keiharde lobby van Amerikaanse bankiers enkele jaren later de Glass-Steagall-wet af, die sinds de jaren dertig van de vorige eeuw een strikte scheiding tussen zakenbanken en commerciële banken in stand hield. Vanaf dat moment mochten commerciële banken hun balans inzetten voor zakenbank-activiteiten.

‘Supermarktmodel’

Amerikaanse banken als Citigroup, Goldman Sachs en JP Morgan begonnen enthousiast aan de bouw van banken volgens het ‘supermarktmodel’, ook wel ‘universele’ banken. Europese concurrenten volgden al snel: UBS, Deutsche, BNP Paribas en ook ABN Amro en ING bouwden conglomeraten waar zowel burgers en bedrijven als zakenbankactiviteiten in onder gebracht werden. Deutsche kocht eind 1998 het Amerikaanse Bankers Trust, en verschafte zich zo toegang tot Wall Street. Lang bestond het idee dat deze giganten het beste van twee werelden boden.

Ook ABN Amro krimpt zijn zakenbank in, vorig jaar verdwenen 250 banen. ‘We moeten de zakenbank weer bij de les krijgen’

Dit ‘bankenbonanza’ kwam met de kredietcrisis van 2007-2008 tot een abrupt einde. Toen bleken de zakenbankactiviteiten zo risicovol dat ze de kern van het commerciële bankieren konden raken. Waar in de VS snel korte metten gemaakt werd met de risico’s en banken er snel weer bovenop waren, volgde in Europa na de kredietcrisis de slepende eurocrisis, die nieuwe gaten sloeg in de balansen van de banken.

Namens de Europese Commissie deed een groep experts onder leiding van de Fin Erkki Liikanen in 2012 aanbevelingen voor het saneren van de bankensector. Daarin stond ook een verbod op het handelen door banken voor eigen gewin (dus niet voor klanten). „Daarmee heeft het de kern van het zakenbankieren in Europa aangetast. Dat is op zich goed geweest. Het feit dat Deutsche – als allerlaatste – tot deze conclusie komt, is dan ook de juiste route”, aldus Schoenmaker.

Volgens hem is het logisch dat de restererende grote zakenbanken de Amerikaanse concerns zijn: „Zij hebben de gevolgen van de crisis beter overleefd en hebben hun Europese collega’s nu uit de markt gedrukt.”

Schoenmaker waarschuwt echter ook voor onbedoelde gevolgen van deze trend. „Het grote zakenbankieren, daar kunnen we prima zonder. Het gevaar zit in het ‘kleine’ zakenbankieren: het begeleiden van beursgangen van Europese bedrijven. Daarvoor worden nu bijna uitsluitend grote Amerikaanse banken ingehuurd. Dat brengt risico’s met zich mee als er problemen ontstaan. Dan is een Europese bank vaak net wat meegaander voor Europese bedrijven dan een bank die het hoofdkantoor in New York heeft zitten. Het is dus nuttig om in het consortium bij een beursgang naast Amerikaanse zakenbanken ook minstens één Europese zakenbank op te nemen.”

Deutsche’s trage aanpassing aan de tijd heeft een prijs gehad. Al jaren presteert de bank ver onder de maat, wat tot uitdrukking komt in de dramatisch gedaalde aandelenkoers. Die stond maandag op onder de 7 euro, tegen rond de 30 euro vier jaar geleden. Op de beurs is Deutsche nog maar 14 miljard euro waard, veel minder dan bijvoorbeeld ING (40 miljard). Beleggers leken maandag sceptisch over de ingrepen van Sewing: het aandeel Deutsche sloot ruim 5 procent lager.

De problemen van Deutsche zijn legio. De bank zakte de voorbije jaren voor Amerikaanse stresstests, kreeg Amerikaanse miljoenenboetes voor het Libor-rentefraudeschandaal en kampt met IT-problemen. Eind vorig jaar viel de Duitse politie bij Deutsche binnen in verband met een onderzoek naar betrokkenheid bij witwassen, naar aanleiding van de Panama Papers.

Leeggeplunderd

Vooral problematisch zijn de enorm hoge kosten die de bank maakt, zegt Reinhard Schmidt, hoogleraar verbonden aan financieel onderzoekscentrum SAFE van de Goethe Universität in Frankfurt. „De verhouding tussen kosten en inkomsten ligt bij Deutsche op 90 procent. Bij een gezonde bank ligt dit op zo’n 65, 70 procent”, zegt hij. Die hoge kosten komen vooral voort uit de zakenbankactiviteiten die de bank maar niet wilde afschudden, zegt Schmidt. „Handelaren vertoonden een zelfbedieningsmentaliteit, ze eisten enorme bonussen met het dreigement dat ze zouden vertrekken en hun klanten zouden meenemen. Zo hebben ze Deutsche leeggeplunderd.”

Symbolisch is dat plaatsvervangend Deutsche-topman en chef zakenbankieren Garth Ritchie, die afgelopen vrijdag moest aftreden, in 2018 8,6 miljoen euro inclusief bonussen verdiende – meer dan topman Sewing (7 miljoen). Dit terwijl Ritchie’s afdeling slecht presteerde.

Waarom bleef Deutsche zo lang aan het universele bankieren vasthouden, terwijl concurrenten als UBS, BNP Paribas, RBS en ING hun activiteiten en personeelsbestand al jaren inkrimpen? Volgens Schmidt heeft dat te maken met het verzet van de voorzitter van de raad van commissarissen, Paul Achleitner. „Hij heeft een verleden bij Goldman Sachs en ziet een veel grotere rol voor het zakenbankieren voor zich dan Sewing.” President-commissarissen hebben binnen Duitse banken veel zeggenschap, zegt Schmidt. „Het is heel goed dat Sewing nu heeft doorgezet. Eindelijk doet hij nu wat andere banken allang hebben gedaan. Dit zou genoeg moeten zijn, maar misschien is het voor Deutsche al te laat.”