‘Containersla’ telen kan overal

Indoor farming Een familiebedrijf uit het Westland gaat kant-en-klare indoor farms verkopen. De eerste grote ‘kas zonder glas’ wordt gebouwd in China.

Familiebedrijf Priva in het Westland ontwikkelde een indoor farm, een container waarin zonder daglicht gewassen gekweekt worden.
Familiebedrijf Priva in het Westland ontwikkelde een indoor farm, een container waarin zonder daglicht gewassen gekweekt worden. Foto David van Dam

Met een krat vol minikomkommers komt teler Ed Kester uit een witte container gestapt. Vers geplukt, zegt hij, en biedt er een aan om te proeven.

De container is geen komkommeropslag, het is de plek waar ze zijn gegroeid. Binnen, waar geen daglicht binnendringt, klimmen zes rijen planten langs een touwtje naar het plafond. De omstandigheden zijn optimaal voor dit gewas: het roze schijnsel van de ledlampen, de temperatuur van 27 graden, de luchtvochtigheid van 85 procent. Kester: „Het is een tropisch gewas, dat vinden ze lekker.”

De witte container is feitelijk een kas zonder glas. Telers noemen het een indoor farm. Dit testexemplaar staat op het terrein van familiebedrijf Priva in het Westland. Het bedrijf – de naam is een afkorting van oprichters Jan Prins en Cor van der Valk – is ooit begonnen met de verkoop van kachels om kassen te verwarmen. Nu verkoopt Priva systemen die het klimaat regelen. Naar eigen zeggen is het bedrijf wereldmarktleider in klimaatcomputers voor kassen. De omzet bedroeg vorig jaar 87 miljoen euro, de winst 1,7 miljoen.

De afgelopen vier jaar heeft Priva (433 werknemers) gewerkt aan technologie om op grote schaal in afgesloten ruimtes gewassen te telen. Anderen waren er al langer mee bezig, maar het was allemaal erg „hobby-achtig”, vertelt directeur Meiny Prins, dochter van oprichter Jan. Toen ze het Amerikaanse 80 Acres Farms uit Cincinnati leerde kennen, dat serieuze ambities had om vanuit indoor farms supermarkten te bevoorraden, raakte ze geïnteresseerd. „Dit kan echt iets worden, dacht ik. Toen zijn wij gaan helpen met de technologie.”

Lokaal gezond voedsel

Die is inmiddels voldoende ‘af’ om op de markt te brengen. Samen met een derde partner, de Britse online supermarkt Ocado, hebben Priva en 80 Acres Farms vorige maand het nieuwe bedrijf Infinite Acres opgericht. Doel: kant-en-klare indoor farms verkopen. Zo kan je op plekken waar het moeilijk is groente en fruit te telen toch aan gezond lokaal voedsel komen.

Het beursgenoteerde Ocado, met 1,6 miljard pond omzet (1,8 miljard euro) verreweg de grootste van de drie partners, gelooft sterk in de toekomst van indoor farming. Vorige maand kondigde het aan er 17 miljoen pond (19 miljoen euro) in te investeren. Een substantieel deel gaat naar Infinite Acres. De aandelenverhouding binnen het nieuwe bedrijf is onbekend.

De eerste klant heeft Infinite Acres al binnen: de Chinese teler Orisis laat een indoor farm bouwen op 100 kilometer van Shanghai. De oogst van de 1.600 vierkante meter teeltoppervlak gaat onder meer naar supermarkten. Gesprekken met andere potentiële afnemers zijn in „vergevorderd stadium”, zegt Prins.

In een kantoortje naast de container met komkommers vertelt een beeldscherm aan de muur precies hoe de climate settings staan afgesteld. „We zoeken de grens op”, vertelt teler Kester. „Bij een hoge temperatuur groeien komkommers sneller, maar het moet natuurlijk ook nog een beetje smaken.” Een temperatuurexperiment met tomaten gaf „een wat zurige smaak”. De „voorspelbaarheid” van de omstandigheden maakt dat de teler kan kiezen, zegt Kester. „Voor grote hoeveelheden, of voor kwaliteit.”

In de ‘verticale landbouw’ is alles onder controle, tot de kleinste waterdruppels voor een krop sla.

Dat je alles in de hand hebt, is het grote voordeel van telen in een gesloten systeem, zegt Justin Schoemaker, die van Priva is overgestapt naar Infinite Acres. „Een teler is niet afhankelijk van het weer of de luchtkwaliteit.”

Ander belangrijk voordeel: de relatief lage belasting voor het milieu. „Er zijn geen chemische bestrijdingsmiddelen nodig en relatief weinig water – 90 procent minder dan in een kas.” Dat betekent dat het ook in de woestijn kan, of in de smog van een miljoenenstad. Op zulke plekken richt Infinite Acres zich dan ook, zegt Schoemaker: gebieden „waar geen Westland om de hoek zit”.

Nederlanders zijn „hartstikke verwend”, zegt Meiny Prins. „Het mag niks kosten en moet er perfect uitzien. Maar op veel plekken in de wereld ligt nauwelijks verse groente en fruit in de supermarkt. En wat er ligt is hartstikke duur en ziet er niet uit.”

Vanaf 4 miljoen euro heb je een serieuze indoor farm, zegt Schoemaker. De terugverdientijd is volgens hem afhankelijk van te veel dingen – lokale energieprijzen bijvoorbeeld, het gewas – om een gemiddelde termijn te kunnen noemen.

Stapelbare gewassen

Naast de komkommercontainer staat een kleiner exemplaar met sla. Over vijf weken komen de jonge slaplantjes als kroppen naar buiten. Nu baden ze nog in een felroze gloed. Anders dan de komkommers staan de plantjes in bakken bovenop elkaar gestapeld. Vanwege deze ‘stapelbaarheid’ is de opbrengst per vierkante meter hoog. Mede daarom is met bladgroente de meeste ervaring opgedaan.

Met gewassen die een grotere bron van voeding zijn, zoals peulvruchten, is minder geëxperimenteerd. „Dat is misschien technisch wel mogelijk, maar nog niet rendabel”, zegt Schoemaker. De „businesscase” voor stapelbare gewassen is beter.

Een zwakke plek van indoor farms is hun elektriciteitsverbruik. „In het algemeen geldt dat ze meer elektriciteit verbruiken dan kassen, onder meer door de artificiële verlichting”, zegt Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de TU Delft. Hij werkt mee aan een vergelijkend onderzoek naar indoor farms en kassen. Op verbruik van onder meer water en ruimte scoren ze wel beter. „En als de restwarmte een rol kan spelen in het stadswarmtenet, levert dat grote duurzaamheidswinst op.”

Over het elektriciteitsverbruik zegt Prins: „Daar moeten we echt nog aan werken.” Ze noemt zonne-energie als mogelijkheid. Maar Prins relativeert dit probleem ook. „De manier waarop we nu voedsel in de supermarkt krijgen, met al die vrachtwagens en al dat heen en weer vliegen, is veel dramatischer voor de wereld. We kunnen niet in Californië water over het land blijven sproeien en de oogst vervolgens transporteren naar de oostkust. Dat gáát gewoon niet.”