China gaat iets verder open

Deze rubriek belicht iedere maandag ontwikkelingen op de beurs. Deze keer: kansen in China.

De rode vlaggen werden nog eens vrolijk uitgehangen. Toen China eind vorig jaar vierde dat het precies veertig jaar geleden zijn communistische economie hervormde en openstelde voor de wereld, wees president Xi Jinping op alle grootse prestaties nadien. Maar toen het applaus van zijn toehoorders was verstomd, keerde de realiteit rap terug. De kapitalistische wind is wat gaan liggen: het land beleeft de traagste groei in 28 jaar, het consumentenvertrouwen is laag en de vraag naar Chinese producten vertraagt. Bovendien, de handelsoorlog met de VS deed en doet China pijn. Zozeer dat de nieuwe wereldmacht zich genoopt ziet de deur wat verder te openen.

Ditmaal gaat het om de eigen financiële sector. Veel landen, waaronder Nederland, hekelen de blokkades die de Chinezen hebben opgeworpen. Want: buitenlanders mogen geen Chinese bedrijven overnemen en zij andersom wel. Dat is oneerlijk, luidt de kritiek.

Maar afgelopen week liet de Chinese premier Li Keqiang weten dat komend jaar, eerder dan verwacht, alle restricties voor buitenlanders verdwijnen wat de eigendom betreft van Chinese bedrijven die handelen in lokale effecten.

Dat is smullen voor buitenlandse investeerders, bevestigt Wim-Hein Pals, hoofd opkomende markten bij Robeco. Voor financiële instellingen opent zich nu een enorme groeimarkt. „Zij hebben hier in het Westen te maken met lage groei en lage rente. Dat is in China wel anders.” Daarbij past het in een trend: de Chinese aandelenmarkten openen zich telkens iets meer voor buitenlanders.

Mandjes wereldaandelen

Wat betekent de Chinese liberalisering voor beleggers hier? Lukas Daalder, beleggingsstrateeg bij BlackRock Nederland: „Dat zij zich ervan bewust moeten zijn dat ze een steeds groter aandeel in de Chinese economie krijgen.” Al zal dat voorlopig vooral ‘passief’ zijn via mandjes wereldaandelen, zoals de MSCI-wereldindex. „We zullen niet opeens als gekken in China gaan beleggen. Maar de drempel wordt verder verlaagd en heel geleidelijk gaan de percentages Chinese aandelen in deze mandjes omhoog.”

Ook Pals van Robeco wijst op die trend. „Het aandeel Chinese aandelen is nog klein, maar beleggers in indexen zien dat straks procentpunten omhoog gaan. Er gaat zo voor honderden miljarden dollars aan kapitaal naar Chinese aandelenmarkten. Dit gaat een grote vlucht nemen.”

Het nieuwe Chinese beleid trok al diverse grote zakenbanken naar het Chinese vasteland, zoals UBS, Nomura en J.P. Morgan. Zij zetten er eigen filialen op of kregen toestemming een meerderheidsbelang te nemen in lokale effectenbedrijven en joint ventures op te zetten.

Vincent Juvyns, marktstrateeg bij vermogensbeheerder J.P. Morgan, spreekt ook van een nieuwe wereld die opengaat. „Zakenbanken en beleggers kunnen hiervan profiteren. China is een opkomende markt met veel geld.”

De belangrijkste ontwikkeling is volgens Juvyns al een feit: er mag nu vrijwel onbeperkt in Chinese obligaties worden gehandeld. Buitenlandse obligatiebeleggers werkten tot voor kort via offshore accounts, in Hongkong bijvoorbeeld, maar ze kunnen intussen gewoon in China opereren. Juvyns: „China is een grote markt met veel spaargeld. Dat zal ook zijn weg vinden naar de aandelenmarkten.”

De handelsoorlog mag nu even een storende factor zijn, feit is dat China op diverse terreinen langzaamaan markten openstelt. Het past allemaal in een langere trend, stelt Pals. „China wordt onderdeel van de mondiale economie. Zij willen het. De meeste westerse beleggers willen het. Dus is er geen weg terug.”