Voormalig mijnencomplex Nederlands-Indië op Werelderfgoedlijst

De Ombilin-mijnen op het Indonesische eiland Sumatra waren in de negentiende en twintigste eeuw een belangrijke bron voor steenkool.

Het hoofdkwartier van het Unesco in Parijs.
Het hoofdkwartier van het Unesco in Parijs. Philippe Wojazer/Reuters

De Ombilin-mijnen op het Indonesische eiland Sumatra, die jarenlang golden als het grootste en meest productieve mijnencomplex van Nederlands-Indië, zijn toegevoegd aan de Unesco-Werelderfgoedlijst. Dat meldt het Werelderfgoedcomité zaterdag.

Aan het eind van de negentiende eeuw werd in het westen van Sumatra een grote hoeveelheid steenkool ontdekt. Om de kool vanuit de bergen te kunnen exporteren kwam er een spoorweg van 150 kilometer en werd de Emmahaven, een kolenhaven, aangelegd. Volgens het Werelderfgoedcomité is het mijnencomplex, inclusief de spoorweg en de opgebouwde mijnstad, „een geïntegreerd systeem dat efficiënte extractie, verwerking, transport en verzending van steenkool met diep water mogelijk maakte”. De mijn werd ruim twintig jaar geleden gesloten.

Babylon en Augsburg

In de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe wordt in tien dagen beslist over 36 nominaties. Tot nu toe zijn 21 daarvan aangewezen als Werelderfgoed. Eerder werden onder meer de Mesopotamische stad Babylon en de middeleeuwse waterwerken in het Duitse Augsburg toegevoegd aan de Unesco-lijst.

Nederland heeft dit jaar geen nominaties ingediend. Daardoor blijft het aantal Nederlandse vermeldingen op de Werelderfgoedlijst op tien staan. Daartoe behoren onder meer de Waddenzee, de grachtengordel van Amsterdam en de Van Nellefabriek in Rotterdam.