‘Tandje erbij! Schieten! Tussen de tieten!’

Vrouwenvoetbal kijken In de Utrechtse buurtkroeg Ons Honk is het moeilijk kiezen tussen kritiek en enthousiasme tijdens de WK-finale in Lyon.

Zondagochtend tien uur, als buurtkroeg Ons Honk in Rivierenwijk opengaat, vat eigenaar Hans Venus de sfeer van vanmiddag alvast samen. „Ze zeggen natuurlijk wel: ‘kutwijven, die kenne niet voetballen’. Maar als er een doelpunt ingaat, zitten ze allemaal tegen het dak.”

Vijf uur. Rinus van de Velde zit onderuitgezakt voor een van de drie schermen. „Het is wel goed hoor, als die jongens een lesje wordt geleerd. Al die miljoenen die ze verdienen. Van de vrouwen gaan we nog veel horen.”

Ons Honk zit vol. Het café, van oudsher een uitvalsbasis voor FC Utrecht-fans, is een „echte mannenkroeg”, aldus Hans, maar vanavond zijn voor de gelegenheid „de meisjes” ook meegekomen. Achter de bar hangt één oranje banier.

Aftrap. Joop de Rijk begint meteen te scanderen. „Vieze hoer! Yankee hoer!”

Yvonne van Rooijen , vanaf een barkruk: „Nou, nou, nou.”

„Hoeren! Die bakken niks klaar.”

Yvonne en buurvrouw: „Jóóp! Ga lekker buiten zitten dan! Wat doe je hier binnen?” Joop bindt in: „Ze doen het wel goed, hoor. Veenendaal is de beste.”

Lees ook: Voetbal lijkt eindelijk ook de VS te veroveren

Een bal suist door de lucht. Paul de Bie gooit z’n handen omhoog. „Wat doet ze nou? Ze speelt de bal, naar, naar weet ik wat!”

Keeper Sari van Veenendaal houdt een bal uit het doel. De kroeg juicht . „Veenendaal! Veenendaal!”

De bal gaat heen en weer over het veld, de stemming komt erin. Meer bier.

Pascal in Ons Honk gaat zijn shirt verbranden

„Twee ballen op de kin...”

„...en de rest erin!”

„En van je hela, hola, houd de moed er maar in.”

Pascal van Hal draagt voor de gelegenheid een oranje overhemd. Hij staat vooraan, maar blijft kritisch. „Die wijve kenne er niks van.” Veenendaal houdt weer een bal uit het doel: gejuich, ook van Pascal. Abby Dahlkemper krijgt een gele kaart: weer gejuich, weer van Pascal.

„Tietbal!”

„Hij gaat erin!”

„Hij gaat er zéker in vanavond.”

„Via de tieten!”

Kwart voor zes, rust en rookpauze. En meer bier. Op het bankje op de stoep wordt de wedstrijd geanalyseerd. „De Amerikanen houden er druk op.”

„Maar het collectief is goed.”

„Er wordt te laat gereageerd.”

„Als het zo doorgaat verliezen we.”

„We moeten winnen op geluk.”

„Op vechtlust.”

„Onze meiden hebben meer uithoudingsvermogen.”

Nou ja, is de conclusie. „Ze doen goed hun best.”

De wedstrijd gaat verder. Willem is buiten gebleven. „Ik wil wel dat ze winnen. Ze zitten nou toch maar op het WK.” Maar hij hoeft het niet te zien. „Dan erger ik me, aan het balverlies en de fouten. Maar als ze een doelpunt maken, ga ik naar binnen.”

Pascal, in z’n oranje shirt, heeft wel alle wedstrijden gezien, al „is het niveau natuurlijk wel minder”. Hij was ook bij de huldiging twee jaar terug, na het EK. Hij vindt „het damesvoetbal” een goeie zaak, maar z’n huis versiert hij niet. Dat doet hij bij de mannen wel. De hele voorgevel, vlaggetjes over de weg, en in huis overal van die poppetjes en dingetjes die hij spaart bij de Jumbo. Maar bij de vrouwen, nee. Waarom niet? Hij staart over z’n flesje bier en peinst. In Sterrenwijk is er dit jaar wel een klein stukje van de straat versierd, weet hij. Misschien over vier jaar. Of acht.

Zes uur, vrijwel iedereen zit nu toch binnen. Dan: penalty voor de Amerikanen, 1-0. Woede breekt los in Ons Honk.

„Onterecht!” schreeuwt een vrouw.

„Oooooh!”

„Kutwijven!”

De spanning stijgt.

„Ze hebben nog een half uur om ’t goed te maken. Kom op, tandje erbij!”

„Tandje erbij! Schieten!”

„Tussen de tieten!”

Iedereen kijkt nu naar het scherm, Pascal ramt uit frustratie zijn vuist tegen een lamp. Geschreeuw.

En dan: wéér een doelpunt voor de Amerikanen. Pascal ramt nog eens tegen de lamp, trekt z’n oranje overhemd uit en beent half bloot naar buiten. Hij gaat z’n shirt verbranden, zweert hij. De kroeg draait zich boe-roepend van het scherm af. De wedstrijd is nog niet voorbij, maar de barman zet het geluid van de tv’s uit en de muziek open. „Klaar. ’t Is klaar.”

Eigenares Martine Venus gaat rond met een schaal bittergarnituur. Ze baalt er echt van, net als Yvonne.

Paul: „’t Is jammer, maar de Amerikanen hebben het verdiend.” Hij gaat lachend naar buiten, met Pascals overhemd en een aansteker. Maar Pascal krabbelt terug. „Ik heb maar twee oranje shirts.”