Mike Teunissen leeft in een droom

Tour de France Jumbo-Visma domineert het openingsweekeinde van de Tour: ritzege en gele trui voor Mike Teunissen, en winst in de ploegentijdrit.

De renners van Jumbo-Visma zijn onderweg tijdens de ploegentijdrit, met start en finish in Brussel, die ze winnen met 20 seconden voorsprong op Ineos.
De renners van Jumbo-Visma zijn onderweg tijdens de ploegentijdrit, met start en finish in Brussel, die ze winnen met 20 seconden voorsprong op Ineos. AP Photo/Christophe Ena)

Om half twaalf zaterdagavond knipt hij het licht uit, maar het is niet dat met de duisternis ook de kalmte intreedt. Dat overprikkelde brein van hem, waarin de indrukken en de emoties zinderen na een dag waarop hij wielerhistorie heeft geschreven, neemt een loopje met hem daar in het Van der Valk hotel vlak bij de luchthaven van Brussel. De pogingen om zijn historische verrichtingen en alle aandacht die daarop volgde op een rijtje te krijgen zijn bij voorbaat kansloos, omdat hij geen vat krijgt op een realiteit die zoveel gekker blijkt dan hij zich had kunnen voorstellen. Hij de eerste Nederlandse geletruidrager in dertig jaar? Hoe dan?

Vóór dit jaar was hij een renner met wie niet vaak rekening werd gehouden. Hij werd onderschat, ondergewaardeerd ook. Mike Teunissen uit het Limburgse Ysselsteyn is de beloftewereldkampioen veldrijden van 2013, won een proloog in de Franse rittenkoers Tour de l’Ain, een eeuwigheid geleden. Maar na zijn overstap van Team Sunweb naar Team Jumbo-Visma begint hij te presteren, alsof de waardering die bij een transfer hoort hem bevrijd heeft. Hij wint twee ritten in de Vierdaagse van Duinkerken plus het eindklassement, en ook dat van de ZLM Tour, twee weken geleden in eigen land. Het zijn gunstige voortekenen, maar met topvorm alleen dwing je geen leiderschap af. Hij kent zijn plaats in de pikorde.

Schijnwerpers

Naar de Tour komt hij om Dylan Groenewegen uit de wind te rijden, de snelste sprinter ter wereld. Niet om zelf in de schijnwerpers te staan. Maar ja, hij ziet zijn kopman gaan zaterdag, op anderhalve kilometer van het einde, hij rijdt er vlak naast als de frames in elkaar grijpen. In een fractie van een seconde besluit hij voor eigen kansen te gaan. In het gunstigste geval kan hij met een ereplaats zijn ploeg nog een beetje opbeuren. Hij heeft niets meer te verliezen, krijgt een vreemd soort van ontspanning over zich. Zelfs tegen de wind in heeft hij nog macht in de benen. Op de streep houdt hij een paar banddiktes over op de grote Peter Sagan.

Uren van interviews volgen, voor de radio, de krant, en de televisie. Ondertussen probeert hij een bak couscous weg te scheppen, zo kan hij in elk geval fysiek herstellen. In het hotel houdt hij een speech, hij heft een glas champagne en bedankt iedereen die heeft bijgedragen aan zijn triomftocht. Dan is het bedtijd.

Hij ziet het één uur worden, twee, drie, en tegen zessen heeft hij nog het idee niet geslapen te hebben, of hij moet in een lucide droom zijn gegleden. De gele én de groene trui die hij gewonnen heeft hangen over de televisie, vol in het zicht. Zijn telefoon blijft maar geluid maken, tegen het ochtendgloren staan er vierhonderd berichten voor hem klaar. Ondertussen ligt zijn kopman naast hem te woelen, de man die het geel had moeten winnen, gebutst aan heup en zij.

Mike Teunissen in het geel tijdens de ploegentijdrit, onder het Atomium in Brussel.

Foto François Lenoir/Reuters

Nee, uitgeslapen verschijnt Mike Teunissen niet aan de start van de ploegentijdrit, op zondag. In zijn ooghoeken ziet het blauw, zijn gezicht is pips, maar hij staat daar wel met het mooiste wielertricot ter wereld om zijn schouders, en dat voelt lekker. Hij vermoedt dat de euforie de vermoeidheid wel zal verdrijven, als hij straks een halfuur lang met een gang van zestig door de straten van Brussel dendert, de camera’s op hem gericht.

Aan het beroemde Atomium klinkt om kwart over vier op zondagmiddag luid applaus als acht renners van Jumbo-Visma het startpodium afrijden. Het is een belangrijke dag voor de Nederlandse ploeg, ze hebben hier maanden naar toegeleefd. Vorig jaar verloren ze in de ploegentijdrit een minuut. Was dat niet gebeurd, dan was Steven Kruijswijk op het podium geëindigd. Alles ging tegen het licht: het materiaal, de houding op de fiets. Er werden specialisten aangetrokken: Tony Martin, en Wout van Aert, mannen van de grote plaat.

Lees ook: Ineens staat Teunissen in de gele trui, geen idee wat hem overkomt

Dolle stieren

Ze gaan als een stel dolle stieren van start, na vijf minuten fietsen hebben ze al bijna tien seconden voorsprong op Team INEOS, van titelverdediger Geraint Thomas. Mathieu Heijboer, architect van de ploegentijdrit, ziet de renner die van kop af komt steeds spartelen om weer aan het laatste wiel te geraken, zo hard gaat het. „You guys are fucking flying”, klinkt het over de boordradio. Ze houden het moordende tempo vol, winnen de etappe met 20 seconden voorsprong, declasseren de concurrentie.

„Dit is bizar”, zegt sportief directeur Merijn Zeeman terwijl hij zijn renners grijnzend gehuldigd ziet worden. „En ver boven verwachting.”

Met zijn achten moeten ze telkens weer het podium op, als artiesten voor wie onophoudelijk geapplaudisseerd wordt: voor de dagzege krijgen ze een medaille, als leiders van het ploegenklassement een klok. De witte trui voor beste jongere is voor Wout van Aert en Teunissen krijgt zijn tweede gele. Jumbo-Visma domineert het openingsweekend van de Tour, à la de Raleigh-ploeg van Peter Post in de jaren zeventig en tachtig.

Na de festiviteiten probeert Teunissen zijn gedachten te ordenen, kauwend op een wrap. Zijn ogen staan duf. Hij leeft in een droom, en die gaat maar door. Want maandag ligt de finish in het Franse Epernay, de Avenue de Franche-Comté loopt lichtjes op. „Met Wout hebben we een grote favoriet”, zegt de man in het geel. „Maar ik kan er zelf ook wel uit de voeten.”