Recensie

Recensie Theater

‘Kind’ van Peeping Tom is voorlopig hoogtepunt van Julidans

Kind, van choreografen Franck Chartier en Gabriela Carrizo, toont absurde situaties en surrealistische fenomenen. Vooral de lachwekkende verrassingen maken het een sterke voorstelling.

‘Kind’ van Franck Chartier en Gabriela Carrizo/ Peeping Tom
‘Kind’ van Franck Chartier en Gabriela Carrizo/ Peeping Tom Foto Olympe Tits, Peeping Tom

Ook al komen er poppen en een hertje op hakken in voor, toch is het geen onbezorgde, roze droom, de wereld die Franck Chartier en Gabriela Carrizo schilderen in Kind. Kind is, na Vader (2014) en Moeder (2016), de derde voorstelling in het drieluik over het gezin en draagt met absurde situaties (een moordlustige boswachter) en surrealistische fenomenen (monsterlijke rupsen) en maffe slangenmensdansen weer duidelijk de signatuur van de oprichters van het Brusselse gezelschap Peeping Tom.

Na de openingsvoorstelling Story, story, die is Kind tot dusver een hoogtepunt in Julidans, het jaarlijkse festival voor internationale hedendaagse dans. In Kind is sopraan Eurudike de Beul, kernlid van Peeping Tom, de ster. Uiteraard óók in haar eigen kinderuniversum (ze is overigens ruimschoots uitgegroeid) dat ze desnoods met hakbijl of haar tanden verdedigt. Of met loeiende huilbuien, die naadloos overgaan in Isoldes Liebestod van Wagner – een geniale ingeving.

Wat Chartier en Carrizo hier met diabolisch plezier onderstrepen, is dat er naast speelse fantasie in de kinderziel ook agressie, jaloezie en wreedheid huizen. Meestal nog zonder besef van moraliteit, al valt dat bij De Beul te betwijfelen, zodat het vooral de lachwekkende verrassingen zijn, niet zozeer diepgravende psychologische verkenningen, die Kind een sterke voorstelling maken.

De toon van de andere voorstellingen is overwegend serieus. Met uitzondering dan van Florentina Holzingers feministische en heerlijk weerzinwekkende XL-commentaar op Balanchines klassieker Apollon Musagète, hier speciaal nogmaals gepresenteerd voor buitenlandse programmeurs die op Julidans ‘inkopen’ komen doen.

In de voorstellingen van Amos Ben Tal (60, over het concept tijd) maken vooral de uitstekende dansers indruk en de hyper-expressieve Enrico Ticconi redt Kat Válasturs Rasp Your Soul, als voortdurend van identiteit veranderend mythisch wezen waarin we iets van onze gedigitaliseerde werkelijkheid moeten herkennen. Maar in Brother van Marco da Silva Ferreira imponeren dansers noch choreografie: zwak, modieus, willekeurig. Wat doet dat op Julidans?

Jefta van Dinther is inmiddels een bekende van het festival. In The Quiet zien we vijf vrouwen van verschillende leeftijden op een schemerig toneel dwalen rond een frame, een symbolisch huis. Terwijl voortdurend analyses en oordelen klinken over een persoon – Van Dinthers jonge ik? – kruipen de vrouwen bij elkaar rond het warme licht van een kampvuur, werken samen, mediteren, zingen, vereren het zonlicht. Ondanks de gedeelde spiritualiteit is de sfeer er niet één van geborgenheid, eerder van individueel zoeken. Op een heel andere manier dan Kind stemt The Quiet zo óók tot nadenken over opgroeien.