Opinie

De baron en de wolf en de oernatuur

Er was eens een baron die directeur was van het Nationale Park de Hoge Veluwe. Twee dagen vóór de koning zijn nieuwe bezoekerspaviljoen kwam openen kreeg hij de schrik van zijn leven. Een filmpje liet er geen twijfel over bestaan: wolvenwelpjes. Twee, drie, scharrelden er rond bij zijn noorderburen.

Meteen plaatste hij hoge hekken, dwars op de wildovergangen. Zwarte, ruitvormige rasters zijn het, met prikkeldraad erboven. De grond is nog vers omgewoeld, op het ecoduct Oud-Reemst. „We hebben vrijwillig meegewerkt aan de hype van ecoducten,” schrijft Seger Emmanuel baron van Voorst tot Voorst in een verklaring. „Wij hebben wel altijd gezegd: we willen geen overlast krijgen van de buren.

Die krijg hij toch, in edelhertvorm. Die moesten hij en zijn jagers weer afschieten, iets waar zij „niet op zitten te wachten.” „Het is ook geen verdienmodel, zoals veel mensen denken.” En nu dus die wolf. De meeste natuurbeheerders schoten spontaan in de halleluja-stand. Hij is terug! Na tweehonderd jaar!

De wolf is een strontverwende keurvorst die onze stukjes bos ter grootte van een krant tot officiële wildernis kroont. Echte oernatuur. We smullen ervan. Totdat we een opengereten Bambi in de beeldentuin van het Kröller-Müller vinden.

De baron schrijft: „Wij vinden het prima dat sommigen blij zijn met de wolf, maar de problemen zullen zich vanzelf aandienen.” Dus wil hij hem kunnen afschieten als hij toch over zijn prikkeldraad springt. Of (want ik heb wel een stiekeme hint voor die wolvenkinderen) overdag onder de slagbomen doorsluipt bij de mensen-ingangen.

Dit Nationale Park is vooral park, en niet erg nationaal. Het is een particuliere landschapstuin met entreekaartjes. Op heikneutersafari op een wit fietsje, langs knuffelbeesten die een strikte ballotage doorstonden. Inderdaad, de barbecuepakketten zijn niet het verdienmodel. Dat zijn de toeristen.

Die krijgen trouwens wel waar voor hun € 9,95. Neem dat nieuwe bezoekerscentrum. Een architectonisch wonder van hout en glas. Het allermooiste: op het gewelfde plafond projecteren lampen een bladerdak-imitatie, en uit tientallen speakertjes klinkt vogelgetjirp. Je waant je midden in de natuur. Het herinnert ons eraan dat we niet zo zwaar moeten tillen aan dat onderscheid tussen natuurlijk en kunstmatig.

Laten we eerlijk zijn, zo’n recreatiepark is precies wat we willen. Dit landschap is gevarieerder dan bij de buren, het kaalgeknabbelde Deelerwoud, waar ze de natuur wél lieten verwilderen, en alles doen om het de wolf naar zijn zin te maken, dat totemdier van de authenticiteit en de mythe van een echte wildernis. Dat is een sprookje waar de Hollandse natuurliefhebber graag in blijft geloven, nog lang en gelukkig.

Christiaan Weijts vervangt Lotfi El Hamidi die op deze plek een wisselcolumn deelt met Tom-Jan Meeus.