Recensie

Recensie Muziek

Collectief Dreamtigers wint Spr!tzl Finale

In het Muziekgebouw in Amsterdam vond vrijdag de tweede jaargang van Spr!tzl plaats, het ‘jonge-makersatelier’ van muziektheaterkern Silbersee.

Dreamtigers spelen ‘One Copy Twice’
Dreamtigers spelen ‘One Copy Twice’ Foto Casper Koster

De foyer van het Muziekgebouw. Zacht strijklicht. Meters boven de grond zweeft een sopraan in een trapeze, terwijl ze a cappella de Puccini-aria O mio babbino caro zingt. Het was vrijdag een van de poëtische, ludieke en absurdistische pop-up intermezzo’s tijdens de Spr!tzl-finale, het evenement waarmee muziektheaterkern Silbersee de tweede jaargang van haar ‘jonge-makersatelier’ afsloot.

De Spr!tzl-formule is als volgt: uit tientallen inzendingen selecteert een vakjury drie projecten van jonge makers die met financiële en artistieke ondersteuning een seizoen lang aan een voorstelling werken. Tijdens de finale-avond worden de resultaten gepresenteerd en strijden de genomineerden om de publieksprijs van vijfduizend euro.

Het collectief Dreamtigers (Ben van Bueren, Peter Akkerman, Robin Buijs en Thomas Bensdorp) ging er vrijdag verdiend met de buit vandoor. Voor One Copy Twice putten de vier componisten/ musici inspiratie uit de roman Morels uitvinding van de Argentijnse schrijver Adolfo Bioy Casares, tijdgenoot en vriend van Jorge Luis Borges.

Een voice-over verhaalde van een raadselachtig eiland, alwaar een helse machine de bewoners gevangen houdt in een zich steeds herhalende (schijn)werkelijkheid. Knap hoe de Dreamtigers de magisch-realistische sfeer van het proza wisten te vangen in een mix van psychedelische artrocksongs en een steampunk-achtige schaduwspelmachinerie van bewegende poppenhuisfacades en modellandschapjes.

In A Manual Towards the Truth raakten componist Brendan Faegre, slagwerker Jonathan Bonny en kunstenaar Robins Coops aan de morele dilemma’s die de digitale revolutie met zich meebrengt. Aangrijpend waren de beschrijvingen van geweerde Facebook-filmpjes (een zelfmoord, een onthoofding met een bot keukenmes), al bleek het muzikale aandeel te mager om een half uur te kunnen boeien.

In Ich brauche Liebe van de Groningse kunstenaar-regisseur Nina Wijnmalen bleef de muziek beperkt tot een handvol resonerende pianoklanken en een serene klaagzang van Eva Marks. Niettemin gaf de voorstelling in beeldende tableaus een indringende schets van de menselijke behoefte aan geborgenheid, alsook het onvermogen om echt contact te maken.