Schiedam. Buurtbewoners en vrijwilligers zijn koffie aan het drinken. Stichting de Buren van Oost. Als je weet wie je buren zijn en wat er leeft in je buurt, voel je vanzelf meer verbondenheid en daarbij verantwoordelijkheid in en voor je woonomgeving. De stichting heeft een mobiele buurtpost middels een pipowagen, waar vanuit allerlei initiatieven worden ingezet in de wijk. De kracht van Stichting de Buren van Oost is dat het vanuit de wijk zelf ontstaan is. Het bestuur bestaat uit bewoners van Schiedam Oost.

Hans van Rhoon

We moeten de wijk in, vindt eliteclub

Hans Wijers, Frans Blom en Boudewijn Wijnands

Nederlanders leven langs elkaar heen. Dat moet anders, vindt een denktank van prominente bestuurders.

Via Instagram ben je beter op de hoogte van wat er gebeurt op een Balinees strand dan van wat zich twee straten verderop afspeelt. Een hoogopgeleide stedeling voert soms makkelijker een gesprek met een collega aan de andere kant van de planeet dan met een lager opgeleide buurvrouw. En wie heeft er überhaupt nog tijd, tussen het forenzen, alle sociale verplichtingen en digitale drukte door, voor een praatje in de buurt of een activiteit in de wijk?

Een denktank van prominenten uit het bedrijfsleven en de publieke sector spreekt maandag in een nieuw rapport grote zorgen uit over de groeiende ‘horizontale verzuiling’: het verschijnsel dat hoger- en lageropgeleiden nauwelijks in aanraking komen met elkaar, en dus ook geen toegang hebben tot elkaars netwerken.

Dat is vooral een probleem voor de lager opgeleiden, die veel kunnen hebben aan de connecties van hoger opgeleide buurtgenoten voor bijvoorbeeld het krijgen van banen of het uitoefenen van invloed op de politiek. Dat ze dat niet kunnen, versterkt hun gevoel dat ze de grip verliezen op hun eigen leven, aldus denktank DenkWerk, met onder meer topbestuurders Hans Wijers, Feike Sijbesma, Frans Blom, Angelien Kemna en topambtenaar Bernard ter Haar.

Hun rapport, Onrust in Voorspoed, past in een golf van bezorgdheid over de verwijdering tussen bevolkingsgroepen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) publiceren er regelmatig over, waarbij individualisering, migratie en de opkomst van sociale media als oorzaken worden genoemd. SCP-voorzitter Kim Putters sprak eerder dit jaar van een ‘veenbrand’: de verwijdering leidt volgens hem tot een smeulend ongenoegen dat gevaarlijk kan opvlammen. Ook DenkWerk ziet een verband tussen afnemende samenhang tussen de sociale klassen en onbehagen in de samenleving.

Stadsbuurten zijn volgens de denktank bij uitstek plekken waar mensen met diverse achtergronden elkaar kunnen tegenkomen en helpen, maar dat gebeurt niet genoeg, zegt Frans Blom op het Amsterdamse hoofdkantoor van adviesbureau BCG waar hij de baas is. „Dat beperkt de sociale mobiliteit, vergroot de kloof en zorgt voor pessimisme over de toekomst.” Samen met DenkWerk-leden Boudewijn Wijnands, start-up-ondernemer en voorzitter van het CDA Amsterdam, en Hans Wijers, oud-minister en president-commissaris van ING, licht hij het rapport toe.

Daarin staat ook een opmerkelijke oproep: een appèl aan alle Nederlanders om minstens één à twee uur per week te besteden aan de gemeenschap in de buurt.

Eén à twee uur per week: hoe dan?

Blom: „Dat kan voor iedereen verschillend zijn. Het kan bijvoorbeeld ook één keer per maand een dag, of één keer per jaar een week.”

Wat voor soort activiteiten stellen jullie voor?

Blom: „Kijk naar weekendscholen, waar mensen uit allerlei sectoren gastlessen geven aan kinderen. Een paar uur, op zaterdag. Dat is precies wat we bedoelen.”

In het rapport staan ook voorbeelden als een bardienst bij een voetbalclub of luizenmoeder zijn op een school. Het gaat met name om activiteiten waarbij je mensen uit andere sociale klassen spreekt.

Waar moeten mensen die tijd vandaan halen?

Wijers: „Het gaat er niet om dat je je hele levensstijl moet omgooien. Het is een relatief kleine tijdsinvestering die veel verschil kan maken. Laten we wel wezen, we hebben veel te danken aan een coherente samenleving waar mensen het gevoel hebben erbij te horen. Als dat wegvalt, ondermijnt dat de vooruitgang.”

Wijnands: „Vroeger hadden mensen kerken en verenigingen. Daarvoor moet wat in de plaats komen, en dat kost inderdaad een beetje moeite. Je krijgt ook veel terug voor die tijdsinvestering. We lijken meer connected dan ooit maar het gaat mis met de échte verbindingen.”

Wat doet u eigenlijk zelf in uw buurt?

Blom: „Met BCG doe ik mee aan ‘Baas voor een dag’, waarbij jongeren een dag meelopen in het bedrijf, en we stimuleren medewerkers om vrijwilligerswerk te doen, bij de voedselbank bijvoorbeeld. Dat levert misschien nog niet altijd genoeg op, maar we doen er wel wat aan.”

Wijers heeft wel eens gastlessen gegeven aan Nederlandse schoolkinderen. Wijnands werft met zijn startup, DeedMob, vrijwilligers voor diverse goede doelen. „Maar het gaat er niet om om daarmee te pronken. Je hoeft niet zelf het beste jongetje van de klas te zijn om mee te werken aan een oplossing, toch?”

Moeten grote bedrijven niet ook wat meer doen om de kloof in buurten te verkleinen?

Wijnands: „Zeker. Kijk naar softwarebedrijf Atlassian in Amsterdam dat medewerkers in staat stelt in de tijd van de baas vrijwilligerswerk te doen. Driekwart van hun medewerkers doet dat, bijvoorbeeld in de voedselbank.”

Is een oproep voor meer buurtactiviteiten niet het projecteren van dorpse idealen op de grote stad? Veel stedelingen vinden het wel fijn dat ze zich kunnen onttrekken aan zaken als buurtbarbecues.

Wijers: „We willen ook niet terug naar de beklemmende jaren vijftig, de persoonlijke vrijheid in steden heeft ook veel gebracht. We dragen in ons rapport veel andere oplossingen aan voor de kloof zoals beter onderwijs en de bouw van meer betaalbare huizen. Met die één à twee uur in je wijk zijn we er nog niet – dat zou naïef zijn. Maar het is wel iets wat mensen zélf kunnen doen.”

Blom: „Het was niemands bedoeling om langs elkaar heen te gaan leven, dat is onbedoeld zo gegroeid. Maar het is nu wel een probleem.”

Wijnands: „Als de elite alleen nog maar met elkaar omgaat en alleen nog elkaar helpt, is het niet gek dat het wantrouwen tegen de elite groeit.”