Opinie

Revolutie op de markt voor arbeid

Marike Stellinga

De Nederlandse politiek kent van die beleidsdossiers die een jaar of tien voortslepen. Totdat iedereen er doodmoe van wordt. Elke politicus weet dat er een probleem is, dat nare ingrepen nodig zijn, maar er zijn zoveel taboes bij politieke partijen en belanghebbenden dat het niet lukt er echt iets aan te doen. Er komen adviezen, probleemanalyses en commissies, een deel belandt wegens de politieke gevoeligheid direct in een la, met een beleefde reactie van de verantwoordelijke minister: ‘Bedankt, maar nee bedankt.’ En zo ben je, voor je het weet, weer tien jaar verder.

De verhoging van de pensioenleeftijd was zo’n dossier. Na meer dan een decennium gedoe werd die pardoes en bruusk verhoogd in het Lenteakkoord van 2012. (Zo bruusk dat nu, zeven jaar later, een deel van de verhoging wordt afgezwakt.)

Het slepende dossier van nu heet de arbeidsmarkt. Al kabinetten lang is duidelijk dat er een groot probleem is door de groei van flexwerk en zzp’ers. Al jaren achtereen maken economische adviseurs, wetenschappers en ambtelijke werkgroepen indringende analyses. En al jaren weten politici dat er gevoelige ingrepen nodig zijn. Maar de echte aanpak blijft uit.

Nu is er een nieuwe commissie: de commissie Borstlap. Zucht, zou je denken, wéér een analyse. Maar van het eerste document van de commissie, een discussienota, werd ik niet moe, maar blij. Dat begint al met de toon. In wat voor land willen wij werken? zo luidt de titel. Op pagina 1: „We moeten het allereerst over de grote vragen hebben.” Dus niet over: kan de ontslagvergoeding niet wat omlaag? Wel „over vragen als: wat is de waarde van werk?” Hoppa! Daar verliest de commissie zich niet in priegelige detaildiscussies. Hans Borstlap &co zet de kwestie direct fundamenteel neer.

Daarna doet de commissie belangrijke constateringen:

1. Er is echt wat aan de hand. Op de arbeidsmarkt voltrekken zich „turbulente, soms ronduit revolutionaire ontwikkelingen”, schrijft de commissie. Er dreigt een tweedeling tussen „welvarende werkenden die goed zijn opgeleid, goed verdienen en goed zijn beschermd, en werkenden die slecht zijn opgeleid en veelal werken in laagproductieve banen met geringere sociale bescherming.”

2. Dit is een Nederlands probleem. Ja, in meer landen verandert de arbeidsmarkt door globalisering en technologie. Maar in Nederland krimpt het aantal mensen met een vaste baan veel sneller dan elders. En dat ligt dus aan ons eigen beleid. Bijvoorbeeld aan de belastingvoordelen voor zzp’ers.

De commissie zet de toon, en kadert de discussie in.

Nu kan ik me voorstellen dat u denkt: huh? Alle regels op de arbeidsmarkt zijn toch al veranderd? Klopt, Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) veranderde de regels voor ontslag en flexwerk in Rutte II. Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) deed het net opnieuw in Rutte III. Maar dat was priegelwerk, niet voldoende om de grote ontwikkelingen te stoppen. Bovendien bleef de zzp-kwestie liggen.

De oplossingen zijn waarschijnlijk niet zo moeilijk. De overheid moet regels stellen voor alle werkenden en de sociale vangnetten ook voor (een deel van de) zzp’ers spannen. Het zijn de taboes die in de weg zitten. Rechtse partijen staan niet te springen om de belastingvoordelen voor zzp’ers in te perken (achterban!). Bedrijven staan niet te juichen als hun losse personeel meer rechten krijgt. Ik kan niet wachten op het definitieve advies van de commissie eind dit jaar. Ik zeg: zorg dat geen politicus het in een la durft te stoppen.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.