Opinie

Over het ondermijnen van de kinderziel

Tommy Wieringa

Kinderen houden van lezen. Ook al zeggen ze soms van niet, als je met ze gaat zitten en ze afwisselend voorleest en zelf laat lezen, dan houden ze van lezen. Ik heb dit vastgesteld in een groep van zo’n twaalf kinderen van zes tot negen jaar oud op de school van mijn dochters. Soms lees ik vier ochtenden per week, soms minder, altijd in groepjes van twee. De tergend saaie schoolboekjes verving ik vlug door leuker materiaal. Russische kindergedichten en een boek over de wonderbaarlijke reizen van dieren. Ze weten nu wat migratie betekent. De migratie van de Noordse stern en de monarchvlinder verbond ik losjes met de vaak onvrijwillige migratie van onze eigen soort: het was maar goed dat de kinderen nog geen telefoon bezaten, anders hadden ze vast Baudets kliklijn gebeld.

De roman Jeugd zonder God van Ödön von Horváth uit 1938 laat zien hoe zo’n door Forum voorgesteld kliksysteem functioneert. Een leraar raakt in conflict met zijn genazificeerde leerlingen. Het zijn, zegt hij, ‘marcherende, roeiende en gymnastiek bedrijvende monsters geworden’. Ze koesteren haat tegen het denken zelf: ‘Ze willen machines zijn, schroeven, tandwielen, zuigers, drijfriemen – maar nog liever dan machines zijn ze munitie: bommen, shrapnels, granaten. Wat zouden ze niet graag creperen op een of ander slagveld! Hun naam op een oorlogsmonument, dat is de droom van hun puberteit.’ De leerlingen noteren zijn uitspraken en brieven ze door aan de schoolleiding. Wanneer de leraar ter verantwoording wordt geroepen, zegt een boze vader: ‘O, mij maakt u niets wijs! Ik weet maar al te goed, langs welke slinkse wegen en met welke doortrapte listen men met het vergif van uw halfzachte humaniteitsdenken onschuldige kinderzielen tracht te ondermijnen!’ (Vertaling: Bram van Sonderen.)

De onschuldige kinderziel zelf intussen laat zich maar wat graag ondermijnen door het verhaal van de wereldzwerver, een libellensoort die elk jaar tienduizend kilometer aflegt, van India naar Oost-Afrika en terug, en over die reis liefst vier generaties doet. Anders gezegd: de betovergrootouders vertrekken uit India, en pas hun achterkleinkinderen komen een jaar later weer aan op de oorspronkelijke plaats van vertrek. Je verstand staat erbij stil.

Veel plezier beleven kinderen ook aan Bij mij op de maan, Russische kindergedichten vertaald en van een nawoord voorzien door Robbert-Jan Henkes. Zelfs de hardnekkigste gamer gaat om bij Dokter Oudoetzeer van Kornej Tsoekovski, over een dokter die naar Afrika gaat om dieren te genezen maar in zee belandt. ‘O, als ik nu verdrinken zou, / En naar de bodem zinken zou…’ Op de rug van een walvis vervolgt hij zijn reis naar de zieke dieren. ‘De pokken en de mazelen hebben ze / Krampjes en kolieken hebben ze / Bleekzucht en geelzucht hebben ze / En ook nog de hik.’

Veel te frivool voor de Sovjet-machthebbers. Lenins weduwe had een bijzondere hekel aan Tsjoekovski. ‘In plaats van iets over het natuurlijke leven van krokodillen te horen’, schreef ze over zijn befaamde gedicht Krokodil, ‘krijgen de kinderen je reinste onzin opgedist!’ De fantasie moest uit de kinderpoëzie weggepoetst, het sprookje zelfs in zijn geheel worden uitgeroeid. In kinderdagverblijven hingen 28 aanbevelingen voor de opvoeding van het proletarische kind, waaronder: ‘Vertel een kind nooit over dingen die hij niet kan zien’. De jeugd werd opgevoed in de geest van doods materialisme. Zowel in het communisme als het nationaalsocialisme, beide fel antimodernistisch, moesten kinderen met eendimensionaal lesmateriaal worden gekneed tot nuttige machines, tot schroeven, tandwielen, zuigers en drijfriemen in de grote machinerie van het systeem. Voor een muzisch tandwiel of een hermetische drijfriem was geen plaats.

Niet één dwangsysteem verdraagt fantasie en absurditeit, klankgedicht en nonsenspoëzie – de ‘oote oot-rijmelarij’ in de woorden van een moderne antimodernist als Thierry Baudet. Te vrij, te individueel, te gevaarlijk. Het recept voor ware cultuur? Het nationale verleden romantiseren, het volkse element verheerlijken en een militaire parade toe. Een recept uit grootmoeders tijd, maar Poetin, Trump en al die kleine kwispelaars ertussenin zijn er dol op.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.