Recensie

Recensie Theater

La Isla Bonita brengt een ode aan baldadige fantasie

Vrijdag opende het tien dagen durende Over het IJ Festival in Amsterdam met de voorstelling ‘De Managers’ van La Isla Bonita. De vier jonge actrices creëren een parallelle wereld, waarin managers zich spelenderwijs uitdrukken.

‘De Managers’ van La Isla Bonita, te zien op het Over het IJ Festival
‘De Managers’ van La Isla Bonita, te zien op het Over het IJ Festival Foto Bas de Brouwer

De tribune van De Managers door La Isla Bonita bevindt zich op de rand van een korte landtong in Amsterdam-Noord, waardoor het publiek een schitterend uitzicht heeft op het uitgestrekte water van het IJ, waar het zonlicht over de kabbelende golfjes ricocheert. Een flinke boom houdt het publiek in de schaduw. Het zijn prettige omstandigheden voor de openingsvoorstelling van het tien dagen durende Over het IJ Festival, dat ‘tegendraadse en vernieuwende locatietheaterproducties’ programmeert op de NDSM-werf en dieper in Amsterdam-Noord.

Ook bij De Managers is het goed toeven, want de voorstelling van dit performancecollectief is een ode aan baldadige fantasie. De vier jonge actrices stellen zich eerst één voor één voor, niet met tekst, maar met poses, als de managers die ze zijn. Ze gaan gekleed in identieke, lichtgekleurde pakken en zijn getooid met eendere paardenstaarten. Het poseren gebeurt op showmuziek, naar blijkt een essentieel onderdeel van de voorstelling. De onderlinge rivaliteit beelden ze eerst af met vileine plaagstootjes en dan stoerder, met de suggestie van mannelijkheid.

Als ze plaatsnemen aan een grote conferentietafel begint de vergadering. Hun gesprek bevat precies de clichétaal die je verwacht bij deze beroepsgroep. De voorstelling komt dan ook pas tot leven als ze in de pauze allevier een speelgoedpaardenkop op een stok pakken, een zogeheten ‘stokpaard’, en gaan rondhuppelen met die stok tussen hun benen alsof ze paard rijden. Het binnenste van de conferentietafel verandert in een piste, waar de vier synchroon figuren maken en door elkaar lopen, geleid door de dramatische en opgepompte muziek.

Nog één keer keren de managers kort terug in hun oorspronkelijke rol van vergadertijgers, maar dit paardenballet is geen oprisping. Alles wat ze als managers tegen elkaar te zeggen zouden hebben, uit te vechten hebben of samen zouden doen, wordt uitgedrukt in paardendansvormen. Er wordt geparadeerd, er is een achtervolging, er is competitie, seks en geweld en als de emoties oplopen, pakt een paardenmeisje een zweep om de anderen angst aan te jagen en te dresseren.

Het is kolderiek en goed bedacht en er zitten scènes tussen van grote schoonheid. In de parallelle fantasiewereld van La Isla Bonita komen menselijke verhoudingen even symbolisch als concreet aan de orde. Waar het imiteren van jargon volstrekt ongeschikt is geworden voor een parodie, blijkt een stokpaardenballet een rake vorm voor satire. Het holle vertoon van de managers wordt doorgeprikt, zonder hun menselijkheid plat te slaan.

Daar staat tegenover dat ondanks alle vertoonde energie sommige stukken te lang worden gerekt en er net iets te veel herhaling insluipt. Maar goed, dan is er altijd nog dat uitzicht, met passerende plezier- en borrelboten, ter afleiding.