Opinie

    • Caroline de Gruyter

Het was een grote rotzooi

In Europa

Allereerst dit: het resultaat van de grote Europese topjobs-carrousel is adembenemend. Op ondoorzichtige, chaotische manier zijn de Europese regeringsleiders erin geslaagd om toch met de meest federalistische kandidaten op de proppen te komen.

Dat is opmerkelijk. Tot dusver kozen zij liefst zwakkelingen uit, vooral voor de Europese Commissie. Mensen met weinig ruggengraat. Mensen van wie ze dachten dat ze ze makkelijk zouden kunnen controleren. Van het kaliber Santer, Prodi of Barroso. In 2014 hadden ze dit graag herhaald. Maar toen stak het Europees Parlement er een stokje voor en moesten ze ‘Spitzenkandidaat’ Jean-Claude Juncker accepteren. Toen ze dinsdag de Spitzen afserveerden, vreesden velen weer het ergste.

Maar de lijst die ze presenteerden, is verrassend sterk. Dit zijn geen kandidaten die naar de pijpen van regeringsleiders gaan dansen. Natuurlijk hebben ze hun makkes – maar dit zijn wel vier ervaren, overtuigde Europeanen.

Beoogd Commissievoorzitter Ursula von der Leyen vecht voor een Europese defensie en streeft naar een „Verenigde Staten van Europa”. Josep Borrell, genomineerd als Hoge Buitenlandvertegenwoordiger, wil dat Europese landen hun veto’s opgeven om met één stem te spreken op het wereldtoneel.

Volgens Christine Lagarde, die de Europese Centrale Bank moet leiden, zal meer politieke integratie (en budget) de euro versterken. Charles Michel, de nieuwe voorzitter van de Europese Raad, is waarschijnlijk de zwakste van de vier – maar ook zijn hart ligt in een federaal Europa.

De regeringsleiders krijgen met deze vier nog wat te stellen. Maar ze beginnen te beseffen dat ze in een wereld waarin giganten de dienst uitmaken, een sterk Europees blok moeten formeren. Anders worden ze weggespeeld. Voormalig Belgisch premier Paul-Henri Spaak zei eens dat er twee soorten landen zijn: „Kleine landen, en kleine landen die nog niet beseffen dat ze klein zijn.”

De kandidaten zijn dus goed. Maar de manier waarop de selectie verliep, was beschamend. Het was niet zozeer ondemocratisch, eerder ondoorzichtig. Het Europese systeem kent, zoals nationale systemen, twee kamers: het Europees Parlement en de Europese Raad van regeringsleiders. In beide instellingen zitten direct of indirect democratisch gekozen mensen. Samen regelen zij benoemingen. Het probleem is dat de taakverdeling, anders dan in de lidstaten, niet helder is vastgelegd. Regeringsleiders hebben die benoemingen altijd gedaan. Parlementariërs konden slechts goed- of afkeuren. In 2014 pleegde het parlement een coup met één Spitzenkandidaat, en hadden de regeringsleiders het nakijken.

In 2019 probeerde het parlement het weer. Maar ditmaal slaagden de politieke families in het parlement er niet in om één kandidaat te steunen waar regeringsleiders geen ‘nee’ tegen konden zeggen. Zo konden de regeringsleiders de Spitzen dumpen en op de oude, niet-transparante manier hun eigen kandidaten uitkiezen.

Regeringsleiders zijn te dominant in het Europese bestuurssysteem. Bij benoemingen moet het parlement een grotere rol krijgen. Dit betekent dat er meer rekening moet worden gehouden met de Europese verkiezingsuitslag. Oftewel: Europese democratie zal zwaarder wegen, nationale democratieën minder.

Het goede nieuws is dat regeringsleiders beseffen dat het zo niet langer kan. Dat de methode echt anders moet. President Macron zei dinsdag dat er een Europese conferentie komt die duidelijke regels voor topbenoemingen moet vastleggen. Benoemingen moeten gelinkt zijn aan het verkiezingsresultaat. En de verkiezingen moeten niet meer puur nationaal georganiseerd worden, maar óók werken met pan-Europese lijsten. Hopelijk kan dit zonder verdragswijziging. Over twee jaar moet er een plan zijn, zodat er bij de verkiezingen in 2024 een nieuw systeem is. Ook Von der Leyen zei woensdag dat parlementariërs „een model moeten ontwerpen”.

Het was een grote rotzooi in Brussel, deze week. Maar als dit inderdaad leidt tot een meer volwassen Europese democratie, dan was die rotzooi ergens goed voor.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.