Opinie

Het kapitalisme dient gekoesterd te worden - en soms gered van zichzelf

Kapitalisme onder druk

Commentaar

Raakt het westerse kapitalisme in diskrediet? Premier Rutte, leider van de grootste, liberale, partij van het land, uit openlijke kritiek op de achterblijvende beloning van werknemers en de gebrekkige belastingmoraal van het bedrijfsleven. In de Verenigde Staten roepen veel superrijken openlijk op tot meer vermogensbelasting. De technologiegiganten als Google en Facebook dreigen uit te groeien tot onaantastbare monopolisten, die in toenemende mate als te groot en te machtig worden ervaren.

Steeds meer werkende mensen in het Westen ontberen de bestaanszekerheid die nog niet zo lang geleden de norm was. De ongelijkheid groeit, misschien niet zozeer in Nederland, maar wel in veel andere westerse landen.

De alternatieven later zich luid en brutaal horen. De Russische president Vladimir Poetin verklaarde vorige week aan de vooravond van de G20 in een interview met The Financial Times dat „de liberale idee overbodig is geworden. Het conflicteert met de belangen van de overweldigende meerderheid van de bevolking”. China, dat een voorheen onmogelijk geacht model hanteert van kapitalisme en een éénpartijstaat, buigt niet langer voor de zittende supermacht, de Verenigde Staten.

In de kern draait het liberale kapitalisme om één centraal idee: dat het individu in het najagen van zijn eigen welvaart ook de anderen om hem of haar heen verheft. En dat hij of zij daarin zo vrij mogelijk moet kunnen handelen, zolang anderen daarbij niet worden geschaad.

Na de egalitaire en vaak ondernemersvijandige jaren zeventig beleefde het kapitalisme mede door leiders als Ronald Reagan en Margaret Thatcher een renaissance. Ondernemen was niet langer een vies woord, de young urban professional (yup) deed zijn intrede, en in de financiële sector werd, als hyperbool, greed weer good. Het wegvallen van het ideologische alternatief, de Sovjet-Unie, gaf het liberale idee daarna vleugels. De jaren negentig waren een feest van deregulering, privatisering, flexibilisering en globalisering.

Vrije markten en vrije individuen, de basisprincipes van het huidige economische systeem, hebben ongeëvenaarde welvaart voortgebracht. Tussen persoonlijke vrijheid en welvaart bestaat, internationaal en door de tijd, een robuust verband. Het kapitalisme verdient dus een ferme verdediging,

Maar wat als het de tegenkrachten die het in balans houden, dreigt uit te schakelen? De neiging tot monopolievorming verdient de tegenkracht van een strikt mededingingsbeleid – niet voor niets een van de successen van de Europese Unie. In de nieuwe technologiesector ontstaan machtsconcentraties die ongezond zijn, de concurrentie beperken en daarmee de productiviteitsgroei drukken.

De onderneming profiteert van de vitaliteit van de samenleving waarin zij opereert. De kosten daarvan via de belastingheffing dreigen door de globalisering te worden ontdoken, nog los van de neiging van overheden buitenlandse bedrijven te lokken met fiscaal gunstige voorwaarden.

Het afwentelen van het ondernemersrisico op werknemers, door hen via flexcontracten alleen in te huren als dat nodig is, mag vanuit het perspectief van de ondernemer volstrekt logisch zijn. Het ontstaan van een ‘precariaat’ kan echter zorgen voor maatschappelijke onrust, verbreekt de belofte van een betere toekomst voor iedereen én is uiteindelijk slecht voor de ondernemer zelf. Die kwam er meer dan honderd jaar geleden al achter dat de werknemer uiteindelijk óók de klant is. Milieu en klimaat lijden – hoewel dat gezien de toestand in andere delen van de wereld niet per definitie op de ondernemingsgewijze productie is terug te voeren.

Intussen bedreigt het bestendigen van verschillen in inkomen en vermogen over de generaties heen de sociale mobiliteit. En daarmee de droom dat iedereen kan klimmen. Dat laatste is precies de kracht van het liberale kapitalisme: het ontketenen van de creativiteit en het talent van het individu. De westerse samenleving is er zeer ver mee gekomen. Zolang het eigenbelang maar ‘welbegrepen’ bleef.

Het systeem moet nu wel in bescherming worden genomen. Tegen de alternatieven die zich elders in de wereld opdringen. En tegen zijn eigen uitwassen en de mogelijke politieke gevolgen die deze hebben. Alles om het beste economische én maatschappelijke systeem dat er is te behouden voor een, hopelijk lange, toekomst.