Het beslissende tactische moment van het afgelopen politieke seizoen

Deze week: de politiek-tactische manoeuvre die de afloop van het politieke jaar bepaalde.

Ofwel: hoe Baudet zich in de beeldvorming liet omvormen van overwinnaar in onzinmachine.

Het gebeurde in twee maanden. Twee maanden en drie dagen, om precies te zijn. In die periode, tussen de Statenverkiezingen op 20 maart en de Europese verkiezingen op 23 mei, verschoot de Haagse politiek volledig van kleur.

Een kabbelend kabinet werd een presterend kabinet – pensioenakkoord, klimaatakkoord. Luidruchtige flankpartijen werden geïsoleerde en, soms, gevallen flankpartijen. Een onzekere coalitie werd een geslaagde coalitie.

En: een gewonde premier werd een herboren premier.

De klap van de Statenverkiezingen in maart – nieuwkomer Baudet werd zomaar de grootste in de Eerste Kamer – was bij Rutte en zijn partij enorm. Echt enorm. Veel groter dan eerder publiekelijk bekend werd.

Daags na de nederlaag was de premier in Brussel voor Europees overleg. Hij vertelde er een vertrouweling dat hij voor het eerst in zijn premierschap de greep op Den Haag kwijt was.

Het onderstreepte, hoorde je later, de mentale gesteldheid van de premier. En zo kon het gebeuren dat in de grootste regeringspartij gesprekken op gang kwamen over het ondenkbare.

Over persoonsgerichte aanvallen op Ruttes grootste electorale opponent, Thierry Baudet: ‘negative campaigning’ in Nederland.

Het was een aanpak die de premier altijd had afgewezen, verwijzend naar de theorie dat je electorale concurrenten juist beloont wanneer je ze aanvalt. We danken er de lelijkste beeldspraak uit het Haagse taaltje aan: nooit reageren ‘als je opponent een stuk rood vlees in de arena gooit’.

Maar nu liet Rutte binnen de VVD merken dat hij precies met dat idee speelde: reageren op Baudets rood vlees – over de EU, Brexit, Nexit, etc. Laten zien wat die man werkelijk denkt. Frontaal in de tegenaanval.

Daarna was het aan twee VVD-vertrouwelingen, campagneleider Sophie Hermans (Tweede Kamerlid, eerder Ruttes politiek adviseur) en campagnemanager Bas Erlings (werkzaam op het partijbureau), om een plan uit te werken.

Tijd hadden ze amper. Het was eind april – in FVD was intussen ruzie uitgebroken – toen de definitieve beslissing viel. Een maand voor de Europese verkiezingen. Dus de gebruikelijke VVD-aanpak, eerst grondig de eigen kiezers peilen, moest achterwege blijven.

Zodoende werden de online aanvallen op Baudet, spotjes van meestal een minuut, op impuls en intuïtie gemaakt. Heel onwennig allemaal. Ze waren nerveus over de afloop.

„Na de campagne moeten we met zijn allen naar het UWV”, hoorden ze Erlings geregeld op het partijbureau zeggen.

Het begon ook onzeker. Rutte die zijn eerste gesproken aanval op Baudet van een briefje voorlas – geen best beeld. Zuinige commentatoren, die nog wisten wat de premier eerder zei over rood vlees. De SP die werd gekielhaald voor de persoonsgerichte aanval op Timmermans.

Er was ook relevante kritiek – wat hadden Rutte en Baudet, nationale politici, met hun tweestrijd te zoeken in een campagne voor het Europees Parlement? Niets natuurlijk.

Maar dat de campagne invloed had op de Haagse dynamiek kon je zien in onderzoek van Maurice de Hond half april. Hij constateerde dat FVD een electoraal plafond had bereikt: méér kiezers kon Baudet niet meer afsnoepen van VVD en CDA (laat staan D66).

Baudet had alleen nog groeipotentie als hij verder inbrak bij Wilders. Een cruciaal gegeven voor de VVD-strategie: Baudet extra aandacht geven door hem te bestrijden kwam neer op Wilders verkleinen.

Oppervlakkig gezien slaagde de VVD-opzet niet. De tweestrijd was buiten Timmermans gerekend, die zijn bekendheid als Europees politicus feilloos uitspeelde: zes Europese zetels en een terugkeer van de PvdA op de Haagse relevantieladder.

Maar dit deed niets af aan de impact van Ruttes gevecht met Baudet. De VVD (vier Europese zetels) was FVD (drie) weer voorbij, waarbij de winst van Baudet, zoals De Hond voorzag, vooral van Wilders kwam (nul zetels).

Ergo: door de campagne was Baudet omgetoverd tot de nieuwe Wilders.

Het was niet alles. Het één-op-ééndebat dat Rutte bij Pauw met Baudet voerde, was het meest verhelderende van het hele politieke seizoen.

Je zag twee doorslaggevende momenten. Baudet die geen interesse voor het antwoord meer toonde nadat hij Rutte vroeg wanneer de premier voor het laatst huilde. En Baudet die de Belgische christendemocraat Van Rompuy, oud-EU-bestuurder, op één lijn schaarde met Napoleon en Hitler.

Zo onthulde de FVD-voorman zich voor een miljoenenpubliek als de onzinmachine die hij op sociale media al veel langer was – maar daar vooral voor zijn eigen aanhang.

De VVD-tactiek werd er een onverwacht groot succes mee. Het bracht Rutte weer tot rust. Het bracht het CDA tot rust – uit eigen peilingdata bleek later dat het CDA haar vijfde zetel niet verloor aan FVD maar aan de PvdA. Dat creëerde ook dat de coalitie zaken durfde te doen met PvdA en GroenLinks – waarbij meespeelde dat de SP evengoed onderuit was gegaan.

Zo kwam er afgelopen maand, na eindeloos gezwoeg, ineens toch een pensioen- en klimaatakkoord.

De angst voor Baudet was voorlopig overgewaaid: enkele weken gerichte aanvallen, één scherp debat, en Den Haag was terug bij de orde van de dag.

Uiteraard is dit geen eindstand: Baudet is nog jong, en Wilders is vaker uit de politieke dood opgestaan.

Maar het valt wel op dat Baudet er sinds het vertrek van Henk Otten uit de partijleiding niets meer aan doet om zijn eigen onzinmachine te demonteren.

De hoofdredacteur van De Correspondent telde over het klimaatakkoord achttien onjuistheden in twee minuten bij Pauw. En deze week verweet hij Timmermans op hoge poten kiezersbedrog omdat hij zijn zetel in het Europarlement niet inneemt. Maar zelf werd Baudet als lijstduwer ook gekozen in het Europarlement – zonder zijn zetel in te nemen.

Uitlatingen waarmee de FVD-voorman voedsel blijft geven aan zijn voornaamste zwakte, of zoals Rutte het in zijn eerste aanval noemde: het beeld van een man die wonderlijke theorietjes op een zolderkamer zit te bedenken.

En zo creëerde Baudets plotselinge succes dat de Haagse politiek dit voorjaar overging op een relatief nieuw verschijnsel: grote partijen die elkaar op de persoon aanvallen. ‘Negative campaigning’ kan een aanwinst voor het politieke debat zijn zolang partijen zich aan feiten houden – dus nu maar hopen dat ze die discipline weten te behouden.

Evengoed bleek opnieuw dat politieke kwaliteit doorgaans niet na een overwinning komt bovendrijven. Na een overwinning is het – letterlijk – gemakkelijk praten. Pas na een nederlaag wordt het kaliber van een voorman werkelijk getest.

We kunnen er niet omheen dat Rutte het afgelopen politieke seizoen twee daverende nederlagen leed: eerst het echec met de dividendbelasting vorig jaar oktober, vervolgens de stormachtige zege van Baudet in maart.

En wie daarna, in korte tijd, het politieke speelveld volledig weet te veranderen, en de zo ontstane nieuwe werkelijkheid metéén gebruikt om jarenlang nagestreefd beleidssucces op twee van de gevoeligste thema’s te boeken, levert naar objectieve maatstaven een razendknappe prestatie.

Rutte is zeker geen heilige, en hij bekleedt de functie langzamerhand erg lang. Maar je hoeft echt geen Rutte-groupie te zijn om te constateren dat zijn tactische tegenspel tegen Baudet na maart van een wonderlijk grote effectiviteit was.