Reportage

Ineens staat Teunissen in de gele trui, geen idee wat hem overkomt

Gele trui Mike Teunissen (26) kwam naar de Tour om Dylan Groenewegen uit de wind te rijden, niet om zelf in de schijnwerpers te staan. Hij is de eerste Nederlandse geletruidrager in dertig jaar.

Mike Teunissen, de eerste Nederlandse wielrenner in de gele trui in dertig jaar. Rechts Eddy Merckx, vijfvoudig Tourwinnaar
Mike Teunissen, de eerste Nederlandse wielrenner in de gele trui in dertig jaar. Rechts Eddy Merckx, vijfvoudig Tourwinnaar Foto Marco Bertorello/AFP

Hij heeft geen idee wat hem allemaal overkomt. Ineens staat hij aan de Avenue de Madrid in Brussel met om zich heen een kluwen mensen die camera’s op hem richten en telefoons onder zijn neus duwen. Dit was de bedoeling helemaal niet, hij zou sprinten voor een ander, voor zijn kopman, met als maximale resultaat een eervolle vermelding.

Als in een fluisterspelletje bereikt het nieuws hem, het wordt nog terughoudend gemeld, zo heet van de naald, nog officieus. Maar de finishfoto bedriegt niet, zijn voorwiel is duidelijk als eerste over de lijn, vóór dat van Peter Sagan en Caleb Ewan, de snelste wielrenners ter wereld, maar op deze zaterdag even niet. „Mike, Mike, je hebt gewonnen.” Het ongeloof staat hem in zijn blauwe ogen. Hij neemt een ademteug, blaast zo hard uit dat zijn lippen ervan trillen. Pffff, klinkt het, en dan wordt hij meegevoerd, de man die zomaar ineens wielerhistorie heeft geschreven gaat een rollercoaster tegemoet waar hij zich nog geen voorstelling van kan maken. Taferelen die hij alleen kent van televisie.

Veel renners beter op papier

Voor het eerst in dertig jaar, sinds Erik Breukink in 1989, gaat de gele trui weer om de schouders van een Nederlander, om die van Mike Teunissen uit het Limburgse Ysselsteyn, 26 jaar. Die had niemand zien aankomen, hoewel hij lekker kan sprinten, maar op papier zijn veel renners beter. Voor hij aan dit seizoen begon won hij alleen nog maar de proloog in de Tour de l’Ain, een onbeduidende Franse etappekoers. Dat was in 2015. Maar zijn overstap van Team Sunweb naar Team Jumbo-Visma deed hem dit jaar meer dan goed. Bij de Duitse formatie vonden ze hem niet in het profiel passen, in Nederlandse dienst begon hij gelijk te winnen, alsof de waardering die bij een transfer hoort hem bevrijdde. Eind mei won hij twee ritten in de Vierdaagse van Duinkerken, en ook het eindklassement. Als lead-out, zoals dat heet, de laatste man in de sprinttrein. Het waren gunstige voortekenen, maar met topvorm alleen dwing je geen leiderschap af.

Dus kwam hij naar de Tour om Dylan Groenewegen uit de wind te rijden, niet om zelf in de schijnwerpers te staan. Maar ja, hij zag zijn kopman vallen, op 1,5 kilometer van het einde, hij reed er vlak naast toen de frames in elkaar grepen.

Lees ook het interview met Dylan Groenewegen: ‘Soms moet je een rotzakje zijn’

Al het werk voor niks geweest, denkt hij heel even, maar zo mag het niet eindigen. Naar deze dag hebben ze te lang uitgekeken bij Jumbo-Visma, ze zagen het geel al op hun hotelkamer hangen. Hij schudt de verwarring van zich af, kiest het wiel van de Italiaan Sonny Colbrelli en begint maar gewoon mee te sprinten. Niet zeuren, het valt altijd te proberen. Stel je voor dat hij nog vijfde wordt, daarmee zou hij zijn team in elk geval een beetje opbeuren. Rechts van hem ziet hij hoe Peter Sagan zichzelf lanceert, en dat gaat weer ongenadig hard. Maar dan voelt hij de macht in zijn benen, na bijna 200 kilometer is hij nog niet leeg. Er is een vreemd soort van ontspanning in zijn lijf gekropen, immers, na de val van zijn leider is er niets meer te verliezen. Tot zijn eigen verbazing merkt hij dat hij zelfs tegen de wind in meer snelheid ontwikkelt dan de Slowaak. Hij stuurt er links langs, en als hij de lijn in het zicht krijgt, duwt hij zijn voorwiel naar voren. Hij is ze allemaal te snel af. En het is echt waar.

Gele knuffelleeuw

Op drie kilometer van de finish kijken Corine van der Zijden en Ike Groen, vriendin van Teunissen en zijn beste vriend, elkaar in verbijstering aan. Ze hebben de laatste honderden meters van de eerste Touretappe niet goed kunnen volgen, hun livestream stopte steeds, het signaal was krakkemikkig. Ze zagen een renner in geelzwart vallen, wisten dat het Mike niet was, maar ook niet wie dan wel. En wie sprintte daar nou naast Sagan? Wout van Aert?

Dan krijgen ze appjes. Het was Mike, niet Wout. Ze snappen er niks van, maar zetten het toch maar op een lopen, richting de streep. Daar komen ze twintig minuten later bezweet aan, net te laat om te zien hoe Eddy Merckx hun Mike een gele knuffelleeuw overhandigt. Ze zijn door het dolle heen. „We hebben er de afgelopen week nog geintjes over zitten maken”, zegt Ike, al vele jaren bevriend met Teunissen. „De grootste kans op geel was na de ploegentijdrit van zondag. Niet vandaag.”

Voor ze goed en wel doorhebben in welk circus ze zijn gestapt, krijgen ze een pasje om hun nek gehangen, ‘Invité Mike Teunissen’ staat erop. Journalisten vliegen er ineens op af. „Wat voor een jongen is Mike, ehh, hij is vriendelijk, bescheiden”, hoort Corine zichzelf in het Engels zeggen. Ze mag als enige van de familie naar Teunissen toe, anders wordt het te vol.

De man van de dag is dan al in het geel gehesen en staat al zowat een uur de pers te woord. Hij schudt vaak zijn hoofd, laat zich op een wolk van euforie meevoeren langs honderden vragenstellers. Ike Groen staat ondertussen te huilen. „Vind je het gek? Hij heeft gewoon de gele trui.” Als hij ziet dat zijn vriend even een adempauze krijgt, vliegt hij hem om de nek. „Mooi hè”, zegt Teunissen zachtjes. „Ik heb wel indruk gemaakt geloof ik”.

Twintig keer hetzelfde verhaal

Hij moet door, er staan nog talloze mensen van de pers op hem te wachten en hij moet aan zijn herstel denken, zondag staat een ploegentijdrit te wachten, en ook die etappe kan Jumbo-Visma winnen. Dan rijden ze in dienst van Steven Kruijswijk, de man die in Parijs op het podium wil staan.

Als zijn vader belt, luisteren journalisten gulzig mee, en als hij ophangt, willen ze weten wat hij zei. Hij vertelt zijn verhaal wel twintig keer. Dat hij nooit had verwacht dat hij hier zou winnen maar dat niemand hem dit ooit nog afpakt. Dat hij tijd nodig heeft om te beseffen wat hij gedaan heeft, uren, dagen zelfs. De gele trui, die voor altijd van hem is, en ook een stukje voor zijn kopman, Dylan Groenewegen. Hij zal straks een grapje maken, als hij op de hotelkamer komt. „Mooie kleur, hè?” Gaat-ie wel kunnen waarderen, dat vaatje buskruit uit Amsterdam, die geacht werd te winnen maar ongenadig tegen de grond ging.

Teunissen hoopt nu vooral dat hij oké is, dat het meevalt met zijn verwondingen – en dat blijkt zo te zijn, Groenewegen heeft schaafwonden maar kan verder in de Tour. „Als ik hier kan winnen, dan Dylan al helemaal”, zegt hij nederig. Zelfs met een gele trui om zijn schouders, kent hij zijn plaats in de pikorde. In de eerstvolgende massasprint zal hij gewoon weer knecht zijn. Want als hij heel eerlijk moet zijn, vindt hij massasprints ook maar gevaarlijk, is hij blij dat hij vlak voor het echt link wordt altijd mag uitsturen.