‘Vroeger was het zo: je stond op, ging werken en daarna naar bed’

Spitsuur Tini (61) en Toon Leenders (66) hebben samen met hun dochter Anna (34) een biologische boerderij nabij het Brabantse Heusden.

Foto David Galjaard

Tini: „Rond zeven uur sta ik op, voer ik de kippen en zeg ik onze pony Polly goedemorgen. Ik wandel en kijk hoe de zon opkomt – dan is de wereld van mij.”

Toon: „Na het ontbijt ga ik aan de gang. We hebben hier 3,7 hectare natuur. Ik maak afrastering, geef de bomen water, maai het gras en onderhoud de boomgaard en de moestuin. Ik teel de biologische groenten die onze dochter Anna gebruikt voor haar workshops.”

Anna: „Ik kom hier rond negenen, vanuit het dorp. Ik heb een proefboerderij waar ik met biologische groenten workshops verzorg. Eigenlijk wilde ik kunstenaar worden, ik ben afgestudeerd aan de kunstacademie. Ik maakte grote landschapsinstallaties in de natuur, maar het was lastig om er van rond te komen. Uiteindelijk kwam ik, vijf jaar geleden, met mijn ouders op dit idee.”

Tini: „Toon en ik komen allebei uit een boerengezin, ik ben aan het einde van dit zandweggetje opgegroeid. Toen wij in 1978 trouwden, konden wij een stuk grond van mijn ouders kopen.”

Toon: „Wij hadden heel lang een varkenshouderij. In 2000 werden veel varkensbedrijven gesaneerd en zijn we met een boomkwekerij begonnen. Maar het is nooit het idee geweest dat altijd te blijven doen, of dat een van de kinderen het zou overnemen. Wij hadden boven de keukentafel een grote wereldkaart hangen. We wilden dat de kinderen leerden om breder te kijken. Dan wezen we landen aan en vroegen we: ‘wie wonen daar?’”

Tini: „Of ze hadden op school iets gehoord over een probleem in Nederland. Dan wezen we naar de kaart en zeiden we: ‘kijk, zo groot is Nederland.’ Om het in perspectief te plaatsen.”

Toon: „Toen de kinderen naar het voortgezet onderwijs gingen, wilde ik dat ze bij andere tuinders gingen werken.”

Tini: „Wij vonden het belangrijk om te zien hoe het ergens anders werkte.”

Toon: „Het gevolg van die ontplooiing was dat geen een van hen interesse had om boer te worden.”

Tini: „We waren heel blij dat Harrie en Janus naar de universiteit wilden.”

Toon: „En voor Anna werd het de kunstacademie – wat wij geweldig vonden.”

Tini: „Wij zagen ook in Anna dat ze iets moest met haar competenties, haar creativiteit. Wij wilden daaraan bijdragen.”

Anna: „Mijn vader hielp mij vroeger al met de kunstwerken. Dan had ik veel te grote installaties en kwam hij mee met een aanhanger.”

Toon: „Nadat wij ook met de boomkwekerij waren gestopt, kwam zij met het initiatief voor de workshops. Toen hebben wij gezegd: nou dan doen we dat hier, op de mooiste plek van allemaal.”

Andere werelden

Toon: „Vroeger was het zo: je stond op, ging werken en daarna naar bed. Toen wij af en toe bij Anna op de academie kwamen, zagen wij een totaal andere wereld.”

Tini: „Die was heel uitgebreid en royaal – ik wilde er meteen inspringen.”

Toon: „Nadat wij waren gestopt met het bedrijf, heb ik besloten om die wereld ook een beetje naar hier te halen.”

Anna: „In mijn ogen is deze plek nu een plek voor iedereen om te ontspannen. Mensen komen hier om familiedag te houden, een feest te geven, bedrijfsuitjes of gewoon samenzijn. Elk jaar is hier een muziekfestival, Misty Fields, waar duizend man naartoe komen.”

Toon: „Ik hoef geen geld hieraan te verdienen. Ik beur AOW, 800 euro per maand, daar is goed van te leven. Het gaat om het genieten van de natuur en dat toegankelijk maken voor iedereen.”

Anna: „Volgens mij is dit iets wat jullie altijd hebben gedaan. Een paar zomers lang hadden jullie een jongen in huis genomen - iemand uit Duitsland met een economische achterstand. Dat soort dingen zijn mij bijgebleven.”

Toon: „Er is veel veranderd. Ik had het land ook kunnen gaan verhuren of aardappelen laten groeien.”

Tini: „Wij hebben kunstwerken waarvan ik nooit gedacht had dat we ze zouden kopen en hebben vrienden gekregen die met kunst bezig zijn. Of we gaan naar museum De Pont in Tilburg.”

Toon: „Als ex-varkenshouders zijn wij uiteindelijk ook gestopt met vlees eten. Het is gezonder en we brengen de CO2-uitstoot terug. Ik had een biggetje gekregen als huisdiertje. Dat is voortschrijdend inzicht. Ik leerde al zijn geluiden kennen. In de winter maakte hij een berg van takken die hij van de struiken trok – organische broei om zich te verwarmen. Het was een dermate fijnzinnig dier dat ik het niet meer op kon eten.”

Blijven proberen

Toon: „Op mijn zestigste had ons Anna mij aangestoken met de kunstacademie. In Arendonk, hier net over de grens, heb ik een opleiding voor keramiek gevolgd aan de Academie voor Schone Kunsten.”

Tini: „Dat is de wisselwerking geweest. Wij zijn iets ingerold en op een gegeven moment bracht Anna weer iets naar ons.”

Toon: „Nu doe ik de groentetuin, en dat is leuk, maar ik doe het ook zodat zij die workshops meer inhoud kan geven door te laten zien waar dat groeit – het werkt telkens twee kanten op.”

Tini: „Ik heb altijd in de zorg gewerkt, maar nadat de kinderen geboren waren, ben ik thuisgebleven. Ook bij mij begon het weer te kriebelen en sinds een paar maanden werk ik weer als persoonlijk begeleider. Ik begeleid mensen met dementie of psychische problemen.”

Toon: „Het is altijd ups en downs geweest bij ons, en na elke dip kwam er weer iets nieuws. Je hoeft niet op je zeventigste te denken: ‘ik doe niks meer’. Van zeventig tot tachtig jaar – dat zijn tien jaar. Moet je eens bedenken wat je tussen je twintigste en dertigste allemaal deed. In de loop van het leven kan zoveel mislukken, maar als je blijft proberen, kan er nog zoveel nieuws gebeuren.”