Zonder mes en vork is het soms véél lekkerder

Aan tafel Aflevering 6 van een serie over lekker eten. Marjoleine de Vos over het ambachtelijk afbreken en kluiven van kippenbotjes.

iStock

Ooit, zo’n beetje vanaf 1600, is men in heel Europa de tafelmanieren gaan verfijnen. Niet langer werd er met brood in de schotels gesopt, niet langer werden houten plankjes (of stukken plat brood) als borden gebruikt en pakte men het vlees met de handen beet. Het geknoei, gemors, gekluif, gespuug en geboer moest afgelopen zijn. Etiquette!

Zonder de doperwtjes op de bolle kant van een vork te willen eten – wat sommige hyperbeschaafden schijnen te doen, althans na te streven – ben ik er wel voor, opgegroeid zijnde in een wereld waar men het nu eenmaal zo doet. Niet over elkaar heen reiken naar de boter maar gewoon even vragen, niet direct uit de schalen eten, niet slurpen of, het ergste, met open mond eten. Servet gebruiken.

Gewone dingen.

Ik dacht eraan op de tweede dag van de heerlijke gebraden kip (met veel boter, citroen en knoflook, en lekker knapperig gebraden vel dat zelfs de tweede dag nog charmes had). De eerste dag, met gasten, had ik hem in de keuken netjes in stukken verdeeld en hem op een schaal gelegd. Maar er was nog veel over – onder andere de hele rug. „Die neem ik wel”, zei ik snel. Tralala!

Zo’n rug, daar kan je dan wel even met je mes en je vork tegenaan, bijvoorbeeld om de heerlijke bekkensuprêmes, (nu ja, die zachte stukjes onderaan de rug, sot-l’y-laisse – een dwaas laat ze zitten) uit hun kuiltjes te lichten, of de resten van de levertjes los te halen. Maar binnen de kortste keren scheurde ik handmatig het karkas in stukken, brak op ambachtelijke wijze botjes af om beter te kunnen kluiven, zat vergenoegd met jus op mijn neus een sappig stukje te verorberen en sprong geregeld even van tafel op om mijn handen te wassen zodat ik met behulp van mes en vork de gepofte tomaatjes met rijst kon eten die erbij hoorden. Smak, knauw, ruk, veeg, neurie, mmm!

Geen tafelmanier te bekennen. En ik weet het zeker: het zou véél minder lekker zijn allemaal als dit met mes en vork had gemoeten. Sommige dingen kunnen niet met mes en vork. Keurig een visje fileren is geen enkel probleem, zelfs de wangetjes weet ik instrumentaal te verwijderen, maar dan zit er achter in de kop bij de wat grotere vis altijd nog zo’n lekker plukje zacht visvlees… Of denk aan artisjok. Wie zijn handen niet wil gebruiken kan de artisjok wel vergeten.

Het is soms zo fijn om je eten aan te raken. Wie wil er nu een broodje kroket met mes en vork eten? Wie wil er überhaupt een kadetje of puntje of stokbroodje met mes en vork eten? Het vasthouden, het vol overtuiging toehappen, dat is juist wat veel eten zo lekker maakt, zo rijk, soms zelfs overdonderend.

En natuurlijk ben ik er niet voor dat de gasten meteen de vorken in de schalen zetten, maar wie aan het eind van de maaltijd nog een klein stukje wegpikt met een vorkje, of zelfs, oei, alleen als niemand kijkt, éven de vinger in de saus doopt, die heeft mijn sympathie. Hoe ongetafelmanierd het ook is.